Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

PublicSpaces: publieke waarden voor digitale cultuur

PublicSpaces is een coalitie van 25 partijen in de publieke sector die werkzaam zijn in nieuwsmedia, erfgoed en cultuur en is begonnen vanuit de ambitie om publieke waarden in het online domein beter te beschermen en minder afhankelijk te maken van commerciële aanbieders. De coalitie streeft naar een introductie van een alternatief ecosysteem van software gebaseerd op publieke waarden. Op 11 en 12 maart 2021 organiseerde PulicSpaces zijn eerste conferentie. DEN sprak met programmamanager Leonieke Verhoog.

© PublicSpaces-conferentie 2021

Een van de uitkomsten van de PublicSpaces-conferentie was het tekenen van het Digitale Stembusakkoord. D66, GroenLinks, PvdA, SP, Partij voor de Dieren, Volt, Piratenpartij en NIDA maakten hiermee duidelijke afspraken over veilige digitalisering en bescherming van mensenrechten. In het akkoord staan 11 punten waar ondertekenaars zich aan committeren voor de komende regeerperiode. Zo beloven de partijen zich onder meer in te zetten voor strenger toezicht op algoritmes naar aanleiding van de toeslagenaffaire en voor voldoende middelen voor de Autoriteit Persoonsgegevens om burgers te beschermen. Ook staan er afspraken in over het gebruik van open-source software door de overheid en een oproep tot verdere stimulering, beschikbaarheid en toepassing van versleuteling en encryptie van privégegevens.

Programmamanager PublicSpaces Leonieke Verhoog: “Dit was de eerste keer dat Amnesty International, Bits of Freedom, Open State Foundation en De Waag samenwerkten, dat is op zich al tof. En er ligt dus nu een akkoord. Je weet nooit wat zo’n akkoord in de praktijk waard is, maar ik vond het mooi hoe de moderator van de sessie die we hierover organiseerden, Clarice Cargard, zei: ‘we gaan jullie er ook aan houden, hè!’ Want dat kun je natuurlijk doen met een stembusakkoord, je kunt partijen erop aanspreken. Dat maakt de positie van software vanuit publieke waarden steviger.”

Van het backlog naar productie

De PublicSpaces-coalitie is begonnen vanuit de ambitie om publieke waarden in het online domein beter te beschermen en minder afhankelijk te worden van commerciële aanbieders. Commerciële aanbieders van software opereren meestal vanuit het perspectief van winstmaximalisatie, wat vaak haaks staat op het publieke belang. De coalitie ziet dat veel problemen van het online leven worden veroorzaakt door deze discrepantie: van privacy en datahandel tot desinformatie, trolling en al dan niet verborgen beïnvloeding van politieke en maatschappelijke besluitvorming.

PublicSpaces wil deze problemen aanpakken door alternatieve ecosystemen van software te introduceren die op publieke waarden zijn gegrondvest. “Voor de meeste functies waar aangesloten organisaties behoefte aan hebben is software beschikbaar die voldoet aan publiek waarden. De uitdaging zit vooral in het echt doorvoeren hiervan. In het gesprek dat ik had met onder andere BNN-VARA en de NTR gaven deze aan dat de implementatie van IRMA (een alternatief systeem voor authenticatie en autorisatie om niet meer afhankelijk te zijn van Facebook en Google om gebruikers te kunnen registreren of in te loggen) wel op hun backlog stond, maar telkens onderaan bleef hangen. Daarom zijn we nu het gesprek gestart met de mensen van IRMA en partijen die IRMA willen implementeren om te kijken wat er nodig is om dat ook echt voor elkaar te krijgen. Ik heb goede hoop dat daar concretere werkgroepen uit voortkomen die het nu gewoon gaan doen, om echt werk te maken van de implementatie. De software is beschikbaar, maar er moet een ‘duwtje’ komen om die ook echt te gaan gebruiken.”

