Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Dubbelinterview: Zo kom je toekomstbestendig uit de crisis

Nu de culturele en creatieve sectoren door de coronacrisis plotseling voor een ongekende uitdaging staan, is het belang van de ondersteunende instellingen zichtbaarder dan ooit. Cultuur+Ondernemen ging in gesprek met twee directeuren die zich wijden aan het toekomstbestendig maken van de sector – een missie die ineens in een stroomversnelling is geraakt.

We spraken Maaike Verberk, directeur van DEN Kennisinstituut cultuur & digitalisering, en Titia Haaxma, directeur van Cultuur+Ondernemen. Beide instellingen opereren bovensectoraal: ze delen kennis die relevant is voor de gehele cultuursector, van regisseurs en ontwerpers tot musici en musea. Tijdens een inspirerend videogesprek deelden Verberk en Haaxma hun ervaringen en expertise. Welke inzichten deden zij de afgelopen weken op? Wat zijn hun tips voor het in gang zetten van een duurzame en betekenisvolle verandering?

Hoe hebben jullie de afgelopen weken binnen jullie organisaties ervaren?

Titia Haaxma: "De relevantie van cultureel ondernemerschap werd in één klap veel duidelijker. Er ligt een enorme klus voor ons: dat geldt voor de hele sector. Nu de uitdagingen zo groot zijn, komt het echt aan op creativiteit, onszelf opnieuw uitvinden en nieuwe kansen zien."

Maaike Verberk: "Dat herken ik, er is veel behoefte aan kunde en kennis. Op het gebied van ondernemerschap en op het gebied van digitalisering. Voor de crisis waren we bezig met bewustwording: dat digitalisering belangrijk is voor relevantie, publieksbereik en toekomstbestendigheid. Toen het publiek ineens alleen nog maar digitaal te bereiken was, kwam die bewustwording er bij veel instellingen versneld. De volgende stap is handelingsbekwaamheid: het kunnen ontwikkelen en toepassen van de mogelijkheden van digitalisering. Het einde van de maatregelen rondom social distancing is nog niet in zicht. De uitdaging is dus om van een reactief naar een strategisch niveau te komen. Daarvoor luisteren we goed naar de sector. Er is bijvoorbeeld behoefte aan advies voor solide online verdienmodellen en waardevolle interactie met het publiek. En bij veel instellingen leeft de vraag hoe ze hun vrijwilligers ook digitaal betrokken kunnen houden."

TH: "We zagen verschillende fases. Nadat de eerste praktische uitdaging van het op afstand werken was overwonnen, ontstond het besef van de financiële impact. Iedereen ging aan de slag om in kaart te brengen wat de maatregelen betekenden voor de bedrijfsvoering. Er werden aanvragen voor steunmaatregelen ingediend. Daarna volgde de vraag: hoe te overleven? Hoe houden we contact met het publiek, hoe zorgen we dat we daar ook voldoende mee verdienen? Kortom: het ondernemerschap werd aangesproken."

MV: "Het was mooi om te zien hoe snel er online werd opgeschakeld. Die gedrevenheid – zelfs al stort het dak boven je hoofd in – is typerend voor de cultuursector."

TH: "Er zit inderdaad een geweldige kant aan: relevant blijven, zichtbaar blijven voor het publiek. Maar alles meteen gratis online aanbieden is geen duurzaam verdienmodel."

