Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Ruimte voor experiment: Hoe technologie en artistiek concept bij elkaar komen in het Performance Technology Lab

Hoe bouwen we een Lab waar podiumkunstenaars in een vroeg stadium van hun conceptontwikkeling kunnen experimenteren met technologie? Een lab waar theatermakers, designers en technische experts samen spelen met nieuwe en oude technologie, de creatieve mogelijkheden verkennen, schetsen maken voor nieuwe concepten en nieuwe toepassingen uitvinden. Deze vraag staat centraal bij het Performance Technology Lab, dat in 2019 met steun van DEN twee labs organiseerde en een online platform heeft gelanceerd waarop de resultaten worden gedeeld.

Partners in het project zijn Feikes Huis, Likeminds, Cinedans, BeamLab, Over het IJ Festival, De Toneelmakerij, Dansmakers en natuurlijk DEN. CultuurOntwerp is bovendien betrokken geweest om het proces van design thinking te begeleiden. Ook in 2020 blijft het Performance Technology Lab actief, zo zijn er in januari alweer twee labs georganiseerd: een rondom robots en AI en een in samenwerking met de HKU, afdeling Interactive Performance Design, rondom DNA als bron voor nieuw werk.

Het Performance Technology Lab organiseert labs voor makers waar ze kunnen experimenteren met oude en nieuwe technologieën en ontwikkelt daarnaast een online platform waarop de kennis van de labs worden gedeeld. 

In 2019 zijn er 2 labs georganiseerd: het eerste lab was onderdeel van het Over het IJ Festival in Amsterdam van 3 tot en met 10 juli. In dat lab kwamen 8 makers bij elkaar om te experimenteren. Daarnaast waren er lezingen en kon het festivalpubliek langs komen om het work in progress van de makers te bekijken. Het tweede lab werd samen met De Toneelmakerij in Amsterdam georganiseerd van 19 tot en met 22 november. Hier namen 5 makers aan deel die zich vooral bezig hielden met video, projectie en interactie met de performer. Het lab werd afgesloten met een presentatie.

Wat was de aanleiding om te starten met het lab?

Het lab komt voort uit de behoefte van makers, producenten en designers om in een veel eerder stadium al te experimenteren met technologie en zo hun artistiek concept, dramaturgie en technologie gelijktijdig te kunnen ontwikkelen. Steeds meer theatermakers ontwikkelen concepten waarin moderne technologie een grote rol speelt. Ze spelen met de visuele en technologische cultuur van nu en gebruiken daarbij allerlei nieuwe en oude technologie. Die technologie kan op het podium alleen betekenis krijgen als die vanaf de concept- en ontwikkelfase betrokken wordt. Daarnaast hebben ook technologiebedrijven en -ontwikkelaars behoefte aan de verbeelding en creativiteit van kunstenaars. In het Performance Technology Lab kunnen ze samen nieuwe apparatuur testen, andere artistieke en functionele effecten ontdekken en nieuwe toepassingen ontwikkelen.

Doelstelling is dat het lab ook fungeert als kenniscentrum: een platform waarin de creatieve oplossingen en technologische uitvindingen gedeeld worden, waar makers en ontwikkelaars elkaar makkelijker kunnen vinden en expertise gedeeld kan worden. Naast de fysieke labs - de werkplaats waar hands-on geëxperimenteerd wordt rond nieuwe artistieke concepten in ontwikkeling - hebben we ook een platform gebouwd waarin we de creatieve energie, de uitvindingen en kennis, delen met het gehele podiumkunstenveld. We blijven dit platform ook steeds verder ontwikkelen en uitbreiden.

Wat was jullie aanpak?

Het plan is ontstaan uit een pilot project in 2017: een tech lab voor makers en technologie van Feikes Huis, Likeminds, Dansmakers en BeamLab in Dansmakers Amsterdam. Op basis van die ervaring hebben we een plan ontwikkeld: een traject van twee jaar waarin we met een groeiend aantal partners uit het veld - verschillende producenten, ontwikkelplekken, opleidingen en vooral kunstenaars, designers en tech types - experimenteren met mogelijke werkvormen. Gaandeweg wordt een duurzaam model ontworpen voor de fysieke labs en een online platform. Eerste stap was bepalen welke onderdelen van dit grotere plan uitgevoerd zouden worden met de steun van DEN - in de periode tot 30 november 2019. Uitgangspunt was: omdat het DEN-traject onderdeel is van een doorgaande ontwikkellijn van twee jaar, willen we niet werken met een vooraf dichtgemetseld plan. Stap voor stap willen we de onderdelen vormgeven. Ruimte dus in alles voor voortschrijdend inzicht.

