Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Online cultuureducatie #2: hoe creëer je digitaal meerwaarde voor docenten en kinderen?

Veel instellingen doen nu dingen online, ook voor educatie. Maar hoe weet je of dat goed wordt ontvangen, hoe ben je nog onderscheidend nu er van alles online wordt gezet, en waar hebben docenten en leerlingen behoefte aan? Deze vragen werden besproken in de livesessie over cultuureducatie op 15 april. Een kort verslag.

Deelnemers aan de livesessie werkten bij verschillende soorten musea, bij festivals, dansgezelschappen of als cultuurcoach. Vragen die deelnemers hadden liepen uiteen van 'we willen graag online iets doen voor het onderwijs, maar we weten niet goed hoe' tot 'hebben thuiszittende kinderen wel behoefte aan video's', 'hoe zorg je voor interactie met je doelgroep' en 'voegt ons initiatief nog wel iets toe aan de stortvloed van online initiatieven'. 

Kort samengevat: tips voor online cultuureducatie

  • Vertaal de successen uit je fysieke activiteiten naar de digitale activiteiten; laat opdrachten onderdeel zijn van een groter programma dat je doelgroep kan doorlopen.
  • Als je contact hebt met docenten; maak het ze zo makkelijk mogelijk. Mail ze kant-en-klare lespakketjes met instructies waar ze wat kunnen vinden en hoe lang leerlingen ermee bezig zijn.

  • Kijk waar je aan kunt sluiten bij de lesstof of de belangrijke aandachtspunten van een specifieke school.

  • Zoek contact met Cultuureducatie met Kwaliteit-penvoerders, zij hebben de regionale contacten met zowel cultuuraanbieders als scholen. Zij kunnen je helpen uitzoeken waar je materiaal aan kan sluiten en ze kunnen je helpen een netwerk op te bouwen binnen de scholen. Voor voortgezet onderwijs kun je ook contact zoeken met docentenvakverenigingen als VONKC en VLS.

Bepaal je successen

Ronald Kox (LKCA) start het gesprek met de vraag; wat is jullie eigen succes op dit moment? Dat zegt namelijk ook iets over je online aanwezigheid. Veel instellingen doen nu dingen online, ook voor educatie. Wanneer je weet je of dat goed wordt ontvangen en hoe je je bereik kan meten behalve het aantal bezoekers op je website, kan je helpen bepalen wat je online strategie wordt. Veel deelnemers wisten nog niet zo goed hoe online initiatieven ontvangen worden. Je kunt natuurlijk kijken naar aantal bezoekers en pagina- of videoweergaven, of al iets gedetailleerder naar de tijd die bezoekers doorbrengen op bepaalde pagina's,  maar de enige manier om echt goed te weten wat je publiek vindt is toch door actief respons op te halen uit je netwerk. Vraag mensen die je al kent wat ze van je producten vinden, zet kleine surveys uit of laat mensen op je website beoordelen met een smiley.

Wanneer je wel goed in beeld hebt wat je fysieke activiteiten succesvol maakt, kun je dat omzetten naar online. Gebruik dus bekende successen uit je fysieke activiteiten. Een opdracht online zetten is goed, maar in je fysieke bezoeklessen voor klassen doe je dat ook als onderdeel van een groter programma, zodat leerlingen in stappen een logische opbouw hebben binnen het programma dat je aanbiedt. Dat moet je digitaal ook zo aanpakken. Een manier om dat te doen is volgens de principes van gamification. Dat kan bijvoorbeeld al door leerlingen een codewoord te laten verzamelen om door te gaan naar een volgende pagina.

Interactie met je doelgroep

Als je fysiek gebruikmaakt van museumdocenten of workshopbegeleiders, is die begeleiding digitaal wat lastiger te bereiken. Hoe zorg je voor die interactie? Daarin heb je meerdere opties. Soms moet je leerlingen (eventueel met ouders erbij) gewoon vragen op een bepaalde tijd klaar te zitten voor een interactieve les. Dat kan ook digitaal klassikaal worden vormgegeven, zodat leerlingen dat groepsgevoel ervaren. Je kunt ze ook zelfstandig laten werken, met elke week een vast vragen/begeleidings-uurtje met een docent. En interactie kun je ook richten op de docenten; geef hen dan de tools om die interactie met hun leerlingen aan te gaan.

Aansluiten bij de behoeften uit het onderwijs

Zitten docenten wel te wachten op al dat extra aanbod? Eén van de deelnemers merkt op: "Ze zijn al druk en nu verzuipen ze ook nog in al het nieuwe online materiaal." Ronald adviseert om contact op te nemen met de penvoerders van het Cultuureducatie met Kwaliteit-programma, die lokaal het aanbod verzamelen en overzicht houden. Zij hebben ook een goed netwerk van docenten en goede contacten met scholen. Voor VO kun je ook contact opnemen met verenigingen van vakdocenten, bijvoorbeeld VONKC of VLS. Op die manier kun je je (les)materiaal aanbieden en overleggen waar dat kan aansluiten in het aanbod richting scholen. 

Heb je zelf al contact met één school of meerdere scholen in je eigen omgeving? Reik dan in deze tijden juist hun de hand. Begin met één school, en vraag waar de behoefte zit. Eén van de deelnemers heeft bijvoorbeeld scholen in de omgeving benaderd om te vragen of er behoefte was aan filmpjes van dansers en musici met dansinstructies voor de kinderen. Op die manier weet je waar docenten en scholen behoefte aan hebben en waar je materiaal aansluit.

Leestips & gedeelde links tijdens de sessie