Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Het succes van digitaal drama

Op 31 december 2020 kwam met de 33e aflevering een eind aan de succesvolle online dramaserie “Toen wij de tijd hadden”. De webserie over leven in crisis, volledig vanuit huis gemaakt door DE VANDALEN, werd zelfs geselecteerd voor het Nederlands Film Festival! Dit ontstond door een gezamenlijke vraag van een aantal bevriende makers met verschillende achtergrond: kunnen we een nieuwe dramavorm ontwikkelen? Is er een mix mogelijk van de directheid van theater in combinatie met gebruik van bijvoorbeeld social media? Door Corona vonden zij dé werkvorm als antwoord op precies die vraag. DEN sprak met Joeri van Spijk en Elène Zuidmeer, de kern van DE VANDALEN.

Alle afleveringen werden volledig digitaal geproduceerd. Daar kwam geen live ontmoeting aan te pas. Niet van de schrijvers en niet met de acteurs die zelf hun scenes opnamen. Deze manier van werken sluit nauw aan op het product en heeft ook bijgedragen aan de gebruikte vormtaal. Elène en Rozanne de Bont, die als schrijver het mede het concept ontwikkelde, belden elkaar veelvuldig en brainstormden voluit voor de eerste ideeën. Daarmee gingen ze dan aan de slag en schreven de scenes. Over het eerste seizoen spraken wij DE VANDALEN in het voorjaar van 2020. In het tweede seizoen is samengewerkt met twee nieuwe schrijvers en was een nieuw werkproces nodig. DEN is benieuwd hoe dat is verlopen.

Elène ligt toe: “Die schrijvers hadden we nog niet eens eerder live ontmoet! Met uitbreiding van het team hadden we een nog wat vaster planningsschema nodig met vaste blokken. Op maandag de gezamenlijke brainstorm. Woensdag moesten de teksten voor de scenes af zijn om te bespreken en uiterlijk vrijdag te versturen. Tussendoor konden de acteurs de definitieve scenes zelf opnemen en werd er gemonteerd.”  

Opvallend was dat het hele proces was opgedeeld in stukjes die de makers aan elkaar doorgeven. En dat ieder dan steeds zelf tijdelijk de verantwoordelijkheid erover neemt. Eerst de schrijver, vervolgens de regisseur, dan de acteur en als laatst in de montage. Die open structuur van digitaal samenwerken werkte heel goed. “We deelden een groot vertrouwen in elkaar dat ieder er steeds het beste van wil maken. Dan hoef je dingen niet meer toe te eigenen of bij jezelf te houden. Door het eerder te delen met anderen kun je je ook laten verrassen door elkaar. Je kunt het niet controleren zoals wanneer je op kantoor zit. En dan ontdek je juist: samen kom je tot iets beters. Die open houding en ruimte van vertrouwen werd ook breed gedeeld in de eindevaluatie met het hele team.”

DE VANDALEN is een beginnende organisatie. In het afgelopen jaar is de basis gelegd hoe ze in het vervolg als productiegezelschap verder willen samenwerken. Zo bestaat DE VANDALEN momenteel uit een team van twee vaste Vandalen en diverse vrije Vandalen, die meedenken in de eerste conceptfase (ontwerp, schrijvers, makers). Het team kan putten uit een enorme poule van acteurs die graag meewerken. Maar daarmee is DE VANDALEN niet een vast collectief of per se heel democratisch, want uiteindelijk nemen vaste vandalen Joeri (productie en dramaturgie) en Elène (regie, tekst, actrice) de besluiten bij "Toen wij de tijd hadden”.  

“De basis ligt bij de mensen met wie je samenwerkt. Haal er mensen bij vanuit andere disciplines. Dan denk je breder. Vertrouwen in elkaar is daarbij misschien belangrijker dan inspraak."

Aan het begin waren er plannen voor een publiciteitscampagne en zochten jullie ook interactie met het publiek.

