Home > Goed digitaliseren > Standaarden en richtlijnen > DE BASIS > DE BASIS voor vervaardiging > Vervaardiging audiovisueel materiaal
Vervaardiging audiovisueel materiaal
Veel erfgoedinstellingen beheren een of meer collecties met audiovisueel materiaal (AV). Deze collecties worden doorgaans onderverdeeld in film, video (bijvoorbeeld oude omroepuitzendingen) en audio (muziek, radio-uitzendingen, interviews). Digitalisering van deze audiovisuele bronnen wordt gedaan met het oog op conservering en presentatie. Voor conservering en presentatie gelden echter andere normen, die ook weer per AV-type en per erfgoedsector kunnen verschillen.
Conservering
In het algemeen geldt als uitgangspunt dat een digitale kopie bij (digitale) conservering altijd een 1:1 verhouding heeft ten opzichte van het origineel. Dit betekent dat masters nooit (na)bewerkt mogen worden met correctiesoftware. De digitale bestanden dienen verder voorzien te worden van metadata. Bij conservering zijn het kleinste betekenisvolle detail en de korrelgrootte bepalend voor het vaststellen van het kwaliteitsniveau.
Film
Bij conservering van 35 mm-film en 16 mm-film geldt dat celluloid nog steeds de voorkeur heeft als mastermateriaal voor conservering. Met andere woorden, bij conservering van oude films op celluloid worden deze weer overgezet naar nieuwe celluloidfilms en dus niet gedigitaliseerd. Bij 9.5 mm-film of 8 mm-film geldt dat digitalisering ook als conservering kan gelden, mits uitgegaan wordt van een 1:1 kopie, dat kan een 2K-scan zijn.
Video
Voor analoge video geldt een digitaal formaat met een datarate van minimaal 50 Mbps als minimumnorm voor conservering, zoals D10 0f MPEG-2. Belangrijk is om ook de audio op de juiste wijze op te slaan. De vereisten zijn -18dB voor de referentietoon en de piektoon op maximaal -9dB. In uitzonderlijke gevallen, bij videokunst bijvoorbeeld, wordt uncompressed AVI als bestandsformaat aanbevolen.
Audio
Audiobestanden worden bewaard volgens het PCM-formaat voor bitstream encoding. WAV en AIFF zijn vormen van PCM. Het origineel dient lossless en stereo te worden opgeslagen. Afhankelijk van origineel, type en hergebruik wordt daarbij 24-bits encoding aanbevolen. De sample frequency is afhankelijk van het uiteindelijke gebruik, aanbevolen wordt 44.1 kHz, 16-bits voor opslag in standaard audio-CD kwaliteit.
Presentatie
Audiovisueel materiaal wordt ook vertoond aan het publiek. Dat kan binnen een erfgoedinstelling zijn, maar in toenemende mate ook daarbuiten, vooral op internet. Belangrijke vuistregel is dat een presentatieformaat altijd een afgeleide is van een conserveringsformaat. Met andere woorden, voor presentatiedoeleinden wordt altijd gebruik gemaakt van een kopie van het origineel dat is aangepast op het doel van de presentatie.
Film
Voor 8 mm-film en 16 mm-film wordt MPEG-2 hi-res of DV met een datarate van minimaal 25 Mbps als basiseis gesteld, om een kwalitatief hoogwaardig afgeleide versie voor het internet of een DVD te kunnen maken. Voor het internet kunnen uiteindelijk dezelfde formaten worden gekozen als bij video.
Video
Het uiteindelijke presentatieformaat wordt bij videobestanden in belangrijke mate bepaald door de uiteindelijke toepassing, maar het meest compatibele bestandsformaat voor webbrowsers en andere viewers is momenteel MPEG-4. QuickTime en H.264 zijn voorbeelden van MPEG-4.
Audio
Audiobestanden kunnen online het beste worden gepresenteerd als een MP3-bestand. Dit MP3-bestand heeft een bitrate van 192 kbps. Voor streaming audio is de bitrate 128 kbps en bij spraak (mono) kan met 64 kbps worden volstaan.
Expertteam
Deze tekst is opgesteld door experts die werkzaam zijn op het gebied van audiovisueel materiaal in overleg met de adviesraad van de kennisbank. De beschreven standaarden en richtlijnen maken onderdeel uit van DE BASIS voor vervaardiging.
__________
Terug naar DE BASIS voor vervaardiging

