Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Het archief door de ogen van kunstenaars

Hoe zou het archief eruitzien als we dat helemaal opnieuw zouden kunnen ontwerpen? In september 2019 gaf Wietske van den Heuvel een presentatie over kunstenaars en hun relatie met archieven tijdens een werkbezoek van studenten Data Design aan de Willem de Kooning Academie. Naar aanleiding van het bezoek gingen de studenten aan de slag met de vraag: hoe zou het archief er uit zien als we dat nu helemaal opnieuw zouden kunnen ontwerpen. Op 30 januari presenteerden een aantal van deze studenten de resultaten van hun onderzoek. In deze blog kijkt Wietske hoe die resultaten bijdragen aan een kritische reflectie op onze verzamelwoede.

Als er één thema is dat steeds terugkeerde bij de studenten is het verzamelwoede en welke gevolgen dat heeft voor onze beleving, het maken van herinneringen en het terugvinden van die herinneringen. Hoe gaan we eigenlijk om met ons persoonlijk archief? Welke verhalen willen we bewaren en welke het liefst vergeten? De studenten keken daarbij vooral naar hun eigen data en archieven, maar de vragen die ze hebben gesteld, leven ook bij instellingen die cultureel erfgoed levend houden.

Herinneringen vasthouden

Elke dag worden ontelbaar veel foto’s gemaakt. Ook de studenten hebben enorme digitale archieven aan foto’s, zeker in vergelijking met vroeger, toen het nemen van een foto tijd en geld kostte. Daardoor werden foto’s veel bewuster genomen en gekoesterd in bijvoorbeeld fotoalbums, terwijl nu niemand meer door zijn of haar honderden of zelfs duizenden vakantiefoto’s kijkt. Wat voor gevolg heeft dat gedachteloos foto’s maken voor het creëren van herinneringen? Met die vraag heeft Stijn Zijlstra met het project Archive Unaccessed naar zijn eigen archief gekeken. Daarbij is hij op zoek gegaan naar manieren om die vele foto’s weer te herwaarderen. Hij heeft daarvoor een proces bedacht waarmee je objecten uit digitale foto’s haalt en ze omzet naar 3D modellen, die vervolgens door een 3D printer geprint worden. Deze objecten plaats je in een kast met speciale dozen, die je zo nu en dan bekijkt en weer terug kunt duiken in je herinneringen. In feite lijkt dit proces op dat van het ontwikkelen van analoge foto’s.

Ritueel om te vergeten

Dat het onbeperkt maken en bewaren van foto’s ons wel degelijk iets kost liet Stella Shi ons zien in The forgettable story of us. Ook zij ziet de devaluering van de foto door de schijnbaar onbeperkte mogelijkheden van opslag. Het proces van maken en acquisitie is als het ware omgedraaid. In het verleden besloten archieven op basis van selectiecriteria of iets wel of niet de moeite waard was om te bewaren. Daarna werd pas het archiefstuk als het ware “gecreëerd”. Dat gold ook voor het nemen van foto’s: eerst werd bepaald of iets de moeite waard was, pas daarna werd de foto gemaakt. In het tijdperk van big data is het andersom: eerst wordt iets gemaakt of in de collectie opgenomen (denk hierbij bijvoorbeeld aan het archiveren van websites) en pas achteraf wordt beoordeeld of het de moeite van bewaren waard is. Deze laatste stap nemen we vaak niet, waardoor we als het ware verdrinken in de data. Stella Shi heeft met haar project daarom een soort ritueel bedacht om heel bewust die selectie te maken en afscheid te nemen van die data. Ze liet anderen dit ritueel ook uitvoeren en de data waar afscheid van werd genomen weer verzameld. Eigenlijk herwaardeert ze ons digitale afval daarmee.

Hoe weg is weg?

Wie ook op zoek is gegaan naar ons digitale afval, is Lianne Verkerk met Empty Trashcan. Zij kwam er achter dat verwijderde data toch vaak makkelijk terug te halen is. Ze ging daarom op onderzoek uit om te kijken wat er nog terug te halen valt van oude SD-kaarten die te koop aangeboden worden op marktplaats. De mensen die die kaarten verkochten, waren in de veronderstelling dat ze al hun data hadden gewist, maar dat bleek heel makkelijk terug te halen. Met die weggegooide data kon ze de levens van die mensen in kaart brengen en reconstrueren. Het blijkt dat wanneer je data echt kwijt wilt raken, je het beste de fysieke drager ook kunt vernietigen. Het echte vernietigen zal in de toekomst steeds lastiger worden met cloudoplossingen: daarvan weet je nooit helemaal wat er met je data gebeurt en of die data wel of niet terug te halen is als deze is verdwenen.

Vindbaar maken van data

Twee andere studenten, Daphne Reijtenbagh en Peter Marcus, hebben zich juist verdiept in het beschikbaar maken. Zo probeerde Reijtenbagh in man (with) dog te achterhalen welke bias in de algoritmes van Google zit en welke bias wij zelf hebben bij het gebruik van zoektermen en bij het toevoegen van informatie aan een object. Peter Marcus maakte een soort maandelijkse tijdcapsule door videomateriaal van Petit Tube te downloaden op basis van de bestandsnamen om hier via een automatisch proces nieuwe filmpjes van te maken. De filmpjes van Petit Tube zijn volgens het kanaal “the least interesting videos on YouTube” (in YouTube termen: de slechts bekeken en vergeten filmpjes) en in dit project worden ze juist weer onder de aandacht gebracht. Zijn selectie baseerde hij op de file naam MVI, die automatisch aan bepaalde videobestanden wordt gegeven in combinatie met een nummer. 

Reizen in de tijd

Het archief kan ook opgevat worden als een tijdmachine, zo liet Myrna de Bruijn in haar project Tijdreizen in kaart zien. Ze heeft gekeken naar manieren hoe je letterlijk in die tijdmachine zou kunnen navigeren met behulp van een kaart waarin je tijdlagen of punten vastlegt, in plaats van locaties. Je zou daarmee zelfs uiteindelijk ook een reis naar de toekomst kunnen maken. Wat interessant aan dit project is, is dat Myrna gekeken heeft hoe je die verschillende tijdlagen op een andere manier dan een tijdlijn kunt presenteren en dat je daarbij ook kunt vastleggen hoe je als het ware springt tussen die verschillende momenten in de tijd, terwijl je op dezelfde locatie blijft.

Frisse blik

Door de presentaties van de studenten kijk je even met andere ogen naar het archief. Als afsluiting merkte Marens Engelhard, directeur van het Nationaal Archief, op dat ook de jonge generatie op een bepaalde manier nog worstelt met de hoeveelheid data die we verzamelen en hoe we daar mee om moeten gaan. Die worsteling hebben we als culturele sector ook. Juist daarom is die artistieke kijk op dit soort technologische en maatschappelijke ontwikkelingen zo belangrijk. Daarnaast vielen mij nog twee andere zaken op. Data die weggegooid of vergeten waren, werden in deze projecten voorzien van een nieuwe context en kregen daarmee een tweede leven. Dit is eigenlijk wat er ook gebeurt bij het verzamelen en bewaren van collecties: de betekenis van data verandert als iemand anders er naar kijkt, door er een nieuwe context aan te geven en door het te koppelen aan of te combineren met andere data. Het laatste wat mij opviel was dat de studenten heel erg in een beeldcultuur leven, bijvoorbeeld tekst, muziek en geluid waren afwezig of ondergeschikt in de projecten.

Contactpersoon: Wietske van den Heuvel

Contactpersoon: Wietske van den Heuvel

Adviseur

Neem contact op met Wietske:


070 314 07 62

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.