Joeri bevestigt dit: "We wilden inderdaad meer met publieksinteractie. Bijvoorbeeld via een community voor het werven van donaties én het aandragen van ideeën.” In het eerste seizoen waren de schrijvers benieuwd naar input van het online publiek. Ze stonden open voor nieuwe verhalen van de kijkers. Die konden suggesties inleveren via een Google Form of door het inspreken van DE VANDALEN-telefoon. “Voor het eerste seizoen heeft dat wel gewerkt, met name de input die we zo van andere schrijvers en acteurs ontvingen. Maar soms ontvingen we ook compleet uitgewerkte scenes via de mail. Dat paste toch minder en bleek beperkend voor ons team van schrijvers en acteurs. Juist de anekdotes van wat mensen zelf meemaakten, waren inspirerend.” Uiteindelijk stopten DE VANDALEN met deze oproep voor het aanleveren van materiaal.

Wat voor bereik hebben jullie behaald met de webserie en leverde dit nog inkomsten op?

Het bleek moeilijk om blijvend nieuw publiek te bereiken. Het aantal Facebook-volgers ging snel met 500 omhoog, maar verdere groei stagneerde. Joeri licht deze ontwikkeling toe: “In het eerste seizoen kregen DE VANDALEN met deze serie de nodige exposure via artikelen in de landelijke pers. Het was toen allemaal nog nieuw.” Voor het tweede seizoen was die aandacht minder, dat zagen DE VANDALEN ook terug in het aantal kijkers. Met pieken van rond de 5000 kijkers aan het begin van het eerste seizoen, stabiliseerde zich dat aan het eind tot zo’n 1.400 kijkers per aflevering. “Er vormde zich een vaste kern van kijkers en volgers, die ook doneerden, maar deze poule werd niet groter.” In het tweede seizoen opende de serie weer met zo’n 1.200 kijkers. En aan het eind van de reeks zo’n 800 kijkers per aflevering.

 “De online wereld was nog als een jungle voor ons. Hoe krijg je meer bereik buiten je volgers? Als kleine organisatie zonder vast publiek en beperkte middelen is dat niet zo eenvoudig. Niemand kende ons, we hebben de grens gehaald aan wat we als Vandalen konden bereiken. Daar moeten we bij een volgend project meer aandacht aan besteden.” Elène voegt daar nog aan toe: ”We hebben daar ook partners voor nodig. De publiciteit willen we dan meenemen en als het ware in het concept vervatten.”

De afleveringen in het eerste seizoen zijn helemaal op vrijwillige basis gemaakt. DE VANDALEN hebben wat donaties ontvangen van het publiek, dat was net voldoende om de productiekosten te dekken. Voor het tweede seizoen ontvingen DE VANDALEN een bijdrage uit het Cultuurmakersfonds van het Prins Bernard Cultuurfonds. Dat kon besteed worden aan vergoedingen voor de vaste groep medewerkers.

Hoe kijken jullie terug op de kwaliteit van de twee seizoenen?

De twee vaste vandalen zijn het wel eens: het tweede seizoen was nóg beter. Elène legt uit: “De afleveringen in het eerste seizoen bestonden meer uit losse sketches. In het tweede seizoen duurden de scenes vaak langer, minder YouTube-achtig. We zijn geen cabaretschrijvers, we willen drama maken. Het tweede seizoen was inhoudelijk nog beter en er zijn daarin verdere stappen gezet. Ook in de kwaliteit van schrijven en de montage, we hebben daarmee een eigen taal ontwikkeld. Je ziet ook meer ontwikkeling in de personages en ontdekt dat de karakters meer lagen hebben. Je volgt iemand gedurende het seizoen die bijvoorbeeld ziek wordt, of de problemen waar een personage tegen aan loopt met een autistisch broertje. De tweede reeks was niet langer een vorm van luchtig escapisme, maar raakt ook dieper aan thema's als eenzaamheid of uitzichtloosheid. Dat werd ook bevestigd door het publiek, dat vond het eerste seizoen vooral grappig en uit reacties bleek dat ze zich meer herkenden in de gevoelens van de personages uit het tweede seizoen.”

