Europa trekt een grens: AI-bedrijven moeten makers gaan betalen

Het Europees Parlement heeft met een grote meerderheid een rapport aangenomen dat de verhouding tussen AI-ontwikkeling en auteursrecht moet herstellen. Het uitgangspunt is een systeem waarbij makers niet alleen toestemming geven voor het gebruik van hun werk, maar daar ook eerlijk voor worden gecompenseerd.

5 minuten

Begin maart stemde een ruime meerderheid van het Europees Parlement voor een reeks aanbevelingen die de huidige 'wildwestfase' van AI-training moet beëindigen. Tot nu toe trainden techbedrijven hun generatieve modellen op grote schaal met auteursrechtelijk beschermd materiaal, vaak zonder vergoeding voor de oorspronkelijke makers. Het parlement wil nu een werkbaar evenwicht vinden tussen technologische innovatie en de bescherming van intellectueel eigendom.

Transparantie en vergoeding met terugwerkende kracht

In het rapport staan drie concrete voorstellen centraal. Ten eerste moet er een vergoedingssysteem komen voor het gebruik van auteursrechtelijk materiaal. Omdat deze praktijk al jaren gaande is, stelt het parlement voor om deze vergoedingen met terugwerkende kracht te laten gelden. Ten tweede wordt transparantie de nieuwe norm: AI-bedrijven moeten laten zien welke data zij hebben gebruikt om hun modellen te voeden (iets wat ze op grond van de Europese AI-verordening ook al verplicht zijn). Ten slotte is de kern dat de regie teruggaat naar de maker; zij moeten zelf kunnen beslissen of hun werk überhaupt voor AI-doeleinden mag worden ingezet.

Het gaat er dus niet zozeer om training van AI met auteursrechtelijk materiaal tegen te gaan; waar dit rapport zich met name op richt is te komen tot een systeem waarbij rechthebbenden zelf kunnen beslissen of hun werk wordt gebruikt voor AI-trainingen en dat ze daarvoor ook een vergoeding ontvangen.

Tussen applaus en juridische twijfel

Hoewel organisaties zoals de European Writers Council het rapport toejuichen, is er vanuit de techsector, maar ook vanuit (juridische) denktanks kritiek. De Open Future Foundation wijst erop dat het rapport wel de juiste problemen benoemt, maar de weg naar een praktische oplossing nog onduidelijk laat. Daarnaast waarschuwen critici voor een stapeling van regels. Het rapport wijkt op sommige punten af van de bestaande Auteursrechtrichtlijn en de AI Act, wat voor juridische complexiteit kan zorgen in een veld dat al complex genoeg is.

Wat betekent dit voor de cultuursector?

Voor de cultuursector is dit rapport een belangrijk signaal: de politieke wil om makers te beschermen in het AI-tijdperk groeit. Hoewel het rapport nog moet worden vertaald naar concrete wetgeving, is het raadzaam voor de sector om proactief te handelen. Een belangrijk aandachtspunt bij de verdere uitwerking is de werking van zogenaamde ‘opt-out’-mechanismen. Op dit moment ligt het initiatief vaak bij de maker om via technische weg (zoals metadata of robot.txt) aan te geven dat werk niet gebruikt mag worden voor data-mining en AI-training.

Voor belangenorganisaties ligt er een taak om de vinger aan de pols te houden bij de implementatie van deze systemen, zodat ze in de praktijk goed aansluiten bij de dagelijkse praktijk van makers. Voor de individuele maker is het raadzaam om alert te blijven op de gebruiksvoorwaarden van platforms. De juridische kaders zijn volop in ontwikkeling en dit rapport vormt een eerste stap naar een systeem waarin toestemming vooraf de standaard kan worden.

Ontdek de laatste digitale trends in de cultuursector

Ontvang onze nieuwsbrief met tips, kennis en inspiratie over digitale transformatie in cultuur.

RequiredField
RequiredField