Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Focusmodel: Succesvolle digitale transformatie vereist een geïntegreerde aanpak

Digitale transformatie heeft gevolgen voor de manier waarop culturele organisaties nieuwe producties en diensten ontwikkelen en in de markt zetten, collecties opbouwen, het publiek bereiken, het artistieke maakproces doorlopen en ook op hun bedrijfsvoering. Digitalisering heeft, mits goed ingezet, een positief effect op de effectiviteit en maatschappelijke relevantie van culturele instellingen. Dit vraagt om een digitale strategie waarbij alle aspecten van de organisatie meegenomen worden en waarmee de maatschappelijke impact vergroot wordt. Om deze geïntegreerde aanpak voor culturele instellingen en individuele makers inzichtelijk te maken heeft DEN een eerste versie van een focusmodel ontwikkeld. De komende tijd zal DEN dit model samen met het veld verder gaan uitwerken. In dit artikel introduceren we het model en nemen we je mee naar de basis.

De opbouw van het model

Het focusmodel bestaat uit vier assen: ‘product’, ‘publiek’, ‘bedrijf’ en ‘maker’. Met die vier assen worden vier kwadranten gecreëerd, waarbinnen je de projecten, producten en diensten in je organisatie en de uitgangspunten van je strategie kunt plotten.

 

Door je activiteiten en uitgangspunten te plotten, krijg je inzicht in waar je staat als organisatie in het digitale domein en in welke onderdelen van het totale bedrijfsproces deze activiteit doorwerkt, waar je al gebruikmaakt van digitale mogelijkheden en waar nog niet. Als vervolgstap kun je zo’n plot gebruiken om een nieuwe strategie op te stellen of om je huidige aanpak te evalueren.  Je plot in dat geval een ideale situatie, gewenste digitale activiteiten of je toekomstvisie en kijkt op welke vlakken je nog stappen moet zetten om daar te komen.

Uiting

Het eerste kwadrant ‘uiting’ beschrijft de relatie tussen maker en product. De focus ligt op de manier waarop digitalisering makers  in staat stelt om nieuwe verhalen te vertellen, zoals door een voorstelling, een concert, een tentoonstelling, kunstwerken of collecties die op nieuwe manieren worden ontsloten en getoond. Een mooi voorbeeld hiervan is het Performance Technology Lab, een initiatief van Feikes Huis, Cinedans, Likeminds en Beamlab, dat labs voor makers organiseert waar ze kunnen experimenteren met oude en nieuwe technologieën. De kennis wordt gedeeld op een online platform waar ook andere makers toegang toe hebben. Performance Technology Lab is een van de drie open call projecten van DEN. Het lab komt voort uit de behoefte van makers, producenten en designers om in een beginstadium al te experimenteren met technologie en zo hun artistieke concept, dramaturgie en technologie gelijktijdig te kunnen ontwikkelen.

Beleving

Het tweede kwadrant gaat over de ‘beleving’ van het publiek. Wanneer ontstaat een nieuwe vorm van publieksbeleving bij het kunstwerk, de tentoonstelling, het optreden of archiefmateriaal met behulp van digitale technieken. Een mooi voorbeeld hiervan is de robot Double. Dit is een op afstand bestuurbare robot, waarmee men door de tentoonstelling ‘The Swarm’ kan bewegen. De bezoeker stuurt zelf - van waar ook ter wereld - de telepresence-robot door de expositieruimte van presentatieplatform Tetem heen en beleeft zijn eigen verhaal. De tentoonstelling ‘The Swarm’ is samengesteld door de kunstenaar Anne de Boer in opdracht van Tetem en onderzoekt de wisselwerking tussen kunstmatige en natuurlijke intelligentie. De robot is ingezet om mensen op afstand toch door de tentoonstelling heen te leiden, waarbij ze net als in het echte leven, zelf de regie hebben. Zo’n robot bezorgt het publiek daarmee voor een totaal nieuwe ervaring.

Vermarkten

Het derde kwadrant, ‘vermarkten’ gaat over de relatie tussen je bedrijfsvoering en je publiek. Hoe draagt digitalisering bij aan het verbeteren van je bereik, impact of maatschappelijke rendement? En hoe draagt digitalisering bij aan de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen of het vergroten van je verdienvermogen?

Afgelopen voorjaar hebben archieven, zoals het BHIC, tijdens de sluiting in het kader van covid-19 hun bestaande chatfuncties uitgebreid of opgezet om zo hun klanten toch van dienst te kunnen zijn. Daaruit bleek dat er ook veel nieuwe klanten contact zochten via de chatfunctie, met name mensen die lastig zelf naar het archief kunnen komen, ook wanneer de leeszalen weer open gingen. Denk bijvoorbeeld aan onderzoekers aan de andere kant van het land die via deze manier scanning-on-demand kunnen aanvragen of op afstand kunnen overleggen met archiefmedewerkers over hun onderzoek en mogelijk interessante collecties. Een tip van het BHIC voor instellingen met collecties is om niet meteen een nieuwe chatfunctie in te richten, maar om te kijken of je kunt aanhaken bij een ander archief in de regio.

