Musea en archieven, twee gescheiden werelden

Wat kunnen musea en archieven van elkaar leren? Bart de Nil (adviseur participatie bij FARO) reflecteert in het dubbelnummer van Museumpeil/Archievenblad aan de hand van zijn ervaringen op de verschillen tussen de twee typen instellingen.

Uit de periode van de LAMs weten we dat musea en archieven een verschillend DNA hebben: hun werking en doelstellingen verschillen. En er zijn cultuurverschillen tussen museum- en archiefmensen. Kort door de bocht: archivarissen zijn van nature eerder corporatistisch. Ze identificeren zichzelf met hun beroep en worden opgeleid om alle domeinen van de archiefwerking te beheersen: van het inventarissen en in dozen steken van archieven tot en met de publiekswerking. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat het gros van de archieven bestaat uit zeer kleine teams of uit eenmansarchieven. Museummensen identificeren zich meer met hun instelling, waarin ze een welomschreven rol opnemen: curator, publieksmedewerker, onthaalmedewerker, verantwoordelijk voor het depot, registrator enzovoort.

Is er dan geen convergentie mogelijk tussen musea en archieven? Structureel zal die eerder minimaal blijven, maar in de manier van werken is er zeer veel mogelijk. Zo kunnen musea heel wat leren van de manier waarop archieven een antwoord bieden op intrinsieke vragen van mensen. [...] Aan de andere kant kunnen archieven leren van de receptieve houding van musea, in het bijzonder van hun ervaring met het werken in buurten. 

 

Thema's
Deel dit artikel