Verslag Deelsessie Educatie

Een van de deelsessies op 5 maart op het DEN-event ging over educatieve innovatie. Arja van Veldhuizen was vanuit de LKCA moderator van deze sessie. De LKCA maakte een uitgebreid verslag van de sessie.

Door: LKCA

Inleiding: wat is het thema van de sessie?
Het thema van de sessie is het gebruik van digitale toepassingen in erfgoededucatie. Vandaag worden er voorbeelden gepresenteerd van projecten die bedoeld zijn voor het primair en voortgezet onderwijs. Voor de meeste erfgoedorganisaties is een digitale toepassing maken voor het onderwijs en implementeren makkelijker gezegd dan gedaan, maar de laatste jaren is er op verschillende plaatsen geëxperimenteerd met diverse vormen van digitale toepassingen. Die ervaringen helpen om in dit stadium een stap verder te zetten en gedifferentieerder na te denken over de rol die digitale toepassingen kunnen spelen in het leerproces van kinderen. En over de condities om dit op haalbare en zinvolle wijze te kunnen doen.

Deze workshop beoogt dus verder te komen dan het delen van good practices. Dit is een bescheiden stapje in de richting van het bewuster en met succes in kunnen zetten van digitale mogelijkheden in de erfgoedsector. Dit is een onderwerp waarmee we de komende tijd verder zullen gaan, zowel binnen de erfgoedbranche zelf (denk aan Museumvereniging en KIA) als in organisaties als LKCA, DEN, NDE en het ministerie van OCW.

Korte samenvatting van de presentaties van digitale erfgoedtoepassingen in het onderwijs:

  • Reizen in de Tijd; Ben Bregman:
  • Spacetime Layers; Patrick Trentelman
  • Wie ben ik, wie was jij?; Ellen Loozen

 

Reizen in de Tijd

Erfgoed Gelderland, Ben Bregman

Introductie: Erfgoed is de drager in deze doorlopende leerlijn voor het primair onderwijs. Welk verleden bepaalt ons heden, hoe doet het dat, en wat vinden wij daarvan? Wat doen wij met ons verleden? Wat kunnen en willen we er nog mee?

Bregman:  In Gelderland doen ca 100 musea mee met deze toepassing, inclusief grote en kleine lokale musea.  Leerlingen krijgen te maken met vragen als wie ben je en wat bewaar je? Dat zijn de thema’s van twee leerlijnen in Reizen in de Tijd en de projecten passen hier binnen. De musea en andere erfgoedorganisaties zorgen voor de bezoeklessen binnen deze projecten. Voorwaarde is dat ze gebruik maken van activerende didactiek (geen 3 kwartier pratende oude mannen…). Kinderen worden aan het denken gezet, bv.: Welke bronnen gebruik je? En als je andere bronnen inzet hoe verandert je verhaal?

 

Spacetime layers. Platform voor locatieinfo

Patrick Trentelman

Introductie: Dit project was aanvankelijk  een toekomstproject- zijn plusklas (groep 8) in Groningen wilde een tijdcapsule bouwen. Ze bedachten hoe ze berichten door de ruimte en tijd konden sturen. Zo kwam Patrick op Spacetime. Daarmee kun je instellen waar en wanneer een bericht wordt afgeleverd en je kunt er diverse lagen informatie aan toevoegen.

Spacetime Layers leent zich om een gezamenlijk platform te worden van culturele organisaties, natuurbeheer en educatieve instellingen waarmee informatie kan worden geplaatst op een interactieve kaart. Voor de onderwijstoepassing van Patrick gaan de leerlingen op zoek naar verhalen achter cultureel erfgoed.

Wat is er nieuw in deze app? In Groningen zijn er ook 11 andere partijen geïnteresseerd om  lokale informatie te plaatsen. Het bijzondere is dat in Spacetime Layers functies van meerdere andere apps bij elkaar zijn gebracht. De gebruiker kan de kaartlagen aan of uit zetten. Organisaties die deelnemen kunnen zelf lagen aan toevoegen. Leerlingen zijn ook eigenaar van inhoud of een nieuwe invalshoek. Ze kunnen een digitale folder, een nieuwe pagina, een route, speurtocht of bijvoorbeeld een mysterypunt aanmaken- ze maken content en worden aangemoedigd om nieuwsgierig te zijn.  Een 3D-element is ook al ontwikkeling.

 

Wie ben ik? Wie was jij?

Ellen Loozen. Nationaal Archief

In de tentoonstelling Wie ben ik, wie was jij? ervaar je hoe tijd, plaats en de omstandigheden waarin je geboren wordt invloed hebben op de mogelijkheden en keuzes die je (niet) hebt.

De thema’s zijn: Goed en fout in de Tweede Wereldoorlog, Van huis en haard, Handel en slavernij en Vecht voor je recht.

