Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Eén jaar COVID-19 in de cultuursector; het belang van digitale transformatie voor toekomstbestendigheid

We konden begin 2020 niet bevroeden dat de urgentie van de digitale transformatie in de cultuur zo duidelijk zou worden. Vorig jaar maart maakte het coronavirus een eerste reeks van beperkende maatregelen noodzakelijk. DEN zette onmiddellijk alles op alles om de cultuursector te ondersteunen, te inspireren en bewust te maken van de kansen en mogelijkheden van de digitale transformatie. Lees hier hoe directeur Maaike Verberk de afgelopen twaalf maanden beleefde en over de impact van de crisis op de relevantie van een digitale strategie.

Bijna elke organisatie kreeg onverwacht te maken met aanpassingen aan de manier van werken. Ook DEN zelf moest snel schakelen. De online mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie met de cultuursector werden vrijwel direct na de eerste coronamaatregelen omarmd.

Hoe heb jij het werk van DEN in de coronaperiode ervaren?

Maaike: “Onze boodschap en visie hoefden we niet aan te passen. We zijn ervoor om de cultuursector te ondersteunen in hun digitale transformatie en het benutten van de kansen die digitalisering biedt voor de toekomst van de cultuur. Daardoor konden we meteen doorschakelen en behulpzaam zijn voor de hele cultuursector. De bewustwording van het nut van ‘digitaal gaan’ kwam in maart 2020 voor de sector in een stroomversnelling. De urgentie was natuurlijk enorm, doordat de connectie tussen culturele instellingen en het publiek ineens alleen nog digitaal mogelijk was. Dat betekende dat wij er ook flink wat tandjes moesten bijzetten en via openbare spreekuren en zelf georganiseerde gesprekken direct op zoek gingen waar de behoefte lag en waar we konden helpen.

Lastig vond ik dat we, met de beperkte omvang van ons team, niet alles konden oppakken waarvan we dachten dat het noodzakelijk en waardevol was. Ik had de eerste maanden steeds het gevoel dat we nog meer moesten ondernemen om de instellingen te ondersteunen. Inmiddels horen we gelukkig duidelijk uit het veld terug dat we van betekenis zijn voor de culturele instellingen en ik zie inderdaad dat we relevante kennis ontwikkelen en delen, weten te inspireren en organisaties en mensen aan elkaar koppelen die elkaar weer verder helpen. We publiceren onder meer kennisdossiers over onderzoek doen naar online publieksbeleving van cultuur, praktijkvoorbeelden over nieuwe businessmodellen en over de samenwerking met NAPK om modelclausules te ontwikkelen voor toekomstige contracten van podiumkunstproducties, zodat de rechten voor een digitaal ‘leven’ van de nieuwe productie zijn geregeld. Deze worden binnenkort gepubliceerd.”

Wat zijn jouw observaties over hoe de culturele sector in het afgelopen jaar de digitale transformatie heeft opgepakt?

Erfgoed en podiumkunsten in verschillende snelheden

“We zagen de eerste tijd duidelijk dat de erfgoedsector snel kon schakelen en manieren vond om verhalen online met het publiek te delen. Via een digitaal format bouwden ze beleving voor en relatie met hun publiek op. De erfgoedinstellingen beschikten al over hoogwaardig gedigitaliseerde collecties en konden daaruit putten voor het bereiken van een online publiek. Dat toont overigens ook het belang aan van een goed geordend digitaal archief.

Bij de kunsten zag je in het begin dat ze nog met de zoektocht bezig waren. Zij hadden in de meeste gevallen nog geen digitaal materiaal klaarliggen dat direct voor publiek geschikt was. Er lagen wel digitale registraties van optredens, maar die waren in principe niet gemaakt om aan een online publiek te tonen en in concept daar niet optimaal geschikt voor. De zoektocht naar een online passende vorm en de verbinding met het publiek duurde daarom voor een groot deel van de podiumkunsten wat langer dan voor het erfgoed.

Heel bijzonder is dat je nú ziet dat een aantal instellingen uit de kunstensector vooroploopt met het streamen en live streamen en daarmee nieuwe business- en verdienmodellen ontwikkelt. Daar is een duidelijke inhaalslag gemaakt. Ze zien in dat digitaal een ander kanaal is en maken daarvoor specifiek werk of passen bestaand werk, dat zich al live in een zaal bewezen heeft, aan. De erfgoedsector blijft daarbij op dit moment achter. Het online beleefbaar maken van een erfgoedcollectie blijkt lastig, als je dit op een toekomstbestendige, innovatieve manier wilt doen. Er worden dus grote stappen gemaakt met livestreams en andere vormen van online evenementen, terwijl er met statisch materiaal zoals erfgoedcollecties nog naar nieuwe vormen van publieksbeleving en businessmodellen gezocht wordt. Het Mauritshuis in Den Haag en ook Tetem in Enschede zetten hier belangrijke stappen in en zijn zich nog steeds aan het ontwikkelen. Dat maakt zichtbaar dat dit niet alleen voor grote instellingen bereikbaar is.”

