Wat maakt jouw voorstelling, tentoonstelling of website tot een succes? Natuurlijk de artistieke, unieke of informatieve kwaliteit van het product, maar ook of je publiek je weet te vinden en bij je terugkomt voor meer.

Als je wilt motiveren, inspireren, prikkelen of overtuigen, moet je natuurlijk wel weten wat de behoeftes van je publiek zijn en op welke manier je daarin kunt voorzien. Daar kun je achter komen door het doen van gebruikersonderzoek. In dit artikel geven we je een kort overzicht van de verschillende mogelijkheden en een aantal tips die je helpen als je zelf aan de slag gaat.

Twee soorten onderzoek

Allereerst is er een verschil tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Bij kwalitatief onderzoek doe je diepgaand onderzoek naar een kleine groep mensen, meestal in de vorm van een interview of opdrachten. De proefpersonen weten op dat moment ook dat ze onderzocht worden. Het zou dus kunnen dat ze hun gedrag aanpassen of sociaal wenselijke antwoorden geven. Toch is dit soort onderzoek heel nuttig om de motivatie van mensen te achterhalen.

Bij kwantitatief onderzoek verzamel je cijfers over je publiek of gebruikers, bijvoorbeeld met webstatistieken. Ook kun je steekproeven nemen. Het verzamelen van deze gegevens gebeurt vaak op de achtergrond en proefpersonen zijn zich hier niet zo van bewust, waardoor het gedrag ook niet gestuurd wordt. Het nadeel van dit soort observaties is wel, dat je weet wat mensen doen, maar niet waarom. Om een compleet beeld te krijgen kun je het beste kwalitatieve en kwantitatieve methodes combineren. Welke methode je ook gebruikt, let er op dat je voldoet aan de richtlijnen van de AVG.

Wie zijn ze?

Er zijn verschillende manieren om er achter te komen wie je doelgroepen zijn. Voordat je met de ontwikkeling van iets begint, bedenk je voor wie je aan de slag gaat. Welke interesses hebben ze? Welke kanalen gebruiken ze? Op basis van bestaande bronnen zoals cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau of het Centraal Bureau voor de Statistiek kun je doelgroepsegmentaties maken en daar verschillende profielen aan koppelen. Daarnaast kun je ook enquêtes of polls gebruiken om meer te weten te komen over de achtergrond van je bestaande gebruiker.

Wat doen ze?

Bij online diensten kun je bijvoorbeeld gebruik maken van webstatistieken die het gedrag registreren van de bezoekers op je site. Je kunt dat ook doen voor andere kanalen, zoals social media en dit koppelen Wel is het lastiger om het gedrag op externe kanalen te volgen: zo meet niet elk kanaal op dezelfde manier, waardoor je statistieken moeilijker met elkaar kunt vergelijken en worden niet alle activiteiten gemeten. Nog lastiger wordt het, wanneer je je data als LOD beschikbaar hebt gesteld, bijvoorbeeld online metadata en/of collecties. Als andere partijen dit vervolgens gebruiken, kun je dit nog maar nauwelijks kwantificeren. Je kunt ook een externe partij inhuren om dit soort analyses te laten maken, soms zelfs op het niveau van het individu.

Wat vinden ze en wat willen ze?

Als je statistieken verzamelt, weet je wel wat je gebruiker doet, maar nog niet wat ze van je dienst of product vinden. Dit onderzoek je weer op een andere manier. Je kunt het ze vragen door bijvoorbeeld enquêtes of polls, of je gaat kijken naar wat ze doen, terwijl ze hun mening geven. Bijvoorbeeld door usability-onderzoek. Je komt er dan ook achter waarom iets niet werkt. Bij het maken van nieuwe producten of diensten is het heel handig om de behoeften van je gebruiker of publiek in kaart te brengen. Dit kun je trouwens ook doen als je het idee hebt dat datgene dat je hebt gemaakt niet aanslaat.

Doe zelf onderzoek

Niet elk onderzoek hoeft even uitgebreid opgezet te worden. Je kunt klein beginnen door een poll op je website te plaatsen. Als je tijd en middelen hebt om een groot en grondig onderzoek uit te voeren, kun je dit zelf uitvoeren of een externe partij inhuren. Tot slot nog een paar tips:

  • Stel de juiste onderzoeksvraag: als je aan het begin van je onderzoek goed nadenkt over de vraag en de data die je wilt verzamelen, voorkom je dat data verzamelt waar je eigenlijk niet zoveel aan hebt. Vraag je daarom af: Is dit meetbaar? Wat wil ik uit mijn data kunnen afleiden?
  • Denk vanuit de vraag, niet vanuit de methode: ga geen analyses maken, omdat je bepaalde data toch voorhanden hebt, maar kijk eerst of het nodig is om zo’n analyse te maken en of je je vragen wel op die manier kunt beantwoorden.
  • Combineer, waar mogelijk, verschillende methodes: we noemden het al eerder in dit stuk, maar het combineren van methodes kan de bias verkleinen, werkt als controlemiddel en geeft meestal rijkere onderzoeksdata.
Thema's
Deel dit artikel