Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Blended learning: hoe maak je lesmateriaal met digitaal erfgoed?

Op 5 november organiseerde DEN een interactieve kennissessie over blended learning. Via Zoom vertelden Willemijn Zwart (Expeditie Vrijheid) en Pascale Price (NDT) over projecten waarin fysieke en digitale lessen worden gecombineerd. Daarna spraken we in twee deelsessies verder over de onderwerpen ‘aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep’ en ‘Het gebruik van digitaal erfgoed vs. fysieke bezoeken aan erfgoedlocaties’.

 

Geen tijd om het hele verslag te lezen? Hier zijn enkele tips op basis van deze bijeenkomst:

  • Willemijn en Pascale vertelden beiden dat de digitale programma’s worden ingezet om een bredere groep leerlingen te bereiken dan er met een bezoek of fysieke workshop kunnen worden bereikt.
  • Denk bij gebruik van (bestaand) digitaal materiaal goed na of het aansluit bij en geschikt is voor de doelgroep. Wees niet bang om, zoals Willemijn deed, externe bronnen te vragen om aanpassingen te doen die het materiaal geschikter maken.
  • Werk samen met het onderwijs bij het ontwikkelen van culturele digitale lessen om het goed te laten aansluiten en bruikbaar te maken.
  • Digitaal en fysiek kunnen elkaar goed aanvullen. Gebruik digitaal als startpunt voor projecten en voeg actieve opdrachten toe. Deze dagen leerlingen uit om buiten op onderzoek uit te gaan, of fysiek aan de slag zoals met de dansopdrachten.
  • Meer weten? Bekijk het stappenplan ‘Digitaal erfgoed in het onderwijs’.

Willemijn Zwart - Expeditie Vrijheid

 

Willemijn is van origine docent Nederlands, maar is nu al een aantal jaar actief als educatief ontwerper bij Komvoor. Ze neemt ons mee in het ontwikkelproces van het lespakket ‘Expeditie Vrijheid’; de uitdagingen, uitgangspunten, hoe het lesmateriaal eruit kwam te zien en hoe ze in twee weken alles toch nog hebben aangepast toen de lockdown werd ingesteld vanwege corona.

Vanuit Overijsselse WO2-instellingen kwam het verzoek om meer kinderen te bereiken dan de paar klassen die elk jaar fysiek op bezoek komen. De wens was daarbij om geen eenmalig project te doen, maar iets te ontwikkelen dat voor langere tijd bruikbaar en inzetbaar zou zijn. De focus moest daarbij liggen op regionaal erfgoed. In de canon komen namelijk vooral algemene dingen voor, zoals Anne Frank of het bombardement op Rotterdam, waardoor kinderen in andere provincies denken dan dat de gebeurtenissen ver van huis plaats vonden. 

Hoe start je zo’n project?

Als eerste werden er gesprekken gehouden met scholen uit het netwerk. Omdat de Tweede Wereldoorlog leeft en leerkrachten er goed onderwijs over willen geven, was er veel animo voor het project. Samen met tien partnerscholen werden er uitgangspunten geformuleerd voor het lespakket. Op basis daarvan is conceptlesmateriaal ontwikkeld voor groep 7/8 in de provincie Overijssel. Daarbij zijn de wettelijke kerndoelen voor WO2 in groep 7-8 afgedekt, evenals de burgerschapsdoelen uit de Handreiking Burgerschapsonderwijs zoals opgesteld door de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO). In deze conceptversie werden de uitgangspunten verfijnd tot: omgevingsonderwijs, methodevervangend werken en burgerschap.

Bronnen zoeken en geschikt maken

Om leerlingen onderzoek te kunnen laten doen en op zoek te laten gaan naar verhaal uit eigen omgeving, heb je relevante informatie nodig uit de eigen omgeving. Er zijn natuurlijk veel uitgaven op papier van bijvoorbeeld historische verenigingen, maar die zijn vaak niet goed vindbaar. Er zijn wel steeds meer goede websites met informatie over WO2 die je lokaal kunt inzetten. 

Het online aanbod is daarentegen best uitgebreid. Willemijn zocht daarom contact met beheerders van websites met WO2-informatie om aan te geven dat die sites voor een educatief doel zouden worden ingezet in het basisonderwijs. Daarmee voelden de websitebeheerder zich betrokken bij het project en konden ze bijvoorbeeld naar hun eigen subsidieverstrekkers communiceren dat er een aantal scholen uit Overijssel met hun aanbod aan de slag zou gaan. 

Bij het ontwikkelen van de het lespakket liep Willemijn tegen een aantal problemen aan. Aan de hand daarvan geeft ze de volgende tips om op te letten bij het inzetten van digitaal erfgoedmateriaal:

  • Vindbaarheid
    Niet alle bronnen konden toegankelijk worden ontsloten. Als je bijvoorbeeld in de  beeldbank WO2 zocht op ‘Ommen’, kreeg je duizenden resultaten die het woord ‘bommen’ bevatten. In dit geval zocht Willemijn contact met de beeldbank en kwam er een vernieuwde versie met een slimmer zoeksysteem.
  • Leesbaarheid
    In het belang van het project hebben sites teksten aangepast naar een makkelijker leesniveau met kortere zinnen, meer tussenkopjes, duidelijke signaalwoorden en een wat rustiger beeld.
  • Geschiktheid
    De foto’s van de bommen uit het eerdere voorbeeld waren bijvoorbeeld niet geschikt voor kinderen uit groep 7/8. Er is dus bij het uitzoeken van bronnen gelet op de geschiktheid van het materiaal.