Waar liggen juist nu, ondanks de tegenwind in de cultuursector, nog kansen?

Samenwerken en innovatief werken

“Digitale transformatie van je organisatie is niet te onderschatten. Het is echt een grote opdracht die je niet van de ene op de andere dag hebt gerealiseerd. Het gaat maar voor maximaal 20% over techniek. Het heeft effect op alle onderdelen in je organisatie, zoals je processen, de benodigde vaardigheden en met name de relatie tot je publiek. Innovatief werken, waarbij je het publiek ook tijdens het ontwikkelen van nieuw werk of nieuwe dienstverlening betrekt, is waardevol.

"In het afgelopen jaar hebben we gezien dat er virtueel veel meer ruimte is voor cultuur dan we ons realiseerden. Nu moeten we hiervoor ook ruimte creëren in ons hoofd en in onze werkwijzen om deze kansen beet te pakken."

Samenwerking met andere culturele organisaties en met organisaties buiten de culturele sector, zoals de media of de creatieve industrie, is bijvoorbeeld ongelooflijk belangrijk. Je hoeft het wiel niet uit te vinden: je kunt vaardigheden, middelen en kosten delen. Daarvan zien we steeds meer mooie voorbeelden, zoals de grote filmfestivals die samen al een ‘digitaal filmhuis’ hadden ontwikkeld en dit online platform nu ook voor andere filmfestivals openstellen. Ook zien we dat veel instellingen nog hun eigen platform ontwikkelen. Daarmee wordt de inzet van middelen en het bereiken van publiek versnipperd. Sterker nog: versnippering is precies wat we ten koste van alles moeten voorkomen. Dat vertraagt en dat verzwakt onze sector. Op het vlak van creatie en beleving zijn de cultuurmakers individueel aan zet. Op het vlak van ‘vermarkten’ hebben we echt te maken met een collectieve sectoruitdaging om tot het beste resultaat te komen. Dit gaat zowel over verdienmodellen en rendement als over het realiseren van maatschappelijke doelen als het bereiken van nieuw publiek en het realiseren van impact op het publiek. Als we daar verdeeld opereren, maken we onszelf afhankelijk van vermarktings- en bereikplatformen van derden zoals bijvoorbeeld in de populaire muzieksector nu al het geval is.”

 

Contact met het online publiek

 “Zoals ik eerder aangaf is digitaal een ander kanaal en biedt dit andere manieren en momenten om contact te maken met het publiek. Ook als straks de cultuurhuizen weer opengaan. Denk aan het voortraject of natraject van een bezoek of een online gebeurtenis: hoe neem je je publiek alvast mee naar de beleving van je cultuuraanbod? Er valt nog veel te winnen in de publieksbeleving in die anticipatiefase, maar ook achteraf. Hoe kun je je publiek vasthouden na afloop van een virtuele voorstelling, hoe onderzoek je de online publieksbeleving en hoe ga je de kijkers mobiliseren om hun belevenis te delen met andere mensen, via online kanalen?

De uitdaging is om bij digitale transformatie niet in eerste instantie aan techniek te denken, maar aan een verandering van het denkkader voor cultuurmakers. Het gaat om het doorschakelen van denken over het maken van een cultuurmoment, wat typisch de karakteristiek is van een fysieke en tijdsgebonden uiting op een specifieke plaats, naar het denken over een permante cultuurrelatie met je publiek. In het digitale domein wordt een publieksrelatie deels via voorstellingen opgebouwd en uitgebouwd, maar vooral ook door continu het achterliggende proces met de makers, en deelproducten zichtbaar maken. Daarmee wordt je publiek een community waarmee je een frequentere relatie hebt en via wie je toegang kunt krijgen tot het eigen online netwerk van dit publiek. In het Engels wordt deze ontwikkeling krachtig samengevat als ‘From moment to movement’. Dat zijn interessante vervolgvragen…”

 

Publieke waarde

“Omdat veel cultuur wordt gefinancierd met publieke middelen is het bovendien belangrijk dat dit gebeurt met behoud van publieke waarde in de betekenis zoals die wordt gebruikt in het Manifesto - PublicSpaces. Dan denk ik aan interactie via open platforms voor gebruikers met gelijkwaardige partners, die een gemeenschappelijk algemeen belang delen, zonder winstoogmerk. Bij zo’n samenwerking zie ik ook een rol voor bijvoorbeeld de publieke media. Omdat nieuwe business- en verdienmodellen het meest kansrijk zijn waar online al veel publiek is, is samenwerking met het platform van de publieke omroep belangrijk om goed te onderzoeken. Want in die gezamenlijkheid kunnen nog wel stappen gezet worden.”