MV: "Bij veel instellingen komt nu het besef dat ze op zoek moeten naar duurzame methodes. Daar was in de eerste weken, begrijpelijk, nog niet veel ruimte voor. Dat is wat ik bedoel met de ontwikkeling van reactief naar strategisch. Gewoon een videoregistratie van een toneelstuk online zetten, doet minder recht aan de artistieke waarde van het werk. Het is een uitdaging om digitaal aanbod te ontwikkelen dat het live aanbod aanvult, en er ook substantieel van verschilt: een eigen platform met een eigen verdienmodel en een eigen publiek. Daar liggen ook kansen. Daarom is het interessant om het digitale aanbod toekomstbestendig te maken. Nu culturele instellingen weer open zijn, mogen er minder bezoekers dan normaal naar binnen. Het blijft dus belangrijk om na te denken over een betekenisvolle combinatie van live en digitaal. Dat kan bijvoorbeeld als hier ruimte voor komt in de beleidsplannen voor de komende vier jaar. Ruimte, bijvoorbeeld, om binnen prestatiecriteria die vóór de huidige crisis zijn bepaald plaats te maken voor digitaal onderzoek en experiment. Het is belangrijk dat het hele cultuursysteem open staat voor zulke innovatie: organisaties, overheden, financiers, maar ook het publiek."

TH: "Ik vind die hybride periode die voor ons ligt, met een nieuwe combinatie van live en digitaal, heel spannend. Op een positieve manier. We herontdekken nu bijvoorbeeld het belang van samen in een concertzaal zitten, van de interactie tussen zaal en podium, van een schilderij in het echt zien. Hoe creëren we vergelijkbare waarde digitaal?"

Innoveren, experimenteren en digitaliseren is kostbaar en brengt risico’s met zich mee. Culturele instellingen moeten juist bezuinigen en kunnen zich nu eigenlijk geen mislukkingen – hoe leerzaam ook – veroorloven. Wat adviseren jullie?


TH: "Grenzen bevorderen creativiteit. De limieten die de anderhalvemetersamenleving met zich meebrengt, prikkelen de verbeelding enorm. Dat zie je gebeuren. Grote producties kunnen plaatsmaken voor kleinschalige: met minder mensen in de zaal, maar ook minder mensen achter de schermen – en dat speelt weer middelen vrij. Het gaat niet alleen om bezoekersaantallen, maar ook om impact. De meeste financiers zijn coulant in hun prestatiebeoordelingen. Ik denk dat zij ook blij zijn wanneer experimenteren leidt tot alternatieven, lessen en zicht op een nieuwe praktijk. Want het is wel duidelijk dat het voorlopig niet meer wordt zoals het was."

MV: "We gaan instellingen ook helpen om die impact nu goed te meten. Wanneer je kunt onderbouwen hoe je met online activiteiten een ander, breder publiek bereikt, is dat waardevol gezien de rol die je hebt als culturele instelling of maker. Zo kunnen we als sector gezamenlijk een casus bouwen om hier ruimte voor te maken: bijvoorbeeld bij innovatiefondsen en binnen bestaande budgetten. Het is belangrijk dat die ruimte er de komende subsidieperiode blijft. Het zou jammer zijn als de innovatie in de kiem gesmoord wordt omdat men te veel vast wil blijven houden aan de originele beleidsplannen*."

* Inmiddels heeft de Raad voor Cultuur hier al een voorstel voor gedaan.

Tot slot: hoe kun je, als kunstenaar of als organisatie, voor duurzame veranderingen zorgen?


MV: "Ik zie deze crisis als katalysator. Het blijft aan jezelf of je hierna weer helemaal teruggaat naar het oude. Dat is niet altijd even toekomstbestendig. Een digitaal aanbod moet authentiek zijn en aansluiten bij je intentie en dan kan het ook echt je maatschappelijke relevantie vergroten."

TH: "Deze periode zorgt voor een belangrijke impuls. Veel mensen kunnen nu ineens niet verder met een volgende productie, tour of tentoonstelling. Dat is hard, dat realiseer ik me goed. Dit plotselinge stilvallen creëert ruimte om na te denken over innovatie. Zo ontstaat er een nieuw evenwicht tussen live en online aanbod. Als je nu ontdekt dat je via andere wegen nieuwe groepen kan bereiken, houd dat dan vast. Maar de essentie blijft gelijk: ben je relevant en heb je impact?"