Direct naar de inhoud Direct naar het menu Direct naar de zoekfunctie Direct naar de footer

Out of Commerce: meer online erfgoed

Erfgoedinstellingen hebben sinds juni 2021 meer mogelijkheden om hun collecties online te presenteren. Door aanpassingen in de Auteurswet en aanverwante wetten mogen erfgoedinstellingen werken die niet (meer) commercieel beschikbaar zijn, zogenaamde out-of-commerce werken, op niet-commerciële websites zetten. Maar wat is ‘commercieel beschikbaar’ precies? En wie bepaalt dat? Over dit soort vragen voeren erfgoedinstellingen nu samen met beheersorganisaties gesprekken.

De Richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt (Copyright in the Digital Single Market, in het kort: CDSM-richtlijn) is een Europese richtlijn die een aantal auteursrechtaspecten binnen de Europese Unie wil harmoniseren. Deze richtlijn moest uiterlijk 7 juni 2021 zijn geïmplementeerd in alle EU-landen. Nederland haalde deze deadline, zodat op 7 juni nieuwe Auteurswet-artikelen voor erfgoedinstellingen zijn ingegaan. Veel andere EU-landen zijn nog niet zo ver.

Digital Single Market (DSM)

De Digital Single Market (DSM) of ‘digitale eengemaakte markt’ is een Europese strategie die tot doel heeft virtuele grenzen op te heffen, digitale connectiviteit te stimuleren en het voor consumenten gemakkelijker te maken om toegang te krijgen tot online content binnen heel Europa.

Om dit te bereiken wil de Europese Commissie regelgeving moderniseren en homogener maken op onderwerpen als consumentenbescherming, auteursrecht en onlineverkoop.

De nu ingevoerde Copyright-richtlijn is een van de richtlijnen die voortkomt uit de DSM-strategie. Een ander voorbeeld is het afschaffen van roaming-tarieven binnen Europa. Bekijk de video hieronder voor de doelstellingen van de Commissie.

De DSM Copyright-richtlijn bevat nieuwe mogelijkheden voor erfgoedinstellingen met betrekking tot out-of-commerce werken, Tekst- en Datamining en preservering van auteursrechtelijk beschermde werken in hun collectie. Deze nieuwe gebruiksmogelijkheden zijn geformuleerd als uitzonderingen of excepties op het auteursrecht van de rechthebbenden, zodat erfgoedinstellingen er geen toestemming van hen voor nodig hebben. Wij richten ons hier op de Out of Commerce-regeling.

Out of Commerce (OoC)

Erfgoedinstellingen hebben het recht om auteursrechtelijk beschermde werken uit hun collectie die niet meer in de handel verkrijgbaar zijn, op een niet-commerciële website te zetten. Daarvoor moeten ze een contract sluiten met een representatieve collectieve beheersorganisatie (CBO). Bestaat er geen representatieve CBO, dan bevat de wet een terugval-exceptie op grond waarvan een OoC-werk gratis online mag worden gezet. Vereiste is wel steeds dat informatie over de werken die men online wil zetten, 6 maanden daaraan voorafgaand wordt gepubliceerd in het Europees OoC-register. Die informatie moet daar blijven staan gedurende de hele periode van online beschikbaarstelling. Rechthebbenden kunnen dat register raadplegen en desgewenst een opt-out-verzoek doen. Instellingen moeten het werk dan offline halen.

Benieuwd naar de andere twee mogelijkheden? Lees meer in het uitklapmenu hieronder.

Tekst- & Datamining (TDM)

Onderzoeksorganisaties en erfgoedinstellingen mogen kopieën maken van auteursrechtelijk beschermde werken ten behoeve van tekst- en datamining, mits ze rechtmatig toegang tot die werken hebben (bv d.m.v. een e-journal-abonnement). Hetzelfde geldt voor journalisten en andere onderzoekers, tenzij op de werken een (machineleesbaar) verbod staat. Dit verbod geldt niet voor onderzoekers en erfgoedinstellingen; rechthebbenden mogen hen dit kopiëren niet verbieden. Wel mogen ze maatregelen treffen om hun publicatieplatforms veilig en stabiel te houden. Onduidelijk is nog of erfgoedinstellingen kopieën mogen leveren op verzoek van onderzoekers of dat onderzoekers de kopieën alleen zélf mogen maken.

Preservering

Een erfgoedinstelling mag (digitale) kopieën maken om een werk uit haar collectie te preserveren en restaureren. Dat was al toegestaan onder de Nederlandse Auteurswet, maar volgens de nieuwe richtlijn mag dat nu ook preventief en niet meer pas bij concrete dreiging van verval.