 

Hybride werken

“Al voor COVID-19 was DEN vanuit de rol als ondersteunende instelling samen met de cultuursector bezig met het zoeken naar een goede balans tussen een offline en online aanbod, op een manier dat beide uitingsvormen en kanalen elkaar juist versterken. Want dat is de toekomst, om de kracht van beide vormen te verbinden en in te zetten voor de maatschappelijke relevantie die de cultuur heeft. Nu neemt het begrip ‘hybride’ een vlucht, en terecht. De zoektocht is nog gaande. Hierbij ondersteunen we de cultuursector nog steeds door goede voorbeelden te geven en kennis te delen. We streven ernaar dat niet elke organisatie het wiel opnieuw uit moet vinden. Je ziet nu dat verschillende instellingen verschillende paden volgen om te experimenteren met de combinatie van online en offline beleving. Hybride werken vraagt ook om andere vormen van ondersteuning door en beleid van de overheden, de fondsen en samenwerking met andere sectoren. Dat signaleren we en bespreken we met overheden en bijvoorbeeld de Raad voor Cultuur. Het advies van de Raad ‘Onderweg naar overmorgen’ van 16 november 2020 is ook in goed overleg met ons en de andere ondersteunende instellingen tot stand gekomen. Dat was een goed proces.”

 

Welke trends zie je nog meer?

Digitale transformatie bij cultuurfondsen

“We zijn in gesprek met diverse fondsen die zich nu oriënteren op hoe ze ook digitale projecten kunnen opnemen in hun subsidieregelingen. Met oog voor duurzaamheid van deze projecten, waardoor ze bijdragen aan de digitale transformatie. Dat vind ik een mooie ontwikkeling, die goed is voor de cultuursector. Daarbij zoeken de fondsen contact met DEN om samen te werken aan hoe je dit type aanvragen goed kunt kaderen en beoordelen. Dit zijn hopelijk eerste stappen richting een systeem waar innovatiefondsen - die nu voornamelijk beschikbaar zijn voor de creatieve industrie gerelateerd aan het topsectorenbeleid - ook beschikbaar komen voor de cultuursector. Dat zou echt een impuls kunnen geven aan innovatief werken en nieuwe samenwerkingsverbanden die bijdragen aan de digitale transformatie in de sector.”

 

Digitale vaardigheden in de cultuursector

“Voortvloeiend uit de aandacht voor innovatief werken en digitale transformatie ziet DEN een opdracht om te kijken wat de culturele instellingen aan vaardigheden en digitale geletterdheid nodig hebben. We kijken waar een kennislacune bij de kleinere en middelgrote organisaties zit. Voor directeuren en managers hebben we daarvoor al een aanbod voor digitaal leiderschap in de DEN Academie. Maar ook op andere niveaus zijn nieuwe vaardigheden nodig. We spelen daar op bepaalde terreinen al op in. Bijvoorbeeld hoe je onderzoek doet naar online publieksbeleving, het opzetten van digitale klantreizen, rechten regelen voor digitaal materiaal en digitale business- en verdienmodellen. Ik realiseer me dat we hierin pas aan het begin staan en dat we daar nog veel meer in kunnen betekenen.”

 

Kleinere instellingen haken af

“Nu zien we hele mooie voorbeelden ontstaan bij culturele instellingen die veelal tot de groteren behoren in de sector. Dit kunnen ze op eigen kracht doen. Daar kunnen we veel van leren. Het is belangrijk dat de middelgrote en kleinere instellingen ook aangehaakt kunnen blijven. Ik hoor om mij heen dat kleinere organisaties met minder budget zien hoe het publiek verwend geraakt is door het mooie online cultuuraanbod van grote voorlopers. Deze kleine instellingen hebben niet de budgetten en de know how om het niveau van het online aanbod van grote organisaties te evenaren. Hierdoor kan er een kloof ontstaan omdat deze instellingen zich hier niet verder in kunnen ontwikkelen. Dat zou enorm jammer zijn. Juist hier is samenwerking van belang. De grote instellingen kunnen andere instellingen meenemen in de kennis die ze hebben en in de mogelijkheden die ze inmiddels ontwikkeld hebben.”

 

Toekomstverkennen

“Toen we zagen dat na de eerste lockdown in juni 2020 veel culturele instellingen de digitale experimenten vrijwel onmiddellijk loslieten, realiseerde ik me dat die eerste maanden onvoldoende waren om de waarde van het digitale domein voor de toekomstbestendigheid – en dus voorbij COVID-19 – aan te tonen.