Deze eerste maanden hebben ons veel kennis opgeleverd over wat nodig is om het Lab duurzaam te kunnen opzetten en ontwikkelen. Naast een conceptontwikkelaar en redactie is er een heel team nodig, zoals een coördinator, een productiemedewerker, een publiciteitsmedewerker en een tech artist, die de link kan leggen tussen creatief concept en technologie.

© Gerlinde de Geus via Performance Technology Lab
Mirthe Dokter, theatermaker, beeldend kunstenaar, fotograaf en muzikant, schept een theatrale wereld met live getekende animaties op papier en overheadprojectoren.
© Gerlinde de Geus via Performance Technology Lab

Welke lessen hebben jullie geleerd?

Lab # 1 en Lab # 2 werkte beiden als een creatieve snelkookpan: er ontstond een hechte tijdelijke creatieve technologie-werkplaats, een kleine gemengde gemeenschap rond allerlei vragen en onderzoeken over technologie, kunst en concept. Onderling werd veel expertise en kennis gedeeld. Deze vorm vraagt van alle deelnemers openheid. Commercieel gedreven projecten passen daar niet vanzelfsprekend bij, noch onderzoeken die al te zeer in het teken staan van een deadline of wat al onderdeel is van een repetitieproces. Het lijkt daarmee veel meer op improviseren en maakt het lastiger om te reflecteren op het product of concept.

De productionele consequenties van werken met creatieve technologie en wat dat betekent voor je maak- en repetitieproces, is voor iedereen een eye opener. Werken met andere media betekent ook een andere productionflow, een andere volgorde in concept-ontwikkeling, een ander maakproces, consequenties voor repetitietijd, etc etc. Daarin leren de makers en de technische experts ook veel van elkaar. Ook daarin valt nog een hoop samen uit te vinden.

Het online platform is volop in ontwikkeling. De eerste versie bleek te journalistiek en had te veel de vorm van een reportage, terwijl het platform zou moeten draaien om het tonen en publiceren van de nieuwe mogelijkheden die de makers hebben ontdekt. Niet hun artistieke authenticiteit staat op de voorgrond, maar hun onderzoeksvraag, hun experimenten en hun zoeken. In de tweede versie hebben we dat omgegooid. Deze versie toont de energie van het lab. Het nodigt uit om de onderzoeken te verkennen, om aan te melden voor een eigen onderzoek en het toont onze doelgroep (het veld, de makers en hun umwelt) de labs die op de agenda staan.

We hebben geworsteld met de vraag hoe we de site konden ontwikkelen tot kloppend hart van de community van makers en producenten. Idealiter wordt het platform de plek voor technologische experimenten in de podiumkunsten. Vol met links naar makers, technologie, experts en apparatuur. Met recepten voor als je zelf ook wilt gaan koken met technologie, te doorzoeken op tags. Een plek waar je je vragen kunt stellen en de agenda van komende labs kunt vinden.

Hoe gaan jullie verder op basis van deze ervaringen?

We zijn er nog niet. Eerder betrokken makers blijven ons volgen, het lab noemen in subsidie aanvragen, credits e.d. en ook melden eerdere makers zich aan met een vervolg vraag. Veel makers volgen elkaars werk en er groeien ook al nieuwe samenwerkingen uit het lab. Bij elk nieuw lab weten nieuwe makers en producenten de weg te vinden en melden zich aan via de site, maar daarna stopt de stroom.

De fysieke labs zijn nodig om de aandacht voor de site aan te zwengelen en de inhoud verder te ontwikkelen. Daarnaast moeten sociale media en andere kanalen meer ingezet worden om het initiatief levend te houden. De communicatie en verslaglegging, de site en het platform worden in de komende maanden verder ontwikkeld. Samen met de communicatiemedewerker van Feikes Huis maken we voor het komend voorjaar een communicatieplan op basis van de afgelopen twee labs en de instrumenten zoals die nu zijn ontwikkeld.

Uit de eerdere labs bleek dat er bij de makers ook behoefte is aan hands-on workshops in specifieke technologieën en software. We zoeken in toekomstige labs een vorm waarbij we dat kunnen doen in combinatie met werken aan een eigen onderzoek. Voor het Robot Lab in januari 2020 hebben we bovendien geëxperimenteerd met een andere vorm van reflectie door aan te sluiten bij een PhD-onderzoek van de Universiteit Utrecht en een samenwerking met de AI-afdeling van de Universiteit Twente. Dat bleek een waardevolle samenwerking en gaan we met de Vrije Universiteit en Universiteit Twente kijken of we in de toekomst vaker kunnen samenwerken.