Lesmateriaal bruikbaar maken

Iedere school is anders en iedere school heeft andere digitale middelen tot zijn beschikking. Daarom is het lesmateriaal op een digitaal laagdrempelige manier aangeboden, in de vorm van invulbare pdf’s. Willemijn heeft erop gelet dat verschillende leerkrachten en leerlingen ermee kunnen werken en dat het past binnen diverse ELO’s. 

En toen kwam covid-19. Het lespakket was begin 2020 gelanceerd met een strakke opbouw; eerst een introductie-opdracht, dan een omgevings-opdracht zoals een bunker bezoeken of iets zoeken in de eigen omgeving. Dat werd moeilijk toen de leerlingen thuis kwamen te zitten. Inmiddels deden er wel 188 scholen uit de provincie mee, dus dat was een uitdaging. Eén van de leerkrachten die als partner betrokken was, is toen zelf op expeditie gegaan met haar telefoon. Ze is op zes plekken bij haar in de buurt geweest en heeft daar filmpjes gemaakt die als introductie op de opdracht konden dienen. Voor 1 april (de vrijheidsmaand in Overijssel) waren de eerste filmpjes al klaar. Kinderen konden dan wel niet zelf op expeditie, maar ze hadden toch een beeld uit de praktijk en konden daarna door met de les. Er waren veel positieve reacties op deze oplossing.

Pascale Price - NDT apps

 

Nederlands Dans Theater is een internationaal dansgezelschap. Pascale is coördinator onderwijs bij NDT binnen de afdeling ‘educatie en talentontwikkeling’. Vandaag vertelt zij over de apps die NDT heeft ontwikkeld voor het primair onderwijs. Op dit moment zijn er lessen voor groep 3/4 en 5/6, maar er wordt gewerkt aan een doorlopende leerlijn en de volgende apps zullen worden ontwikkeld voor groep 7-8 en groep 1-2.

Pascale laat de deelnemers zelf even ervaren hoe het in de praktijk werkt door iedereen te laten meedansen met een choreografie van NDT. De deelnemers staan op en iedereen doet in zijn eigen werkkamer enthousiast mee.

Breder bereik

NDT wilde deze apps ontwikkelen voor het primair onderwijs om een bredere groep kinderen kennis te laten maken met NDT en moderne dans. Daarbij vinden ze het belangrijk dat de app laagdrempelig in gebruik is voor leerkrachten in de klas. Net als ‘Expeditie Vrijheid’ sluiten deze lessen aan bij de SLO-doelen en raakt het aan bredere thema’s zoals burgerschap, muziekonderwijs en sociale vaardigheden.

Bij de productie van de app werd verder samengewerkt met fondsen, specialisten, appbouwers en ook het interne artistieke team. Bestaande choreografieën werden apart gedanst om opnames te maken voor de lessen.

Elke school is anders

NDT ging in gesprek met scholen om te kijken waar het lesmateriaal goed bij past. In de praktijk blijkt dat het per school verschilt hoe de apps worden gebruikt: sommige scholen zetten de app in bij een projectweek over kunsten en anderen vinden het interessant om lesmateriaal rondom een voorstelling te koppelen aan bredere thema’s, zoals vriendschap.

Pascale laat de app zien aan de deelnemers; er is gekozen voor verschillende werkvormen zodat praten over dans, zelf dansen, reflecteren over wat je ziet en zelf een dans bedenken. De scholen en leerlingen waarderen deze afwisseling. Pascale signaleert dat er steeds meer wordt gewerkt vanuit de behoeftes van de scholen. In het begin kwam het project meer voort uit het artistiek enthousiasme van NDT, maar de ervaring leert dat je niet alles zelf achter je bureau kunt bedenken. Juist door verschillende expertises samen te brengen en scholen vanaf het begin in het proces intensief te betrekken., ontstaat een les die echt aansluit bij de doelgroep.

Deelsessies

 

In de twee deelsessies praten we verder. Veel deelnemers benoemen uit eigen ervaring ook de kracht van samenwerking; tussen verschillende experts en tussen culturele instellingen en scholen. Een tip die in de deelsessie over aansluiten bij de doelgroep wordt gegeven is dat je als instelling niet altijd zelf het wiel hoeft uit te vinden, maar ook kan aansluiten bij bestaande platforms en initiatieven.

In de andere deelsessie gaat het over werkvormen, hoe kijken de deelnemers bijvoorbeeld naar live lessen via Zoom? Een deelnemer vertelt over een foto-opdracht van MoMa, waarbij leerlingen samen naar foto’s kijken en daar dan vragen over stellen. Verder signaleerden deelnemers in deze sessie dat het vormgeven van interactie met leerlingen lastig is bij een digitale les. In het voorbeeld van MoMa werkte dit bijvoorbeeld wel goed, omdat leerlingen een concrete kijkopdracht kregen en daarmee uit de luistermodus werden gehaald. Na die opdracht waren de leerlingen aanzienlijk actiever bij de les betrokken. 

Veel deelnemers geven aan dat digitaal goed kan werken als startpunt van een project, maar dat fysiek bezoek of activiteit toch echt van meerwaarde is. Iedereen is het erover eens dat we nog veel langer over dit onderwerp zouden kunnen doorpraten. DEN blijft het onderwerp dan ook volgen, er artikelen over publiceren en evenementen organiseren.  

Meer lezen over dit onderwerp:

Thema's
Deel dit artikel

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.