Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

Use case: Tentoonstellingsinformatie heeft digitaal het eeuwige leven

Musea die tentoonstellingsinformatie zorgvuldig en duurzaam bewaren kunnen veel materiaal hergebruiken. Deskundigen vertellen hoe eigen medewerkers en vakgenoten er hun voordeel mee kunnen doen.

Dit scenario is door Marie-José Klaver en Ewoud Sanders in 2010 samengesteld aan de hand van interviews met verschillende instellingen. Uit de interviews werden de knelpunten en hoofdlijnen op het gebied van drie onderwerpen gekristalliseerd en tot drie herkenbare scenario´s verwerkt.

Lees hieronder het scenario over digitaal archiveren, dat oorspronkelijk gepubliceerd werd op de website Musea in Transitie.




 

"Bij het maken van een tentoonstelling kunnen beeld en tekst van alle kanten worden aangeleverd, intern en extern. Je weet dat je een product maakt dat vergankelijk is, en dat is ook goed. Ik zeg weleens: het kenmerk van een tentoonstelling is dat hij weer verdwijnt. Na een halfjaar of een jaar is het voorbij, althans als fysieke verschijning. Wij zijn ertoe over gegaan om de gegevens rond een tentoonstelling zo op te slaan dat we er tot in de lengte van jaren gebruik van kunnen maken. En niet alleen voor onszelf, maar ook voor collega’s en andere instellingen in binnen- en buitenland en natuurlijk het publiek."


Bewust selecteren

“Het is niet zo dat wij alle het digitale materiaal dat rondom een tentoonstelling ontstaat, uiteindelijk ook bewaren. Bij een tentoonstelling kies je vaak voor een bepaald thema, een bepaalde invalshoek. Over dat thema of die invalshoek wordt ook algemene informatie gegeven. In mijn ervaring is het niet nuttig om ook die informatie op te slaan, want zelfs als je veel van dezelfde objecten later opnieuw zou exposeren, dan nog geef je de expositie een ander accent. Ik weet dat er collega’s zijn die hier anders over denken, maar wij hebben de keuze gemaakt om niet alles te bewaren. Je kunt beter bewust selecteren dan onbewust weggooien. Het materiaal dat wel wordt bewaard, wordt op verschillende manieren hergebruikt, bijvoorbeeld voor folders, speurtochten voor kinderen en lesmateriaal voor scholen."


Naar een digitaal archief

“Bij onze tentoonstellingen maken we meestal een catalogus en soms een publieksboek. De digitale bestanden daarvan staan niet in de database maar gewoon in mappen op het netwerk. Natuurlijk worden ze wel goed bewaard; elke nacht wordt er een back-up gemaakt, volgens een vast protocol. Dat geldt voor alle digitale informatie waar we gebruik van maken; als een en ander verloren zou gaan zouden we niet meer kunnen werken.

Nadat de catalogus is gedrukt, blijven de bestanden bewaard. Eerst sloegen we alle teksten in Word op, maar tegenwoordig gebruiken we een open bestandsformaat. Als we ooit op een ander merk kantoorsoftware overstappen kunnen we de teksten blijven gebruiken. We hergebruiken tentoonstellingsinformatie ook voor het maken van downloadbare lesbrieven en hoogtepuntenpagina's op onze website. Daarom worden de speciaal voor de catalogus gemaakte digitale afbeeldingen ook op een eigen server gezet. Meestal worden ze ook gelinkt aan de objectbeschrijvingen in ons collectieregistratiesysteem. Ook wordt de nieuwe informatie die is gevonden bij het onderzoek dat aan zo’n catalogus of publicatie vooraf gaat gebruikt om de objectbeschrijvingen aan te vullen en te verbeteren.”


