DEN start serie rondetafelgesprekken

Eind 2018 startte DEN met een rondetafelsessie over digitalisering en archivering binnen de podiumkunsten

Produceren en talentontwikkeling binnen de podiumkunsten stoelen op overdracht van artistieke knowhow en het verkennen van verschillende speltradities. Kennis en ervaring liggen opgeslagen in methoden en praktijken van individuele kunstenaars of van hele generaties. Jonge kunstenaars en theatermakers, zoals opnieuw bleek tijdens het debat Need for Legacy tijdens het Theaterfestival 2018, willen maar al te graag het gesprek voeren met makers uit vorige generaties. Maar wie draagt zorg voor deze overdracht? Digitale middelen bieden hierin nieuwe mogelijkheden.

1e rondetafelsessie

Op 13 december 2018 organiseerde DEN een rondetafelsessie over digitalisering en archivering in de podiumkunsten. Onder leiding van Marijke Hoogenboom vond een gesprek plaats met specialisten uit diverse disciplines. Naast onderzoekers zaten er ook makers aan tafel. Vanuit de diverse sectoren zijn ervaringen gedeeld over digitalisering als middel om tradities en uitingen in de verschillende kunstvormen te behouden voor de toekomst. Daarbij is ook gekeken naar media- en digitale kunst.

Impressie Fransien van der Putt

We hebben Fransien van der Putt gevraagd om vanuit haar perspectief en kennis een impressie te schrijven n.a.v. de eerste rondetafelsessie.

In haar artikel benoemt Fransien van der Putt een aantal kwesties waarover DEN al de nodige ervaring heeft opgedaan. DEN heeft kennis in huis om over  toekomstbestendige digitale oplossingen na te denken in lijn met de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed.

  • Binnen elke sector hebben individuele instellingen een eigen verantwoordelijkheid rond digitalisering en behoud van hun erfgoed.
  • Denk in termen van een netwerk, van personen, organisaties en systemen. Het netwerk maakt nieuwe vormen van samenwerking mogelijk. Nadenken over digitalisering vraagt om toekomstbestendige oplossingen. Maak gebruik van open standaarden. Kennisdeling is hierbij van groot belang.
  • Digitalisering en het werken binnen een netwerk biedt nieuwe mogelijkheden. Zowel voor een groter bereik van kunsten en erfgoed, maar ook rond het vergroten van de maatschappelijke waarde. Dit opent wegen naar innovaties, nieuwe businessmodellen, en nieuwe manieren om het publiek te betrekken en te bereiken.

Wat waren je indrukken?

Naar aanleiding van haar impressie stelden we Fransien van der Putt nog een paar vragen:

Q: Nederland is relatief ver met de digitalisering van erfgoed en het werken aan een digitale infrastructuur. Jij wijst er op dat Nederland ook een unieke positie inneemt rond digitalisering als creatief instrument onder de makers binnen de kunsten.

A: Nederland deed mee in de voorhoede van ontwikkelingen in elektronica, digitalisering, internet en alternatief mediagebruik, wat ook in de kunsten terug te zien is, o. a. in een lange traditie op het gebied van synthetische muziek, nieuwe mediakunst en webart, game cultuur en ook in ontwikkelingen in de dans. Denk bv. aan instellingen als Natlab, Steim, NIMK, V2, Mediamatic, LIMA of het werk van Dick Raaijmakers, Peter Struycken, JODI, Martine Neddam, Geert Mul, Karen Lancel, Constant Dullaart of Marnix de Nijs.  

Q: Wat valt jou op als je de vraagstukken en ontwikkelingen rond archivering en digitalisering binnen de kunsten bekijkt?

A: Per kunstdiscipline verschillen de tradities wat betreft het aanleggen, bijhouden en bemiddelen van documentatie en archief. Waar beeldend kunstenaars, vanwege acquisitie en verkoop, het normaal vinden om aan documentatie te doen, en in de museumwereld, de erfgoedsector en de kunsthandel documentatie en research een serieuze tak van sport zijn, doen meer immateriële kunstvormen als dans, muziek en theater het al eeuwen lang voornamelijk met vormen van notatie en overlevering van methode en werk door belichaamde praktijken.

Q: In je impressie haal je veel projecten aan uit de internationale danswereld. Wat maakt dat daar ook interesse is voor digitalisering?