Publiek

Een middel dat PublicSpaces inzet om het gebruik van software vanuit publieke waarden meer inzichtelijk te maken, zijn de PublicSpaces Badges: digitaal geauthentiseerde stempels voor de websites en apps van PublicSpaces-partners die aan de eisen voldoen. Een badge is een aanklikbaar ‘zegel’ dat is gekoppeld aan een implementatie van software die voldoet aan de PublicSpaces-normen. Verhoog: “We hebben nu de zero-badge waarmee je laat zien dat je publieke waarden ondersteunt. De techniek daarachter draait nu nog op iemands eigen servertje, maar wordt binnenkort gemigreerd naar een stabielere omgeving. Er komen namelijk nogal wat aantallen langs, want de bij PublicSpaces aangesloten organisaties bereiken gezamenlijk zo’n 13 miljoen mensen per maand. Die badges willen we uitbreiden. Je kan bijvoorbeeld denken aan een ‘no tracking’-badge waarmee organisaties laten zien dat ze hun publiek niet volgen met systemen als Google Analytics, of de ‘Nee, ik gebruik geen Facebook-pixel’-badge. Een volgende stap is dat we software inbouwen waarmee die badges ook echt kunnen valideren of het klopt, of er niet toch een Facebook-pixel op pagina’s blijkt te staan.”

Hoewel PublicSpaces staat voor de publieke waarde van software, ziet de organisatie voor zichzelf geen publiekstaak. “Wij richten ons niet op de ‘eindconsument’ maar op de publieke organisaties. De aangesloten organisaties kunnen op hun beurt eigen publiek aanspreken. Zo’n uitzending van Zondag met Lubach over de ‘digibetocratie’ waar we in Nederland mee te maken hebben, helpt daar zeker bij. Lubach is veel beter in staat dat brede publiek te bereiken dan wij dat zouden kunnen. Want er is nog wel veel te winnen in dat publieke bewustzijn.”

We zitten nu nog in een overgangsfase; open software is belangrijk, en dat moeten we zeker blijven uitdragen, maar als je het nu al als harde eis opneemt bij subsidie- of fonds-aanvragen, loop je het risico dat je daarmee de innovatie belemmert.

Rol van de overheid

Ondanks het grote belang dat PublicSpaces hecht aan het gebruik van software vanuit publieke waarden, ziet Verhoog weinig in meer dwang vanuit de overheid of subsidiegevers: “Als ik zie hoe moeilijk het is voor makers om bepaalde toffe experimenten te doen, moet je daar denk ik niet nog extra eisen bovenop zetten. Een kunstwerk maken in virtual reality is op zich al grensverkennend. Als je dan ook gaat opleggen dat het niet met Facebook's VR-bril Oculus Rift mag of met een ander product van Facebook, dan wordt het moeilijker om nieuwe digitale cultuuruitingen te maken en te delen. We zitten nu nog in een overgangsfase; open software is belangrijk, en dat moeten we zeker blijven uitdragen, maar als je het nu al als harde eis opneemt bij subsidie- of fonds-aanvragen, loop je het risico dat je daarmee de innovatie belemmert. Je ziet echter wel dat dit aan het veranderen is en dat het bewustzijn ook bij subsidiegevers over het belang van software vanuit publieke waarde toeneemt. Ik sluit niet uit dat het in de toekomst wél onderdeel van een aanvraag zou kunnen worden en dat een aanvrager volgens het ‘pas toe of leg uit-principe' moet laten zien dat er over publieke waarde is nagedacht. ”

In het op 16 november 2020 door de Raad voor Cultuur gepresenteerde advies ‘Onderweg naar overmorgen’ doet de Raad een oproep om met de sector te werken aan een langetermijnperspectief. In het advies stelt de Raad voor om ‘fieldlabs’ op te zetten voor experimenten gericht op innovaties in ruimtegebruik, differentiatie van artistieke vormen en digitalisering. Twee partners uit het PublicSpaces netwerk zijn samen met DEN genoemd als de organisaties die zich bezig gaan houden met  het Fieldlab Digitalisering. Verhoog: “Dat PublicSpaces hierbij door de Raad voor Cultuur expliciet betrokken wordt is al een heel belangrijke stap. Het laat zien dat ook hier het besef van software vanuit publieke waarden is geland.”