Daarom heeft DEN een methode van toekomstverkennen beschikbaar gemaakt voor de cultuursector. Samen met experts van binnen en buiten de sector zijn vier toekomstscenario’s ontwikkeld over het cultuurpubliek van de toekomst. Die scenario’s maken zichtbaar dat er veranderingen zullen plaatsvinden in de behoeften en in de manieren waarop het toekomstige publiek aan cultuur zal deelnemen, en wat ze überhaupt beschouwen als cultuur. De huidige Gen Z, het cultuurpubliek over 10-15 jaar, ziet digitaal en fysiek nu al niet meer als verschillende domeinen. Ze zijn op beide domeinen actief én op veel verschillende manieren. Het lijkt mij niet realistisch dat ze over 10 jaar minder digitaal actief zijn en daarom moet de cultuursector zich daar nu al op voorbereiden en het toekomstige publiek dáár vinden, raken en meenemen.”

Toekomstbeeld voor de cultuursector?

“Het blijft lastig om positieve effecten van COVID-19 onder ogen te zien. Toch zijn die er wel degelijk. We krijgen allen een urgente en grote prikkel om sneller te vernieuwen en om buiten ons comfortkader te durven experimenteren. Als we er gezamenlijk de schouders onder zetten en als de cultuursector, overheid, particuliere fondsen, etc. samenwerken en de crisis gebruiken om er sterker uit te komen, kunnen de kansen en mogelijkheden van innovatief werken en digitale transformatie goed benut worden. Veranderen gaat niet vanzelf. Dat geldt ook voor innoveren en digitale transformatie. Via die hobbelige ontwikkelingsweg vinden we het aanbod en de aanpak die past bij de tijd en maken we de cultuursector toekomstbestendig.”

Persoonlijke noot

Gisteravond was ik online aanwezig bij ‘Dream’, een virtuele bewerking van ‘A Midsummer Night’s Dream’. Dit initiatief kwam tot stand door een samenwerking van -onder meer- de Royal Shakespeare Company en het digitale collectief Marshmellow Laser Feast.

Deze online live-voorstelling is een R&D-project in het kader van een innovatieregeling voor future audiences waarbij samenwerking tussen de meer traditionele podiumkunstensector in de UK en digitale collectieven wordt gestimuleerd. Bijvoorbeeld voor onderzoek naar een nieuwe digitale, immersieve ‘taal’ die aansluit bij het toekomstige cultuurpubliek. Er zijn ‘interactieve’ tickets te koop en je kunt ook een gratis ticket (zonder interactieve component) boeken. Gisteren waren er bijna 6.000 mensen online aanwezig.

Ondanks dat het een interactieve live-uitvoering was had ik nog best veel vragen over de mate van betrokkenheid van het online publiek en de aanpak van digital storytelling. Als kijker miste ik een connectie met het verhaal en de personages. Er is een klein deel van de voorstelling waarin je de als online bezoeker een kijkje krijgt in de verschillende lagen: het live-werk in de VR-studio en het beeld dat dit in de virtuele wereld oplevert. Toen begon het voor mij pas echt te leven.  

Tegelijkertijd zijn dit soort experimenten, nieuwe samenwerkingsverbanden en feedback van het publiek nodig om hierin verder te komen en te zoeken naar de vorm waar het artistieke verhaal, de technische mogelijkheden en betrokkenheid van het publiek elkaar juist wel versterken. Dus als je tijd hebt: ga kijken en laat me weten wat je ervan vindt.

Else Laura Rademaker

Else Laura Rademaker

Communicatiemedewerker

Else Laura adviseert DEN over de interne en strategische communicatie. Ook schrijft en redigeert zij teksten voor de website. Voordat ze in 2001 bij DEN kwam, werkte ze als junior adviseur automatisering bij het RKD. Tussendoor heeft ze Het Utrechts Archief een paar jaar geholpen met de digitale communicatie. Speciale interessegebieden zijn publieksbereik en de toepassing van innovatieve technieken ten behoeve van de maatschappelijke waarde van digitale cultuur.

Maaike Verberk

Maaike Verberk

Algemeen directeur

Maaike Verberk is in 2018 gestart als algemeen directeur bij DEN. Daarvoor was Maaike onder meer zakelijk leider bij Toneelgroep Amsterdam en bij STRP Art&Technology in Eindhoven. Ze is verantwoordelijk voor het integraal beleid voor de ondersteuning van de kunsten- en erfgoedinstellingen. Ze zet zich in om met bestaande en nieuwe partners in binnen- en buitenland de cultuursector te inspireren om de kansen en mogelijkheden van digitale transformatie te benutten. Op verzoek van het Ministerie van OCW is Maaike namens Nederland vervangend deelnemer van de Digital Cultural Heritage and Europeana Expertgroup van de EU.

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.