A: Steeds gaan bij dit soort projecten meerdere doelstellingen samen: vragen over hoe een bepaalde artistieke benadering kan worden gedocumenteerd en hoe specifieke werken kunnen worden geconserveerd, gaan hand in hand met overwegingen over de ontsluiting van deze documenten voor een toekomstig publiek van professionals en liefhebbers, insiders of algemeen publiek. Reenactment *) en herinterpretatie spelen daarbij steeds een grote rol, of dit nu het eigen werk betreft of dat van een ander. Zie bijvoorbeeld het baanbrekende werk van Merce Cunningham en William Forsythe, of het project van Rosas, waarbij het werk van Ann Teresa de Keersmaeker wordt geconserveerd. Olga de Soto heeft zich dan weer bezig gehouden met de herinneringen van publiek.

*) Reenactment is een herneming van een oorsponkelijke productie. 
Gestreefd wordt naar een zo authentiek en waarheidsgetrouw mogelijke
voorstelling van die productie.
Reenactment kan ook gaan om het naspelen van een (historische) gebeurtenis.
Q: In je betoog stel je dat de kwaliteit van de bemiddeling, tussen gebruikers en archieven met collecties en databanken met erfgoed in de podiumkunsten achterblijft.

A: Er is in Nederland geen algemene verzamelorde meer op een (inter)nationaal niveau of per branche. Het TIN had een standaard, voor wat je moet bewaren over een productie, maar die was meer op conservering gericht, dan op ontsluiting. Dat maakt dat er nog aandacht en houvast is voor erfgoed in de eigen werkpraktijk bij de makers en bij instellingen. Het feit dat archief decentraal moet gaan denken, om allerlei redenen, is de kern van de zaak denk ik. Het betekent dat archiefbeheerders en bemiddelaars meer verantwoordelijkheid krijgen, en daar middelen voor moeten vrijmaken of aan moeten vragen. Archivering en conservering is arbeidsintensief, ook al draagt het zeker bij aan het bewustzijn. Net als bij het aanvragen van subsidies is het ook bij archivering belangrijk dat er een balans wordt gevonden, tussen de verantwoordelijkheid van overheden en die van kunstenaars en instellingen.

Q: Het afbrokkelen en afschaffen van oude instituten kan samengaan met een behoefte aan nieuwe initiatieven. Waar is volgens jou behoefte aan?

A: Er zijn mogelijkheden van netwerken en van nieuwe samenwerkingen met de erfgoedsector. Vraag is nu hoe hier slim mee om te gaan. Hoe hier een interessante transitie van te maken? De gaten die geschoten zijn in oude verhoudingen en instellingen, terecht én onterecht, moeten niet gebruikt worden om nog verder af te breken. Het moet niet zo zijn dat alle zorgplicht voor kennis en erfgoed en toegang tot kunstpraktijken - naar goed neo-liberaal model - bij de individuele cultuurproducerende instellingen worden neergelegd.

De gaten kun je ook opvatten als mogelijkheden om nieuwe, misschien lichtere, misschien decentralere, genetwerkte platforms te creëren, die meer doen dan alleen maar verknopen. Waar plek is voor beheer en onderzoek, voor het bemiddelen, performen en verkoop, maar ook voor reflectie op de eigen taak en functie.

Q: Je kijkt uit naar een volgende ronde tafel. Wat zou je dan graag op de agenda zien?

A: Zo'n structuur voor erfgoed in de podiumkunsten heeft continuiteit nodig, maar kan denk ik minder in beton gegoten worden qua voorwaarden, protocollen, ambities, verantwoording dan  eerder gebruikelijk was. Hoe je continuiteit, beweeglijkheid en diversiteit samenbrengt is echt een kwestie om volgende keer over verder te praten. Ik zie vooral de noodzaak om gezamenlijk pilots te verzinnen, die deze spanning aangaan en productief maken, zodat een bepaalde samenwerking en methode van aanpak kan worden getest, maar ook het discours verder wordt ontwikkeld. Digitalisering biedt ook mogelijkheden om het publiek op nieuwe manieren te betrekken. Conservering en nieuwe toegang tot levende kunst en erfgoed levert een spanningsveld op waar allerlei partijen, ook vanuit de markt, iets willen inbrengen. Voor mij is het publieke domein aspect het belangrijkste. Als een overheid geen richting geeft, gaan marktpartijen er met de poet vandoor. En dan blijft er van het theatererfgoed en historisch besef in artistieke domeinen niets over. Daar heeft niemand wat aan, het publiek niet, en de kunstenaars niet.

Thema's
Deel dit artikel