Als vaste Vandalen waren jullie voor Corona op zoek naar nieuwe vormen van theater. Wat heeft dit jaar jullie gebracht, wat hebben jullie geleerd?

Elène gaat in op de nieuwe koers voor DE VANDALEN: “We hebben een flinke ontwikkeling doorgemaakt. We noemen ons nu een productiegezelschap, een gezelschap met makers uit verschillende disciplines die met elkaar cross-mediaal produceren. We richten ons op verhalen die verbinden en zoeken steeds een passende vorm voor die verhalen die goed aansluit op het publiek dat we willen bereiken. Met publiek dat op verschillende kanalen zit, kun je voor verschillende doelgroepen verschillende vormen naast elkaar ontwikkelen. Dat kan dan bijvoorbeeld voor de ene doelgroep een website zijn en voor de andere een podcast of boek. Digitale toegankelijkheid is sowieso heel belangrijk, door hetzelfde verhaal op verschillende manieren aan te bieden en te vertellen.”

Elène ligt alvast een tipje van de sluier op: “Er liggen nu ideeën om iets te gaan doen met complotdenken, rond de vraag hoe je met elkaar samenleeft als er tegenstrijdige wereldbeelden in het spel zijn. Als Vandalen willen we heel graag aan de slag met verschillende makers om dit verder uit te diepen!”

“Onze gedachten over het publiek moeten veranderen. We lopen op een goed moment aan tegen zalen die leeglopen als we ons op het reguliere publiek blijven richten. Als je 18-jarigen wilt bereiken, kies dan de vorm die daar dan ook bij past!”

Op welke gebieden zien jullie nieuwe uitdagingen?

Joeri constateert dat het niet makkelijk is om het publiek te bereiken. “De ambitie was een eigen platform, maar we kunnen dat niet alleen. We moeten daar eerst bekender voor worden. Je hebt dus partners nodig, met name rond die distributie. Nu vielen we overal tussen met zo’n webserie. Het bleek lastig te plaatsen: het is niet echt voor het YouTube-publiek en het is ook niet echt TV.  De VPRO had overigens wel interesse en heeft de serie gepitched voor een plek op NPO Start. Daar is het uiteindelijk niet van gekomen.” 

De aanpak die DE VANDALEN nu voor ogen staat, is nog moeilijk te pinpointen. Het zal nog niet makkelijk zijn financiering te vinden. De fondsen zijn nog niet ingericht met structurele subsidies voor dit soort nieuwe initiatieven. Dat heeft Joeri al ondervonden: “Je kunt aanvragen doen bijvoorbeeld voor óf een documentaire óf een theaterproductie. Maar soms weet je dat niet van tevoren, welke vorm het beste past.”

Doelgroeponderzoek wordt dan ook heel belangrijk voor DE VANDALEN. “Of we moeten zelf kennis ontwikkelen in hoe je een specifieke doelgroep kunt bereiken. En ontdekken welke vormgeving en kanalen daarop het beste aansluiten. Of we moeten daarin ook met partners gaan samenwerken. Digitale toegankelijkheid is ook iets dat we willen meenemen in de vormen die we willen aanbieden.” 

 

"Toen wij de tijd hadden" is geselecteerd voor de NNF Debuutcompetitie.

 

Dit artikel maakt deel uit van een reeks. Leonie Clement, artistiek directeur van Festival Cement, kwam al aan het woord over de organisatie van de digitale editie van het festival. Bob de Wit en Koen Verhees, twee Eindhovense geluidstechnici, gingen in op hun initiatief The Isolation Sessions: popconcerten van lokale bands en artiesten, gestreamd vanuit hun studio.

Contactpersoon: Marcus Cohen

Contactpersoon: Marcus Cohen

Adviseur

Neem contact op met Marcus:

Thema's
Deel dit artikel

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.