Snel en flexibel samenwerken

“Ik werk in een middelgroot museum, dat goed wordt bezocht. Vroeger was het een heel karwei om de objecten voor een tentoonstelling te selecteren; het betekende heel veel knippen en plakken. Nu wordt de selectie in de database gemaakt. Daar staan de beschrijvingen van de objecten, in het Nederlands en het Engels. Daarnaast staat er allerlei andere informatie: de bruikleenadministratie, gegevens over de verzekering, de staat van onderhoud, het formaat, enzovoorts. In de database zelf staan alleen linkjes naar de afbeeldingen. Dat werkt niet alleen sneller, je bent ook veel flexibeler want je kunt die linkjes op allerlei plaatsen zetten: op webpagina´s, op je intranet, eigenlijk waar je maar wilt.

Als wij een tentoonstelling voorbereiden maken we, vanuit de database, op het interne netwerk pagina’s met daarop de afbeeldingen en tekstbeschrijvingen. Zeg maar: een virtuele betaversie van de tentoonstelling. Iedereen die bij de tentoonstelling betrokken is, kan die pagina’s bekijken. Vroeger werkten we met geprinte lijsten. Maar vergelegen daarmee werkt digitaal een stuk beter. De vormgever wil de formaten van de afbeeldingen bekijken, een depotmedewerker kijkt wat er uit het depot moet worden gehaald, de conservatoren passen teksten aan of maken nadere selecties.”


Nieuwe kanalen

“ Onze tentoonstellingen worden met filmpjes op internet aangekondigd. Die filmpjes blijven bewaard. Dat wil zeggen: nadat de tentoonstelling is afgebroken, zetten wij ze gedurende langere tijd op de website. Het maken van dergelijke filmpjes kost veel tijd en geld en eerlijk gezegd vind ik het zonde om ze weg te gooien. Daarnaast hebben we een eigen videokanaal op de website die erg goed wordt bekeken. Als ons museum op televisie is geweest dan zetten we het beeldmateriaal op dit videokanaal. Maar ook als Nederlandse of buitenlandse toeristen bij beeldmateriaal naar ons museum verwijzen, dan is dat via ons videokanaal te vinden. Anders dan je misschien zou denken zitten daar verrassend leuke filmpjes bij. Al die filmpjes zijn trouwens ook op YouTube te vinden.

Diverse medewerkers van ons museum houden weblogs bij – over hun werk bij het museum. Die worden goed gelezen. Zeer recentelijk zijn we ook actief geworden op Twitter. Dat is natuurlijk erg modieus, maar ook onze Twitterberichten worden gevolgd, dus we gaan ermee door. De weblogs en Twitterberichten archiveren we nog niet. We verdiepen ons nog in de beste methode om die nieuwe media te bewaren.


Virtuele tentoonstelling

Ik weet dat er onlangs een pilot met drie Nederlandse musea van start is gegaan voor de inrichting van virtuele, interactieve tentoonstellingen. Dit project staat nog in de kinderschoenen. Het moet een soort 'tentoonstelling gemist' worden. Het idee is dat je zelf kunt bepalen hoe je door zo’n virtuele tentoonstelling loopt, dat je op objecten kunt inzoomen, dat je extra informatie kunt horen of lezen. Misschien komen er games bij of mogelijkheden om te chatten met andere bezoekers van dergelijke tentoonstellingen. Dit is weer een heel nieuwe manier om bewaarde tentoonstellingsinformatie te gebruiken. Ik sluit niet uit dat wij op termijn ook onze tentoonstellingen virtueel een tweede leven gaan geven. Om die reden is het belangrijk dat we tentoonstellingsinformatie duurzaam, zoveel mogelijk volgens standaarden archiveren. In het digitale tijdperk is dit wel ingewikkelder geworden, omdat de techniek zo hard gaat, maar ik vind dat ook een van de mooie kanten van dit vak: de uitdaging die voortkomt uit de doorlopende innovatie.”


Meer weten?

Laatst gewijzigd: 25-04-2014

Tags:
9 plus 2 is:*
(anti-spam)

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.