Verbinding en samenwerking

Dat de noodzaak voor meer publieke waarden in digitalisering breed gedragen wordt, merkt Verhoog overal. Voor de PublicSpaces conferentie #1 hadden zich ruim 600 mensen ingeschreven vanuit de volle breedte van het culturele veld. Voor steeds meer organisaties, ook buiten media en cultuur, is dit onderwerp een hot topic. Voor het onderwijs is SURF, een coöperatieve vereniging van Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen, waarin de leden samenwerken om digitale diensten in te kopen of te ontwikkelen en kennis te delen, bezig met deze ontwikkeling. De directeur van SURF was dan ook als spreker aanwezig op de conferentie. Organisaties als de Open State Foundation en Foundation for Public Code richten zich meer op de overheid en ook binnen de gezondheidszorg bestaan allerlei initiatieven. Met deze organisaties is er een nauwe samenwerking.

Ook een organisatie als DEN bevindt zich op hetzelfde speelveld. “DEN en PublicSpaces beogen hetzelfde, alleen is de missie van DEN denk ik wat breder; DEN gaat over de volle breedte van digitalisering en cultuur terwijl PublicSpaces specifiek gaat over software vanuit publieke waarden binnen het culturele veld. We kunnen elkaar hierin versterken, bijvoorbeeld op het gebied van erfgoed en rondom de vraag hoe je dingen ‘goed’ archiveert. Niet alleen de dingen die je bewaart zelf, maar ook de tools die je daarvoor gebruikt en hoe je bijvoorbeeld ook logaritmes archiveert. Dat is voor grote organisaties als Beeld en Geluid, een van de oprichters van PublicSpaces, een belangrijk speerpunt.”

Voor de nabije toekomst ziet Leonieke Verhoog drie belangrijke taken weggelegd voor PublicSpaces: “Om te beginnen zijn we bezig met het beïnvloeden van het publieke bewustzijn, onder andere door deze conferentie. Daar willen we meer in doen. Ten tweede willen we onze partners daadwerkelijk helpen met het maken van de transitie, onder ander door het maken van mappings, het inzichtelijk maken van de beschikbare tools. De eerdergenoemde badges zijn daar een onderdeel van. En ten derde willen we het netwerk uitbreiden. Dat doen we op regionaal niveau waarbij we via organisaties als Tetem in Enschede weer andere organisaties in de omgeving van Twente bereiken zoals buurthuizen, clubhuizen, bibliotheken etc. Ook op landelijk niveau willen we uitbreiden - ik ben bijvoorbeeld in gesprek met verschillende musea - en ook richting de overheid willen we meer doen. En tot slot zijn we verschillende organisaties op Europees niveau aan het verbinden. Dan moet je denken aan  de BBC en EBU (European Broadcasting Union) die ook verder willen met deze ontwikkeling. We zijn nu bijvoorbeeld aan het nadenken over een gezamenlijke open brief aan de Europese Commissie. Door dit soort samenwerkingen vergroot je het soortelijk gewicht van de beweging enorm.”

Pepijn Lemmens

Pepijn Lemmens

Adviseur

Pepijn werkt als adviseur bij DEN. Zijn aandachtsgebieden zijn onder meer het verbinden van kennis in een netwerk binnen de podiumkunsten, Artificial Intelligence en nieuwe businessmodellen voor digitale cultuur. Pepijn heeft een achtergrond in de journalistiek en werkte eerder in verschillende digitale rollen binnen de museum- en erfgoedsector.

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.