Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Auteursrecht en het onderwijs: feit en fictie over de onderwijsexceptie

“Ik gebruik deze foto voor het onderwijs, dan kan het wel toch?” Een vraag die veel culturele instellingen zichzelf stellen als ze collectiestukken online beschikbaar maken voor een onderwijsproject of gebruiken in lesmateriaal. Er wordt vaak aangenomen dat het antwoord op de vraag “Ja” is, maar helaas is het: “Dat moet je goed regelen”. 

De onderwijsexceptie in de Auteurswet is namelijk ontwikkeld voor scholen, niet voor culturele instellingen. Daarvoor gelden weer andere uitzonderingen. Hieronder leggen we de onderwijsexceptie uit. Ook laten we zien hoe je je (erfgoed)collectie online voor het onderwijs beschikbaar kunt stellen.

Auteur: Lotte Baltussen
Juridische check: Maarten Zeinstra - IP-Squared

Auteursrecht en andere belangrijke rechten om rekening mee te houden

 

Als je jouw digitale collectie voor het publiek online beschikbaar wilt stellen, moet je rechten zoals het auteursrecht, naburige rechten en portretrecht in kaart brengen. Bevat de collectie stukken die nog niet publiek domein zijn of waarvan je niet zelf de rechten hebt? Dan heb je toestemming nodig wanneer je deze breed (online) beschikbaar wilt stellen.

Als je minimale of geen basiskennis van deze rechten hebt, is het verstandig om je hier eerst verder in te verdiepen:

De onderwijsexceptie in een notendop

 

De basis van de Auteurswet is dat je toestemming nodig hebt voor het verveelvoudigen of openbaar maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Er zijn hier een aantal uitzonderingen op, waaronder de onderwijsexceptie. Deze exceptie is ontwikkeld voor leraren en leerlingen, zodat zij gebruik kunnen maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor onderwijsdoeleinden.

Een afkoopregeling die meer ruimte geeft dan citaatrecht

Kort gezegd houdt de exceptie in dat je in de klas (gedeelten van) een werk waar auteursrecht op rust over mag nemen zonder aan de rechthebbende(n) toestemming te vragen, als het gebruik een educatief doel dient. De onderwijsexceptie bestaat naast het citaatrecht en is ruimer dan het citaatrecht. Je mag met de onderwijsexceptie namelijk grotere gedeelten van een werk overnemen. Dit betekent alleen niet dat een leraar of leerling zomaar mag gaan knippen en plakken.

De onderwijsexceptie is een afkoopregeling. Dit betekent dat er een redelijke vergoeding moet worden betaald aan rechthebbenden. Scholen moeten dus wel betalen om gebruik te kunnen maken van de exceptie. Er zijn verschillende regelingen, die afhankelijk zijn van het type werk dat gebruikt wordt en het type instelling dat gebruik wil maken van de onderwijsexceptie. Het overzicht van de regelingen staat op de website Onderwijs & Auteursrecht.

Belangrijkste voorwaarden voor onderwijsinstellingen

Je moet als onderwijsinstelling dus een vergoeding betalen om gebruik te maken van de exceptie. Daarnaast zijn er nog een aantal andere voorwaarden:

  • Neem alleen materiaal over dat rechtmatig openbaar gemaakt is. Je mag dus niet een documentaire van een torrent-website afhalen als deze daar zonder de toestemming van de rechthebbenden is gedeeld.
  • Vermeld de naam van de maker. Dit is een moreel recht of persoonlijkheidsrecht dat iedere maker heeft. Het is niet verplicht om de naam van de bron te vermelden (maar wel zo netjes).
  • Verander het werk niet op een manier waardoor de maker er zelf niet meer achter zou staan.
  • Neem niet te grote delen over van een werk, bijvoorbeeld een heel boek of een groot deel van het oeuvre van een fotograaf.
  • Het gebruik moet een onderwijsdoel hebben; dit kan een leraar bijvoorbeeld aantonen door het materiaal op te nemen in het leerplan. Als een school een DJ inhuurt voor een schoolfeest of een foto van het internet gebruikt om de schoolwebsite op te leuken geldt de onderwijsexceptie dus niet. Daarvoor moeten aparte afspraken worden gemaakt.