Proces

Het vierde kwadrant betreft het ‘proces’. Digitalisering heeft ook gevolgen voor de ondersteunende processen bij het maakproces. Denk bijvoorbeeld aan samenwerken op afstand, het delen van het maakproces of het archiveren daarvan. Zo is een aantal dansgezelschappen bijvoorbeeld begonnen met het digitaliseren en ontsluiten van hun collecties. Het Nederlands Dans Theater (NDT), de Nationale Opera & Ballet (NO&B), International Choreographic Arts Centre Amsterdam (ICK) en het Rotterdamse Scapino Ballet lopen zijn voorbeelden van deze professionaliseringsslag in informatiemanagement. Dit levert voor deze gezelschappen winst op bij de interne bedrijfsvoering. Het voorkomt lange zoektochten naar oude documenten of materialen van voorstellingen en dus dubbel werk. Dit is zeker relevant in de danswereld, waar voorstellingen geregeld opnieuw worden uitgevoerd.

Een testcase met het focusmodel: NITE Hotel van NNT/Club Guy & Roni

In het voorbeeld van het NITE Hotel van NNT/Club Guy & Roni kun je zien hoe een project in de verschillende kwadranten, dus binnen verschillende domeinen van de organisatie zijn uitwerking heeft. NITE Hotel is een online platform voor voorstellingen, dat in sneltreinvaart ontwikkeld is toen de culturele instellingen hun deuren moesten sluiten. 

Uiting: Het uitgangspunt voor het NITE Hotel was de voorstelling Before/After, die eigenlijk gemaakt is voor het fysieke theater. Door de corona-crisis waren de makers gedwongen om de fysieke productie heel snel om te zetten naar een digitale versie. Hiervoor werd de voorstelling opgenomen vanuit negen verschillende camera-perspectieven die later tot één geheel werden gemonteerd. Digitalisering veranderde in dit geval pas de eindfase van het maakproces. Voor nieuwe producties voor het platform zal veel meer interdisciplinair en multimediaal gewerkt worden, waarbij de makers op zoek zullen gaan naar een nieuwe kunstvorm die past bij het platform. 

Beleving: Over de beleving van de bezoekers is veel nagedacht. Uiteindelijk wilden de makers in NITE Hotel de ervaring van het fysieke theater omzetten naar een online ervaring. In dit geval betekende dat: de mogelijkheid tot sociale interactie tussen bezoekers en tot interactie met de makers en performers. Dit is onder andere gedaan door niet voor streaming-on-demand te kiezen, maar door de voorstelling op vaste momenten aan te bieden, waarbij bezoekers zelf ook hun camera’s aan hadden gezet. Ook kunnen er vooraf en achteraf vragen gesteld worden en is er de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten in een virtuele bar van het NITE Hotel.

Vermarkten: Doordat het platform nieuw, internationaal publiek trekt, is het mogelijk om de voorstellingen op het platform veel breder te vermarkten. Door de plaats-onafhankelijkheid trekt het aanbod in het NITE Hotel nieuw publiek dat anders niet zo snel naar het theater zou gaan. De makers zoeken nog naar aanvullende verdienmodellen. De makers geven aan dat ze met dit digitale platform de hele wereld bereiken, maar dit verdient zich nog niet terug in ‘klinkende munt’. Voor NITE Hotel is in eerste instantie gekozen voor een pay-what-you-want model. Bezoekers kunnen dus zelf bepalen wat ze over hebben voor de voorstelling. Of dit model houdbaar is voor de lange termijn moet zich nog uitwijzen. 

Proces: Het ontwikkelen van een nieuw platform en een nieuwe kunstvorm heeft ook invloed op de interne bedrijfsprocessen. Het platform is ontwikkeld door intensieve samenwerking met een externe partij. Dat vereist voldoende tijd, middelen en kennis binnen de organisatie. Na oplevering van het platform moeten er bijvoorbeeld processen ingericht worden voor het verzamelen van feedback en mogelijkheden voor innovatie en doorontwikkeling. Dat zien ze ook bij NNT/ Club Guy & Roni, waar het online platform, net als het fysieke theater, een volwaardig podium is geworden. 

Toekomstplannen

De komende tijd gaat DEN dit focusmodel verder ontwikkelen door samen met een aantal instellingen uit de erfgoed– en kunstensector te kijken naar de vragen die nodig zijn om de activiteiten en strategie te plotten en daar handvatten aan te koppelen. Dit doen we op een iteratieve manier aan de hand van een aantal sprints, waarbij we nieuwe versies van het model snel willen testen met het veld.

Dit zal resulteren in een online tool waarmee instellingen zelf hun activiteiten kunnen plotten en naar aanleiding daarvan verdere adviesgesprekken bij DEN kunnen aanvragen.

Meer informatie of meedoen met een focusmodel-test?

Mail ons via den@den.nl als je het focusmodel uit wilt testen bij jouw instelling, of als je graag meer wilt weten.