Collectieve beheersorganisaties

Nederland kent zo’n 20 verschillende Collectieve beheersorganisaties (CBO’s), bijvoorbeeld BUMA/STEMRA voor muziekwerken of Pictoright voor beeld. In het kader van de nieuwe OoC-artikelen kunnen deze CBO’s, wanneer zij voldoende representatief geacht worden, tegen betaling een licentie met verruimd effect — een Extended Collective Licence (ECL) — aanbieden. Die geeft toestemming voor het gebruik van OoC-werken van makers waarvan de CBO de rechten beheert, maar óók voor werken van makers die niet zijn aangesloten. De beheersorganisatie mag als het ware voor al haar soort makers contracteren wanneer zij geacht wordt een representatief deel van die rechthebbenden te vertegenwoordigen. Dit voorkomt dat erfgoedinstellingen met alle makers of hun erfgenamen of rechthebbenden individueel om de tafel moeten, wat met name voor grootschalige digitaliseringsprojecten in de praktijk ondoenlijk is. In het verleden zijn al overeenkomsten gesloten die lijken op een ECL om de digitalisering en het online zetten van bijvoorbeeld kranten (met heel veel rechthebbenden) mogelijk te maken. Overigens blijft de mogelijkheid om met individuele makers afspraken te maken, wel bestaan (maar als iemand lid is van een CBO, moet men daar afspraken mee maken).

Voor werken waarvoor geen representatieve CBO bestaat, is een terugval-exceptie in de wet opgenomen. Deze uitzondering geeft de erfgoedinstellingen de mogelijkheid om OOC-werken uit hun permanente collectie alsnog online te publiceren, zonder vergoeding. Ook in dat geval moet de erfgoedinstelling eerst onderzoeken of de bewuste werken/collecties out-of-commerce zijn en is publicatie ervan in het Europese OOC-register verplicht.


Stakeholderdialogen

De vraag of een werk nog in de handel is en of een CBO representatief is, is dus van vitaal belang. Om de regelgeving voor OOC-werken in de praktijk handen en voeten te geven, is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gestart met een serie OOC-stakeholderdialogen, waar vertegenwoordigers van erfgoedinstellingen, collectieve beheersorganisaties en rechthebbenden aan deelnemen. 

Belangrijk discussiepunt is het criterium voor out of commerce: hoe bepaalt men of een werk ‘out of commerce is’? Hiervoor bestaan diverse aanknopingspunten: bepaal of een werk out of commerce is aan de hand van de materiaalsoort: check voor een tekstpublicatie bijvoorbeeld of het werk niet in een boek zit dat te koop wordt aangeboden of op een commerciële website wordt aangeboden. Daarbij bestaat ook de mogelijkheid om een schuivende scheidslijn (cut-off periode) te hanteren,  waarbij bij bijvoorbeeld boeken ouder dan 45 jaar worden geacht OOC te zijn. Voor boeken jonger dan 45 jaar zou dan een OOC-check per titel moeten worden verricht. Dat zou kunnen aan de hand van het ISBN-nummer, dat in Nederlands in 1976 is ingevoerd. 

Wat betreft mogelijkheden (of onmogelijkheden) om een check te verrichten, bestaan er wel grote verschillen tussen beeld, tekst, audio en audiovisueel materiaal, waarbij de check voor tekstpublicaties misschien het minst problematisch is.

Als het gaat om audiowerken spelen er vergelijkbare vragen. Zo gelden voor muziek andere regels dan voor gesproken woord of opnamen van bijvoorbeeld natuur- of stadsgeluiden. Die laatste twee zijn wellicht nooit in commerce geweest, terwijl de vraag is of CBO’s er representatief voor zijn. Hiervoor zouden erfgoedinstellingen dan van de terugval-exceptie kunnen profiteren.

Belangrijk vraagstuk voor het maken van afspraken is ook de representativiteit van CBO’s. Dat een CBO aan bepaalde kwantitatieve criteria moet voldoen – een fors aantal rechthebbende moet vertegenwoordigen – lijkt voordehand liggend. Maar wat zijn de kwalitatieve criteria? In hoeverre zijn CBO’s representatief voor de makers van werken die nooit in de handel zijn geweest of voor werken waarop niet-natuurlijke personen rechthebbenden zijn? Erfgoedinstellingen zijn van mening dat CBO's niet representatief zijn voor werken die nooit in de handel zijn geweest.

In de stakeholderdialogen proberen instellingen en CBO’s gezamenlijk te komen tot antwoorden op deze en andere vragen. Bedoeling is dat de dialogen dit jaar worden afgerond, zodat instellingen duidelijkheid hebben wat de mogelijkheden zijn en de beschikbare hoeveelheid digitaal erfgoed online hopelijk snel toeneemt.

Meer weten over de mogelijkheden voor de publicatie van Out of Commerce-werken voor jouw instelling? Neem contact op met een van de brancheverenigingen: Museumvereniging (musea), KVAN (archieven) of Fobid voor bibliotheken.

Verder lezen?
Thema's
Deel dit artikel

This website is automatically translated by Google Translation. Some translations might not be correct.