Wat betekent de onderwijsexceptie voor online onderwijsaanbod van culturele instellingen?

 

De onderwijsexceptie geldt alleen voor scholen. Een leraar mag dus een stuk tekst, een video of een muziekstuk laten zien en horen in de klas, of in de elektronische leeromgeving beschikbaar stellen. Maar wat betekent dit nu voor jouw culturele instelling als aanbieder van materiaal?

Zelf eerst rechten regelen

Je kopieert en publiceert materiaal als je onderwijsaanbod online zet. Als hier materiaal bij zit waar nog auteursrecht van derden op rust, moet je eerst toestemming hebben van de rechthebbenden. Als dit er niet heel erg veel zijn, kun je dit per rechthebbende regelen. 

Voor professionele vervaardigers moet dit vaak via collectieve beheersorganisaties (cbo’s) zoals Pictoright voor beeldmakers en BUMA/STEMRA en SENA voor muziekmakers en -uitgevers. Bij Pictoright kan je controleren of de beeldmakers zie zij representeren in je collectie zitten door te zoeken in hun ledenlijst. Vaak regel je de rechten met een licentie of een ander soort afkoopregeling en gelden er lagere tarieven voor educatief gebruik, zeker als je aanbod exclusief toegankelijk is voor scholen en dus valt onder de onderwijsexceptie.

Digitaal aanbod exclusief toegankelijk maken voor het onderwijs

Veel scholen gebruiken online systemen voor communicatie en het delen van opdrachten en lesmateriaal. Elektronische leeromgevingen zoals Magister en Learnbeat zijn hier voorbeelden van. Zij hebben een loginsysteem dat valideert of een gebruiker wel echt een leraar of een leerling is.

Je kunt als culturele instelling gevalideerde logins door scholen regelen door bijvoorbeeld gebruik te maken van de Entree Federatie (po, vo en mbo) of SURFconext (hoger onderwijs en onderzoek). Dit zijn diensten waarmee scholen met hun eigen school account kunnen inloggen in allerlei educatieve diensten en platforms, zonder iedere keer een apart account aan te maken. Via Entree Federatie en SURFconext wordt gevalideerd dat ze binnen de digitale muren van de school zijn. Je kunt als instelling gebruik maken van de techniek achter deze login systemen door ze integreren in je eigen website.

Als je als culturele instelling een website met onderwijsaanbod maakt en er één, algemeen wachtwoord opzet, is dat dus niet genoeg om aan de onderwijsexceptie te voldoen. Wanneer iedereen met dat wachtwoord bij materiaal kan dat auteursrechtelijk niet publiek mocht worden gemaakt, doe je mogelijk inbreuk op het auteursrecht.

Hoe zorg je ervoor dat je onderwijsaanbod alleen door scholen wordt gebruikt?

 

Er zijn verschillende technische en praktische oplossingen om ervoor te zorgen dat het onderwijsaanbod op jouw eigen websites alleen door leraren en leerlingen wordt gebruikt. Je kunt bijvoorbeeld handmatig controleren of het emailadres van een gebruiker van het domein van een school komt. Vervolgens kun je checken of die school een BRIN-nummer (Basisregistratie Instellingen) heeft. Dit is een code die iedere educatieve instelling in Nederland toegewezen krijgt.

Die handmatige controle is nogal bewerkelijk als je veel gebruikers hebt. Je kunt dan ook alle IP-adressen van een school toegang geven. Alle bezoekers vanaf die adressen kun je dan toegang geven tot je onderwijsaanbod. Ook dit kan veel werk zijn om bij te houden. Daarbij is het nadeel dat leraren of leerlingen die niet op het netwerk van de school zitten geen toegang hebben.

Met de genoemde diensten Entree Federatie en SURFconext hoef je zelf veel minder handmatig werk te doen. Heel veel scholen met een BRIN-nummer zijn op deze diensten aangesloten, maar niet allemaal. Wel kan iedere school op verzoek aansluiten op Entree Federatie. Zo’n 90% van scholen in het voortgezet onderwijs en alle mbo scholen zijn op Entree Federatie aangesloten. Dit percentage ligt wat lager voor het basisonderwijs, maar neemt wel toe. 