In de praktijk bevat de tentoonstelling twee delen; een analoog en een digitaal deel. Het analoge deel vindt plaats in het depot, met echt bronnenmateriaal. Voor het digitale deel gaan de leerlingen na een introductie met een tablet aan de slag. En dan niet om in de tablet te blijven hangen, maar juist om via de tablet  echte objecten te gaan bekijken. De dilemma’s die de leerlingen voorgeschoteld krijgen zijn bv: Wat zou jij doen? Wat heeft de hoofdpersoon gedaan in zijn leven? Wat was er mogelijk in welke tijd? Tijdens de nabespreking komen de vijf personen en diverse invalshoeken die onderzocht zijn aan bod.

Workshop

De deelnemers gaan in twee rondes aan de slag.  Wat zijn de rollen van digitale toepassingen? Wat zijn succes- en faalfactoren?

Workshop deel 1:  Op zoek naar de rollen van het digitale element in de zojuist gepresenteerde projecten

 

De vragen waren:

Wat wil je met tools bereiken? Wat is de waarde van een project? Hoe bepaal je die waarde- is het maken en het proces interessant of het eindproduct? Wat wil je dat de  leerlingen leren? Is het voldoende dat bijvangst voldoende is? Dat wil zeggen dat alleen al de bijvangst van een erfgoedproject interessant is: bij voorbeeld leerlingen worden makers.

 

Workshopgroep over de kenmerken van Reizen in de Tijd

  • Aanbod van meerdere aanbieders kun je gebundeld aanbieden in een cultuurmenu voor het onderwijsLesmateriaal digitaal toegankelijk maken voor docenten, de docentenhandleiding en een interactieve pdf voor de leerlingen
  • Om het thema beleefbaar te maken- je kan een module volgen, zelf items kiezen, je erin verdiepen en  met erfgoed uit de buurt/ regio bezig zijn
     

Workshopgroep over de kenmerken van Spacetime Layers

  • De app is om de informatie van meerdere aanbieders te kunnen bundelen t.b.v. het onderwijs
  • De app is goed in te zetten in routing in een museum of buiten
  • Creatieve verwerking: in de app kun je zelf iets nieuws ontwerpen
    + Thema wordt beleefbaar gemaakt.

 

Workshopgroep over de kenmerken van Wie ben ik? Wie was jij?

  • Thema beleefbaar maken staat hier centraal
  • De tentoonstelling is informatief en beoogt kennis te verdiepen
  • Verder leert de tentoonstelling leerling kritisch na te denken.

 

Workshop deel 2: Op zoek naar succes- en faalfactoren

De opdracht: Verzamel succes- en faalfactoren voor het integreren van digitale toepassingen in erfgoededucatie vanuit je eigen content.

Deze antwoorden en ideeën zijn opgehaald tijdens de deelsessie:

SUCCESFACTOREN

Werk samen met veel andere instellingen.

Bevlogen medewerkers in de organisaties en scholen.

De know-how en het enthousiasme van de docent zijn belangrijk.

Verdiep je in de belevingswereld van je doelgroep.

Kijken vanuit de optiek van een docent: waar is behoefte aan en tijd voor?

Kijken vanuit het onderwijs: welke leerlijn en methodiek past het best?

 Zorg voor een ‘open’ digitale toepassing zodat verschillende organisaties aan de inhoud kunnen bijdragen.

Streef naar meerdere doelen voor zowel jong als oud publiek: ouderen leren werken met tablet en jongeren leren over erfgoed.

Digitale projecten: Maak gebruik van wat er al is en probeer niet het wiel opnieuw uit te vinden!

Zorg dat jouw informatie deelbaar is met anderen.

Spelelementen: gebruik elementen uit de belevingswereld van de kinderen/ jongeren.

Hergebruik is belangrijk maar er is veel koudwatervrees: Er is fysiek zo veel mogelijk dat een digitale tool  niet alleen als een alleenstaand product gebruikt moet worden.

Doe voorbereid onderzoek naar/ met je doelgroep en blijf dit herhalen.

Testen, testen en nog eens testen- test of de leerlijn ook in de praktijk voor je doelgroep werkt.

FAALFACTOREN

Gebrek aan marketing: Marketing maakt je aanbod zichtbaar, marketing is echt belangrijk!

 Je laten leiden door technische mogelijkheden: een digitale tool die mooi er uitziet, maar niet echt nuttig is.

Als de middelen de prioriteit krijgen in plaats van de vraag vanuit onderwijs.

Een tool staat te ver van de leerlingen.

Er zijn te veel losstaande initiatieven.

Curriculum staat al vast en je kan er moeilijk tussen komen. De oplossing: begin nu met het plannen om over twee jaar te kunnen implementeren.

Het is voor een erfgoedinstelling lastig om de vraag van een school te achterhalen.

Een gebouw kan mooi zijn, maar er is veel  werk nodig om de drempelvrees weg te nemen en bijvoorbeeld een schoolklas binnen te halen.

Onbekendheid met instrumenten- zowel een docent als een medewerker van een erfgoedinstelling.

Docenten hebben te weinig tijd om zich in de nieuwe digitale vaardigheden en tools te kunnen verdiepen.

Thema's
Deel dit artikel