Verslag workshop Hergebruik van je artistieke materiaal en auteursrechten

Op 10 december 2018 organiseerde DEN de workshop ‘Hergebruik van je artistieke materiaal en auteursrechten’. Sebastiaan ter Burg, Circular Content, fotograaf en open data-voorvechter en Maarten Zeinstra, IP Squared, informatieprofessional en, IE-jurist en voorzitter van Open Nederland, spraken er over hoe je de rechten voor je materiaal kunt regelen en waar je op moet letten als je met open data werkt.

Sebastiaan ter Burg begint met een leuke ijsbreker; hij vraagt de deelnemers van de workshop om hun mobiele telefoons met de buurman uit te wisselen. De eerste vragen komen al meteen; moet ‘ie ontgrendeld worden? En dat is precies het punt dat hij wil aanstippen; kan iemand anders bij de informatie?

We zijn afhankelijk van apparaten geworden. Ze zijn beter beveiligd dan ouderwetse papieren notities, maar ze gaan wel veel minder lang mee. Oftewel; de standaarden veranderen. En daarmee kunnen ook bestandsformaten veranderen. De levensduur van bestandsformaten wordt geschat op 10 jaar. Als je bestanden dus niet converteert, gaan ze verloren. Een aantal deelnemers geeft aan dat dat misschien wel helemaal niet zo erg is. Maar hoe bepaal je die waarde?

Argumenten voor open standaarden

De waarde van bestanden kan alleen bepaald worden door (her)gebruik, niet door de maker zelf. Dus als je niet weet hoeveel waarde je materiaal heeft, wanneer weet je dan of iets de moeite waard is om te bewaren en/of vrij te geven? Dat kan een argument zijn om juist al je werk te bewaren en vrij te geven. Daarnaast zijn er nog meer redenen te bedenken om te pleiten voor het archiveren en vrijgeven van al je bestanden:

De definitie van bereik is veranderd; het gaat niet alleen om fysieke bezoekers, maar ook om andersoortig bereik, bijvoorbeeld online. Het online vrijgeven kan dan meerwaarde hebben.
Daarnaast veranderen verdienmodellen radicaal. Naast de voorstelling zijn er mogelijk ook andere bronnen van inkomsten. Open content en standaarden kun je dan wellicht in een nieuw verdienmodel verwerken. Technologie democratiseert toegang tot kennis en informatie, maar dat werkt alleen als die kennis en informatie beschikbaar is. Content kan nieuwe vormen en nieuwe betekenissen krijgen als het verder bewerkt kan worden. Het kan dus nieuwe artistieke waarde krijgen.
Sebastiaan zet de deelnemers aan een oefening om op te schrijven wat je van een recente voorstelling inspirerend vond en wat je daarvan zou willen (her)gebruiken. Vervolgens vraagt hij deelnemers om nog iets verder te denken; welke deelproducten horen daarbij en wie zijn er bij de productie ervan betrokken? En wat heb je bijvoorbeeld niet gebruikt omdat je geen toestemming kon krijgen of niet kon vinden bij wie je daarvoor moest zijn? Daarmee hoopt hij bij de deelnemers een mindset te creëren waarin ze zelf ook kunnen gaan nadenken over hun eigen materiaal en hoe ze dat beschikbaar stellen of zouden kunnen stellen.

De basis van auteursrecht

Maarten Zeinstra duikt met de deelnemers in de basisprincipes van het auteursrecht: het beschermt de intellectuele creatie van de maker, je krijgt het automatisch en het vervalt in principe 70 jaar na de dood van de maker. De maker is de rechthebbende, tenzij het werk in dienstverband van een opdrachtgever is gemaakt.

De structuur is onderverdeeld in economische rechten en persoonlijkheidsrechten. Economische rechten zijn overdraagbaar. Je kunt ze weggeven, verkopen en licenseren. Onder economische rechten vallen het recht tot openbaarmaking en het recht tot verveelvoudiging. Daarnaast zijn er persoonlijkheidsrechten, die zijn niet overdraagbaar. Dat is bijvoorbeeld het recht op naamsvermelding of het recht om je te verzetten tegen verminking in je werk. Deze kunnen na de dood overgaan op de erfgenamen.

Er zijn enkele uitzonderingen op het auteursrecht. Voor culturele instellingen gelden die bijvoorbeeld voor het ter beschikking stellen in eigen gebouw, voor een preserveringskopie en ter aankondiging in een catalogus. Er zit een kleine adder onder het gras: deze uitzonderingen gelden niet op het internet. Als museum kun je dus niet onder deze voorwendselen je digitale kopieën online beschikbaar maken voor een groot publiek.

Auteursrecht is de tijdelijke uitzondering op het publiek domein. Voor het gebruiken van werken in het publiek domein heb je namelijk geen toestemming nodig. Als het auteursrecht vervalt, meestal 70 jaar na de dood van de maker, komt een werk in het publiek domein terecht.

 

Voorbeeld: Shakespeare is in principe publiek domein, maar als er een nieuwe vertaling wordt gemaakt naar modern Engels, geldt voor die vertaling dat het als nieuw werk weer onder het auteursrecht valt.

Naburige rechten

Recht van de uitvoerend kunstenaar

Als uitvoerend kunstenaar heb je vaak zelf geen auteursrechten op je werk, omdat je je werk in dienst doet van een uitvoerder of in het grotere geheel van een compositie. Je hebt echter wel naburige rechten. Deze vervallen 50 of soms 70 jaar na de uitvoering van het werk en ook deze rechten krijg je automatisch. Je hebt bijvoorbeeld recht om te beslissen of een uitvoering mag worden opgenomen, of deze opname gereproduceerd, verkocht, verhuurd of uitgeleend mag worden en of deze beschikbaar mag worden gesteld voor het publiek.

