
Van sociale media tot kantoorsoftware: hoe afhankelijk is de cultuursector van Big Tech?
Internationale handelsconflicten en geopolitieke spanningen lijken ver weg van de concertzaal, het museum of de bibliotheek. Toch beïnvloeden ze direct de fundamenten van de cultuursector. Waar het debat voorheen vooral draaide om sociale media en algoritmes, verschuift de aandacht nu naar een minder zichtbaar maar fundamenteler niveau: de digitale infrastructuur waarop onze organisaties dagelijks functioneren.
Een debat dat verder gaat dan sociale media
Veel culturele organisaties maken al jaren gebruik van platforms als Instagram, TikTok en YouTube voor publieksbereik. Tegelijkertijd groeit het bewustzijn dat deze platforms eigen spelregels hanteren, met algoritmes waar we geen invloed op hebben. Dit heeft al geleid tot experimenten met alternatieven, zoals eigen communityplatforms of federatieve netwerken als Mastodon en PeerTube.
Maar de huidige discussie gaat dieper. Steeds vaker gaat het over de systemen die het dagelijkse functioneren bepalen: documentbeheer, e-mail, agenda’s en cloudopslag. Juist deze kantooroplossingen zijn zo diep verweven met onze werkprocessen dat de afhankelijkheid van een beperkt aantal, grotendeels niet-Europese technologiebedrijven, enorm is geworden.
Digitale infrastructuur als politiek vraagstuk
Deze hernieuwde aandacht voor digitale afhankelijkheid staat niet los van de onrust op het wereldtoneel. Oplopende spanningen en verschillen in wet- en regelgeving maken pijnlijk duidelijk dat onze digitale infrastructuur geen neutraal hulpmiddel is, maar een strategisch en juridisch vraagstuk. Europese instellingen spreken in dit kader steeds vaker over ‘digitale soevereiniteit’: de mate waarin landen en organisaties daadwerkelijk grip hebben op hun eigen data en communicatie.
Onderzoekers vergelijken deze digitale afhankelijkheid inmiddels vaak met onze eerdere strategische afhankelijkheid van buitenlandse energie. Net zoals we niet wilden dat de verwarming in onze gebouwen afhankelijk was van geopolitieke grillen, groeit nu het besef dat we diezelfde regie moeten terugpakken over onze data en software.
Politieke urgentie
In Nederland vertaalt deze urgentie zich naar de politieke agenda (Opent een externe link). In het coalitieakkoord van 2026 wordt digitale autonomie direct gekoppeld aan onze nationale weerbaarheid en de kwaliteit van publieke dienstverlening. Er wordt erkend dat een overstap naar alternatieve, soevereine oplossingen technisch mogelijk is, maar dat dit tijd, investeringen en duidelijke randvoorwaarden vanuit de overheid vraagt.
Parallel daaraan ontstaan maatschappelijke initiatieven zoals het begin 2026 gepresenteerde Actieplan Digitale Autonomie (Opent een externe link) van PublicSpaces en ECP. De boodschap is helder: individuele organisaties kunnen deze enorme afhankelijkheid niet in hun eentje verminderen. Er is een gezamenlijke koers nodig. Samenwerking en gedeelde keuzes zijn de enige manier om als sector collectieve slagkracht te ontwikkelen.
Zowel noodzaak als kans
Ook voor de cultuursector is dit een bittere noodzaak, maar tevens een kans. Culturele instellingen hebben een publieke opdracht; zij beheren ons collectieve geheugen en bieden een podium aan vrije expressie. Als de technologie die hiervoor gebruikt wordt volledig in handen is van buitenlandse ondernemingen, ontstaat er een fundamenteel risico voor onze onafhankelijkheid. In een verschuivend geopolitiek veld kan de controle over onze systemen namelijk worden ingezet als machtsmiddel.
Wanneer de verhoudingen met het land van herkomst onder druk komen te staan, zijn we kwetsbaar: van eenzijdige prijsstijgingen en wijzigingen in voorwaarden tot het feitelijk beperken van de toegang tot onze eigen data en software. Als je niet zelf aan de knoppen zit, ben je onderdeel van een strategisch schaakspel waar je als individuele organisatie weinig invloed op hebt. Vooral voor kleinere organisaties met beperkte IT-capaciteit is deze afhankelijkheid een zware opgave.
Geen breuk, maar een verschuiving
De praktijk is natuurlijk weerbarstig. Grote tech-bedrijven bieden oplossingen die stabiel, gebruiksvriendelijk en perfect geïntegreerd zijn. Europese of open-source alternatieven vragen vaak om meer technische kennis en nieuwe afspraken over samenwerking. Daarom zal er geen sprake zijn van een plotselinge breuk, maar van een geleidelijke, strategische verschuiving.
Wat daarbij steeds duidelijker wordt: digitale infrastructuur is geen randvoorwaardelijk proces meer. Het is een fundamentele keuze die raakt aan de autonomie en de toekomstbestendigheid van eigenlijk alle sectoren en daarmee onze gehele digitale infrastructuur.
De eerste stap: de waarde-vraag
De cultuursector maakt deel uit van een breder maatschappelijk debat waarin technologie niet langer alleen een middel is, maar ook een onderwerp van politiek. We moeten onszelf de vraag durven stellen: op welk fundament willen wij onze organisaties bouwen?
Om die beweging in gang te zetten, is het goed om terug te gaan naar de kern. Want voordat je naar de techniek kunt kijken, heb je te bepalen waar de integriteit als publieke instelling begint. De belangrijkste vraag die elke organisatie zichzelf nu kan stellen, is de 'waarde-vraag'. In ons volgende artikel gaan we dieper in op deze vraag en ontdek je hoe je jouw digitale keuzes kunt toetsen aan de publieke waarden van jouw organisatie. Dit verschijnt binnenkort online.
Praat verder in de community
Heb jij al stappen gezet om minder afhankelijk te worden van Big Tech? Of loop je tegen barrières aan waar je graag met vakgenoten over wilt sparren? In de DEN-community delen we praktijkervaringen, tools en strategieën voor een digitaal weerbare sector. Lees hier verder.
