Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Maak een plan voor duurzame samenwerking

6 basisvragen om aan de slag te gaan met elkaar.

Door jezelf de volgende zes vragen te stellen, maak je een goede start voor een duurzame samenwerking.

1. Hebben we concrete doelen en resultaten voor ogen?

Scholen, culturele instellingen en verbinders gaan samen aan de slag met een mooie intentie: leerlingen in aanraking brengen met cultuur en erfgoed (via een digitale weg). Maar waar die intentie concreet heen leidt is niet altijd duidelijk. Daarom is het heel belangrijk om een duidelijke focus aan te brengen met een zo concreet mogelijk doel. Een belangrijke eerste stap hierbij is om de vraag vanuit het onderwijs te begrijpen. Hieraan tegemoet komen geeft duidelijke richting aan het doel van een digitaal erfgoedproject. Spreek daarbij in een vroeg stadium verwachtingen uit en onderzoek ook de haalbaarheid van de gestelde doelen om teleurstellingen te voorkomen. Een uitgebreide website of Virtual Reality-toepassing klinkt bijvoorbeeld mooi, maar is niet altijd nodig om de doelen te bereiken. Je kunt ook klein(er) beginnen en later voortbouwen op de eerste resultaten.

Soms lijkt het wellicht alsof er te veel verschillende belangen zijn, maar intussen werkt iedereen op een eigen manier aan hetzelfde: bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen. De neuzen gaan vaak terug dezelfde richting in wanneer een verbinder dit mooie gemeenschappelijke doel weer even benadrukt.


2. Spreken we een gemeenschappelijke taal en hebben we dezelfde basiskennis?

Bij nieuwe verbindingen blijkt in de praktijk telkens weer dat iedereen andere woorden gebruikt om te praten over digitaal erfgoed. De een gebruikt onderwijsjargon, de ander praat in beleidstaal en een derde spreekt vanuit praktische kennis over specifiek erfgoed. Dit kan belemmerend en afstotend werken. Vaak ontbreekt zelfs een eenduidig beeld over wat digitaal erfgoed precies is. Velen denken bijvoorbeeld dat erfgoed alleen met geschiedenis te maken heeft of verwachten andersom dat anderen wel weten dat het meer is dan dat. Of de één spreekt over een digitale collectie, terwijl de ander digitaal lesmateriaal bedoelt.

Om het gesprek aan te kunnen gaan hierover is het daarom nodig om eerst duidelijkheid te scheppen over taalgebruik en daarmee ook over digitaal erfgoed zelf. Dit is belangrijk voor het aangaan van de verbinding of samenwerking, maar ook om over resultaten te communiceren. Zodat bijvoorbeeld een erfgoedinstelling de juiste taal gebruikt om scholen aan te spreken.

TIP:

3. Weten we wat er al is?

Soms gaan culturele instellingen enthousiast maar solistisch aan de slag met een leuk idee en raken ze gaandeweg overweldigd. Er is ontzettend veel om rekening mee te houden bij het ontwikkelen van digitaal lesmateriaal. Daarom bespaart het een hoop werk om inspiratie op te doen bij anderen. Ook simpelweg onderzoeken of er al een lespakket of leerlijn op een bepaald gebied bestaat, alvorens er zelf een te maken is een slimme zet. Je kunt zo bijvoorbeeld tot een digitale aanvulling komen op boeken die op school al worden gebruikt.

Ook in de manier van het beschikbaar maken en verspreiden van het materiaal is er winst te halen. Bijvoorbeeld door te kijken welke platforms en tools er zijn, waar al gebruik van gemaakt wordt door scholen. Als je een platform gebruikt dat scholen al gebruiken, is de kans dat je materiaal gevonden en gebruikt gaat worden natuurlijk groter.

De verbinder speelt hier een cruciale rol bij door overzicht in het bestaande aanbod te bieden en hier de regie op te houden.

TIP:

4. Wie kunnen we erbij betrekken? Wie kan ons faciliteren?

Iedere partij heeft een eigen expertise. Het is daarom slim om te onderzoeken wie welke kennis en ervaringen heeft en of die te betrekken is bij het project, in plaats van alles zelf te willen doen. Er zijn ontzettend veel spelers in het veld, zoals collega-culturele instellingen, maar ook overheden, vrijwilligersorganisaties, scholen en andere experts. Het werkt versterkend om samenwerkingen aan te gaan, inspiratie op te doen en te leren van elkaar. Een verbinder speelt hier een belangrijke rol bij doordat deze vaak al beschikt over een breed netwerk in de regio en goed op de hoogte is van faciliteringsmogelijkheden. Zorg ervoor dat in je project mensen betrokken zijn vanuit elke schakel (onderwijs, erfgoed, digitaal).

Ook op financieel gebied valt of staat een project of samenwerking met de betrokkenheid van de juiste instanties, infrastructuur en personen. Veel erfgoedprojecten worden vanuit de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit gefinancierd, maar ook door gemeenten, allerlei fondsen en stichtingen. Wanneer financiering een struikelblok is, kan een samenwerking met een andere instantie die wel de nodige financiering heeft, de oplossing zijn. 

TIP:
  • Bestudeer de plaat met verschillende soorten partijen en bedenk welke je nodig hebt voor jouw project.
Iris Brandts, adviseur erfgoed en educatie bij Erfgoedhuis Zuid-Holland: “Erfgoedhuizen zijn sterk afhankelijk van financiering vanuit de provincie, hoe dat uitpakt verschilt per provincie. Wij hebben de laatste jaren op minder infrastructuur en facilitering kunnen rekenen, hoe ga je daarmee om? Wij hebben bijvoorbeeld de samenwerking gezocht met andere instanties zoals Kunstgebouw en pakken meer lokaal de vragen van gemeenten op.”

5. Wie is verantwoordelijk voor welke taak?

Hoe meer partijen er meewerken aan een project, hoe groter de kans dat verantwoordelijkheden onduidelijk worden. Het is daarom heel belangrijk om dit vast te leggen, te coördineren en terug te blijven koppelen. Verbinders spelen hier vaak een cruciale rol in. Wanneer hier geen duidelijkheid over bestaat, raakt de vaart uit het ontwikkelproces en daalt de motivatie om ermee door te gaan.

TIP:
  • Formaliseer de samenwerking, zet de afspraken duidelijk op papier en maak een inzichtelijke planning. Ga bijvoorbeeld een alliantie aan.
Thema's
Deel dit artikel

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.