 

Voorbeeld: Bij Mozart is de bladmuziek vrij te gebruiken, maar voor uitvoeringen geldt dat daar weer 50 of 70 jaar na de uitvoering auteursrecht over geldt.
Voorbeeld: Bij The Beatles zijn de auteursrechten zijn nog niet verlopen, want die verlopen pas 70 jaar na de dood van het laatste bandlid, maar het eerste concert was al wel meer dan 50 jaar geleden. De naburige rechten voor dat concert zijn dus wel verlopen en dit betekent dat je alleen nog maar toestemming nodig hebt van de rechthebbende van het auteursrecht. Dit zijn dan de componist en de tekstschrijver.

Portretrecht

Bij het portretrecht maken we onderscheid tussen een portret dat in opdracht is gemaakt en een portret dat niet in opdracht is gemaakt. Bij die eerste categorie is er toestemming nodig voor eerste publicatie. Dit recht duurt tot 10 jaar na de dood van de geportretteerde. Bij een portret dat niet in op dracht is gemaakt, bijvoorbeeld omdat iemand op straat fotografeert, is er geen toestemming nodig voor publicatie. Wel kan de geportretteerde bezwaar maken tegen de publicatie wanneer deze daar een goede reden voor heeft (redelijk belang), bijvoorbeeld als zijn professionele reputatie geschaad kan worden door de foto.

Een deelnemer heeft daar meteen een concreet voorbeeld van; haar foto stond in haar studententijd groot op de opleidingsbrochure. Heb je daar dan helemaal geen invloed op? Maarten legt uit; je moet dan een redelijk belang kunnen aantonen bij het verwijderen van de foto. Enkel als reden geven dat je het niet prettig vindt is hierin niet genoeg; er wordt per geval een afweging gemaakt van deze belangen. En je komt tegenwoordig met foto’s eerder in de regelgeving rondom de AVG terecht, want een foto telt als persoonsgegeven.

Groot recht

Groot recht regelt het recht om complete producties te mogen opvoeren. Bij complete producties, zoals musicals of opera’s, heb je namelijk te maken met veel verschillende auteursrechthebbenden. Onder het groot recht mag je dus deze producties opvoeren, maar dat betekent niet dat je verder niets hoeft te regelen. Producenten van dergelijke producties zijn ervoor verantwoordelijk om de rechten goed vast te leggen met alle rechthebbenden.

Citaatrecht

Het citaatrecht is een uitzondering op het auteursrecht. Onder het citaatrecht mag je een stuk uit een publicatie of uit een werk (dit kan zowel tekst als beeld zijn) gebruiken in het kader van je eigen werk. Er zitten echter wel wat beperkingen aan. Zo mag je dit alleen gebruiken bij een wetenschappelijke verhandeling, bij een beoordeling (zoals in een recensie) of bij vooraankondiging van een werk (zoals in een catalogus of brochure). Het gebruikte citaat moet zo kort mogelijk zijn en de bron moet altijd vermeld worden.

 

Creative Commons

Creative Commons-licenties zijn een uiting van de licensering van economische rechten en kunnen dus ook alleen door rechthebbenden van de economische rechten worden toegepast. De licenties zijn gebaseerd op vier bouwstenen: naamsvermelding, gelijk delen, niet-commercieel en geen afgeleide werken. Bij de bouwsteen ‘gelijk delen’ geef je aan dat alle afgeleide werken onder eenzelfde licentie moet worden gepubliceerd, waardoor je verder gebruik van open standaard voor jouw werk afdwingt.

Combinaties van deze bouwstenen bepalen de voorwaarden van de licentie. De meest vrije licentie is degene waarbij alleen naamsvermelding nodig is, terwijl de strengste licentie naamsvermelding vereist, maar ook stelt dat het werk niet voor commerciële doeleinden mag worden gebruikt en dat er geen afgeleide werken van worden gemaakt.

De algehele trend in de archiefsector is dat instellingen beginnen met de strengere CC-licenties, maar steeds meer alleen nog naamsvermelding vragen. Het Nationaal Archief is zelfs nog een stuk verder gegaan en heeft materiaal beschikbaar gesteld onder een CC0-licentie, wat de aanduiding is voor het publieke domein. Wanneer je werk publiceert onder een CC0-licentie, doe je actief afstand van je auteursrechten en mag het werk altijd vrij hergebruikt worden.

 

Open data

Wanneer je je materiaal als open data beschikbaar wilt stellen, is er een belangrijk verschil tussen de metadata en de content zelf. Metadata moet worden gepubliceerd onder CC0-licentie, want je moet afstand doen van het databankrecht. Voor de content zelf kun je, wanneer je kiest voor open data, kiezen uit de licenties publiek domein (CC0), CC-BY (alleen naamsvermelding) en CC-BY-SA (naamsvermelding en gelijk delen).

Dit voorbeeld maakt duidelijk dat het belangrijk is om te weten wat je met je werk wilt doen en dat duidelijk vast te leggen. Kies in dit geval voor een gelijk delen-licentie, of laat dat deel weg en stel het werk helemaal vrij ter beschikking.

In alle gevallen geldt dus: denk van tevoren na over wat je met je werk wilt bereiken en welke licentie daarbij past. Denk eens na over waar nu geld mee wordt verdiend en hoe dat misschien anders kan wanneer je je werk als open data beschikbaar zou stellen. Want juist nu er zoveel verandert, biedt de markt daar ook meer mogelijkheden voor.

 

Auteur: Marjet van Rietschoten

Communicatiemedewerker

Neem contact op met Marjet:


070 314 07 16
Thema's
Deel dit artikel