Er zijn een ook aantal buitenlandse scholen en particuliere instellingen aangesloten bij Entree Federatie. Als dergelijke partijen geen toegang tot je aanbod mogen hebben binnen de afspraken die je met rechthebbenden hebt gemaakt, kun je dergelijke instellingen blokkeren. Zo kun je ervoor zorgen dat alleen Nederlandse scholen met BRIN-nummer kunnen inloggen.

Er zijn dus meerdere opties om digitale toegang tot jouw onderwijsaanbod op je eigen websites in te regelen. Kijk goed wat het beste bij jouw organisatie past én hoe je het beste kunt voldoen aan de afspraken die je met rechthebbenden hebt gemaakt over die digitale toegang.

Zorg er dus voor dat je ofwel materiaal aanbiedt waarop geen rechten op rusten of waarvan je de rechten hebt, of dat je controleert dat de gebruikers ook écht leraar of leerling zijn. Het is dan aan de school om ervoor te zorgen dat ze voor het gebruik binnen de onderwijsexceptie de juiste afkoopregeling treffen. En aan jou als instelling om afspraken te maken met rechthebbenden.

De onderwijsexceptie sluit commercieel gebruik uit en geldt dus niet voor commerciële educatieve uitgevers. Als je dus als culturele instelling materiaal beschikbaar wilt stellen voor opname in een lesmethode van een uitgever, moet de uitgever hier aparte afspraken over maken met eventuele rechthebbenden.

Case study: Beeld en Geluid op School

 

Eind 2017 heeft het Instituut voor Beeld en Geluid een licentieovereenkomst gesloten met alle relevante producentenorganisaties en cbo’s. Hierin worden o.a. afspraken gemaakt over educatief gebruik. Op grond hiervan mag het instituut al het audiovisueel materiaal dat uit een (cultuur)historisch oogpunt van nationaal belang wordt geacht, via een besloten netwerk aan bepaalde externe gebruikers en voor bepaalde educatieve doelen beschikbaar stellen.

Het platform dat hiervoor wordt gebruikt, is Beeld en Geluid op School. Beeld en Geluid betaalt daarvoor een vast bedrag per jaar aan de rechthebbenden. Op Beeld en Geluid op School staat video- en audiomateriaal uit de collectie van Beeld en Geluid, dat speciaal is geselecteerd voor onderwijsdoeleinden, van primair onderwijs tot universiteiten.

Iedereen die werkt of leert in het onderwijs of de wetenschap kan inloggen via Entree Federatie of SURFconext, of een gratis account aanvragen als ze niet bij deze diensten zijn aangesloten. De webontwikkelaar van Beeld en Geluid op School heeft de technische koppeling met Entree Federatie en SURFconext gemaakt. Daarnaast heeft Beeld en Geluid overeenkomsten afgesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over bijvoorbeeld de dienstverlening en waarborging van de privacy van de data van gebruikers.

De kosten voor de aansluiting op Entree Federatie en SURFconext zitten met name in de opstartfase, wanneer de webontwikkelaar de aansluiting maakt. Na de implementatie is er weinig werk nodig geweest om de koppelingen up-to-date te houden. Beeld en Geluid hoeft als publieke instelling geen periodieke abonnements- of licentiekosten te betalen voor het gebruik van Entree Federatie of SURFconext.

Er zijn ook alternatieven voor Entree Federatie en SURFconext onderzocht, zoals het toegang geven aan IP-adressen van scholen. Dit bleek echter nogal tijdrovend en niet precies genoeg om te voldoen aan de voorwaarden van de licentie-overeenkomst. Er komen vanuit scholen wel vragen binnen over inlogproblemen of andere struikelblokken, maar die worden vaak snel opgelost. Daarbij hoeft Beeld en Geluid vragen vaak niet zelf op te pikken, maar kunnen ze doorgezet worden naar de helpdesk van Entree Federatie of SURFconext.

Meer weten?

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.