De kwaliteit en inhoud van de labs zijn tot nu toe geheel gericht op de plannen van de makers. We richten nu in feite een werkplaats in rond hun artistieke concepten in ontwikkeling. We casten wie we in een lab combineren. Dat is tijdrovend. In juni experimenteren we met een omgekeerd werkwijze. Daarnaast willen we het netwerk laten groeien en onderzoeken we hoe we dit initiatief duurzaam verder uit kunnen bouwen in het kunstenplan.

Voor de voorstelling De laatste Berg (werktitel) onderzoekt Nick hoe je met licht en projecties een kartonnen decor met licht kan transformeren tot heel verschillende werelden.

Hoe kunnen anderen aansluiten bij het netwerk van het Performance Technology Lab?

Het Performance Technology Lab is bedacht als initiatief voor het gehele podiumkunstenveld: een nieuwe faciliteit voor podiumkunstenaars die technologie gebruiken als integraal onderdeel van hun artistieke concepten, een ruimte voor research & development op het gebied van technologie en kunst. Het gaat niet alleen om de werkvormen die we daarvoor ontwikkelen en het online platform, we willen ook een verbinding tot stand brengen tussen makers, technici en andere creatievelingen, die er nu nog niet is.

Met ieder lab groeit de lijst geïnteresseerde instellingen: producerende- en ontwikkelingsinstellingen, maar ook HBO kunstopleidingen en universiteiten zoeken actief aansluiting. De lijst van makers die een artistiek technologische werkplaats zoeken, groeit snel - inmiddels kennen we een kleine 70 makers met een onderzoeksvraag. We kunnen deze vragen niet altijd direct faciliteren in het lab, maar soms brengen we ook makers met elkaar of andere initiatieven in contact die dit wel kunnen. Nieuwe vragen en nieuwe makers zijn dus altijd welkom.

Feitelijk zijn het de kunstenaars, met hun projecten en vragen, die dit project voortstuwen. Kunstenaars zijn meer en meer fluïde in het werk dat ze maken, ze overschrijden bestaande grenzen tussen genres, maken werk waarin media en artistieke talen met elkaar vermengd worden. Vaak kiezen ze per project verschillende podia. Het lab blijkt transmediaal: ook de contacten met beeldende kunst, muziek, film en media-scene groeien.

Hoe kijken jullie terug op het eerste jaar Performance Technology Lab?

Het lab is een groot samenwerkingsavontuur. We combineren werelden. Samenwerken met onderwijsinstellingen bijvoorbeeld, is moeilijk vorm te geven door de dwang van het curriculum en de eisen die onderwijs stelt aan begeleiding en organisatie. Zij willen, wij willen, maar samen moeten we zoeken hoe we iets nieuws ontwerpen. Hetzelfde geldt voor de media-industrie, de toneelgezelschappen, de performance-scene, de muziekindustrie of de beeldende kunst-scene. Er is niet één enkel recept voor hoe je met elkaar een lab kan organiseren.

De ontwikkeling, het organiseren en produceren van het lab vraagt veel tijd en energie. Het is een avontuur om te werken voor verschillende organisaties en disciplines, met allemaal zo hun eigen organisatiecultuur, eigen gewoontes en verwachtingen. Dat op één lijn krijgen is tijdrovend. Maar als het eenmaal lukt, is het inspirerend en ontzettend vruchtbaar. Er ontstaat iets dat er nog niet was.

Waarom is DEN enthousiast over dit project en heeft DEN dit ondersteund?

Het Performance Technology Lab is opgezet als een open lab, waarbij makers zich zelf aan kunnen melden met een vraag of voor deelname. Ook het online platform is open toegankelijk. Voor DEN is die openheid een essentieel aspect van de projecten die geselecteerd zijn uit de open call in 2018 en het is voor DEN belangrijk dat de resultaten van het project breed beschikbaar of toepasbaar zijn voor de cultuursector. Dat is in het Performance Technology Lab zeker gelukt. In de komende tijd zal het netwerk van makers zich alleen maar uitbreiden, waardoor dit effect nog versterkt wordt.

Daarnaast draagt het project bij aan de versterking van het innovatievermogen van de sector, doordat makers, technici en wetenschappers met elkaar kunnen experimenteren met nieuwe technologie. Door de wisselwerking in de labs en de gedeelde kennis op het platform heeft het project ook de potentie om makers en culturele instellingen te helpen bij het ontwikkelen van een digitale strategie. Juist dit project raakt aan het onderdeel creatieproces, dat in de digitale strategie van een culturele instelling een belangrijk element is.

Het toekomstperspectief en de potentie van het fysieke en digitale lab maakt het voor DEN interessant om het project te blijven volgen. Dat geldt in ieder geval voor het vastleggen van alle kennis en artistieke processen die door het lab worden gegenereerd.

Thema's
Deel dit artikel

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.