Auteurswet 1912

De Auteurswet 1912 beschrijft de rechten van een maker van een werk.

In de Auteurswet staat het volgende:

Artikel 1: Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.
De Auteurswet beschrijft hoe de verhouding is tussen de maker van werken, het werk en hoe het werk openbaar gemaakt en verveelvoudigd wordt. Het werk staat daarbij centraal. De auteurswet is opgesteld om makers een vergoeding en zeggenschap over hun werk te geven. In de praktijk onderscheidt de wet 2 soorten rechten:
de exploitatierechten en
de persoonlijkheidsrechten

De exploitatierechten betreffen het openbaar maken en verveelvoudigen. Vaak draagt de maker van een werk deze over aan een derde partij, bijv. een uitgever. Auteursrecht op een werk blijft bestaan tot 70 jaar na het overlijden van de maker. Dit kan nog verlengd worden als de maker het auteursrecht heeft overgemaakt naar zijn erfgenamen. Bij digitalisering van collecties zult u met het exploitatierecht te maken krijgen.
Persoonlijkheidsrechten blijven altijd van de maker. De maker kan een beroep doen op deze rechten als hij/zij vindt dat zijn/haar goede naam wordt aangetast door publicatie van het werk door derden.

Status in Nederlandse kwaliteitszorgsysteem


Open standaard: nvt
Soort: Standaard
Registernummer: C.07.01.01.01

beheer en documentatie

beherende organisatie

documentatie

Themapagina Auteursrecht Public Domain Calculator van Europeana




Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.