Landelijke richtlijn voor de vervaardiging van beeld

Met vervaardigen van beeld wordt bedoeld het maken van een digitale versie (verder genoemd master) van een analoog origineel door middel van scanning of digitale fotografie.

 


Wat is het doel van digitaliseren?

Er is voor gekozen om kwaliteitseisen te formuleren voor een master die voor de volgende doeleinden kan worden gebruikt:
  • digitale conservering (de digitale master moet over 5 jaar ook nog geschikt zijn voor internetpublicatie en drukwerk);
  • drukwerk (uitgezonderd bijzonder drukwerk);
  • publicatie op het internet.
Afgeleiden voor het publiceren op het internet worden niet specifiek benoemd, omdat de meeste webpublicatiesoftware dit automatisch genereerd. JPEG is het opslagformaat dat het meest wordt gebruikt.


Kwaliteitseisen master

De digitale master moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:

Kleurruimte - ECI-RGBv2
Kleurruimte is belangrijk voor de herkenning van kleuren door de computer. De meest bekende kleurruimtes zijn RGB (Rood-Groen-Blauw) en CMY(K)(Cyaan, Magenta, Yellow (=geel) en de Key (=zwart). Er is gekozen voor ECI-RGBv2 omdat deze kleurruimte de meeste mogelijkheden biedt en (diep)zwarten het beste weergeeft.

Resolutie
Resolutie in aantal pixels per inch (PPI), gebaseerd op het kleinst betekenisvolle detail van 0,2 mm:
  • A5-A2: 300 PPI;
  • kleiner dan A5: 600 PPI
  • groter dan A2: 150 PPI
Noot: PPI (pixels per inch) en DPI (dots per inch) worden vaak door elkaar gebruikt. De grootte is hetzelfde. Pixels zijn zichtbaar op het beeldscherm, dots(beeldpunten) worden gebruikt bij het printen/afdrukken op papier.
PPI is afhankelijk van de grootte van het origineel. Een poster moet op een andere resolutie gescand worden dan een postzegel. Het kleinst betekenisvolle detail op het origineel moet het uitgangspunt zijn voor PPI. Dit moet ook goed zichtbaar zijn op de digitale kopie. Voor DE BASIS wordt uitgegaan van 0,2mm. Dit komt ongeveer overeen met richtlijnen van Metamorfoze (onderkast e op lettergrootte 6) of Stadsarchief Amsterdam (de punt op de i moet nog duidelijk leesbaar zijn).
 
Indien het kleinst betekenisvolle detail significant groter is dan 0,2 mm overweeg dan een lagere resolutie. Voor grote originelen wordt het uitgangspunt, kleinst betekenisvolle detail van 0,2 mm, los gelaten. M.a.w. dit is alleen toepasbaar voor die originelen die detaillering groter dan 0,2 mm bevatten. Dit geldt dus enkel voor posters met letters groter dan 1 mm.

Bestandsformaat
  • Ongecomprimeerd: TIFF uncompressed (geschikt 8-bit en 16-bit);
  • Lossless compressie: JPEG2000 (geschikt 8-bit en 16-bit) (gemiddeld 50% besparing opslagruimte);
  • Lossy compressie: JPEG zonder verdere compressie (alleen 8-bit) (gemiddeld 90% besparing opslagruimte)
Het belangrijkste verschil tussen bestandsformaten betreft het gecomprimeerd en ongecomprimeerd opslaan van images. Bestanden worden door gecomprimeerde opslag, door gebruik van algoritmes, sterk verkleind opgeslagen. Dit betekent dat de pixels niet pixel voor pixel worden opgeslagen, maar op een slimme manier opgeslagen en te reconstrueren zijn. Er zijn meerdere manieren om te comprimeren, waarvan de belangrijkste lossless (zonder zichtbaar kwaliteitsverlies) en lossy (met kwaliteitsverlies) zijn. Dit scheelt aanzienlijk in benodigde opslagcapaciteit en dus kosten. Ongecomprimeerde opslag is wel nog steeds de meest veilige en duurzame manier van opslag.
Over discussie en achtergrond, raden wij u aan het rapport Digitalisering Ontrafeld (pdf) te lezen. Het Onderzoekrapport KB: Alternative File Formats for Storing Masters (pdf) heeft opslagformaten onderzocht en beoordeelt op onder andere aspecten als duurzaamheid.

Bitdiepte/Kleurdiepte
  • 8-bit per kanaal;
  • 16-bit per kanaal voor schilderijen/kunstobjecten/negatieven met groot dynamisch kleurbereik.
Kleurdiepte is belangrijk voor kleur. Met 8-bit kan de computer 256 kleuren weergeven, met 16-bit 65.536 . 8-bit is voor het meeste materiaal genoeg. Maar indien het origineel veel (uitgesproken) kleuren heeft, bijv. 17e eeuwse schilderijen met vele diepzwarten, is 16-bit nodig om het groot dynamisch kleurbereik te kunnen weergeven. De kleurruimte Eci-RGBv2 kan 8 en 16-bit weergeven.


Kwaliteitseisen digitaliseringsproces

Bij het digitaleringsproces moet aan de volgende kwaliteitseisen worden voldaan:
 
Neutrale achtergrond
Een neutrale achtergrond (zwart/grijs/wit) heeft minder invloed op de belichting van het te digitaliseren object dan kleur, bijvoorbeeld rood.

Meescannen targets
Het meescannen van een grijswaardenkaart (target= Kodak Grayscale Q13) en een kleurenkaart (target= MacBeth Colorchecker) per batch of dag (deel/productie).  Met targets (grijswaardenkaart of een kleurenkaart)is het mogelijk om kleurmanagement uit te voeren. Een scanner of camera kan door gebruik kleurafwijkingen gaan vertonen. De targets hebben geijkte (vastgestelde) kleuren of zwart/wit-range waarden. Elk kleurvakje op het target moet overeenkomen met deze vastgestelde waarde. Dit kun je controleren in photoshop of in speciale software. Door deze waarden te vergelijken, kunnen mogelijke (kleur)afwijkingen vastgesteld worden.
 
Meer informatie en achtergrond: Richtlijnen van Metamorfoze (pdf). In § 2.7 staat uitleg over kleurmanagement en in bijlage 1 staat een overzicht van alle waarden.
 
Correcte belichting
Belichting heeft grote invloed op hoe het origineel digitaal wordt afgebeeld. Door correcte belichting kunnen bijv. slagschaduwen voorkomen worden. Dit onderdeel bestaat uit:
  • Neutraal stellen
  • Meten van pixelwaarden van Vak A op de grijswaardenkaart of kleurenkaart (A=244)
Correcte contrastoverdracht
Dit onderdeel heeft betrekking op het contrast van de kleuren (zwart/wit). Dit kun je meten door te letten op hoe de witten/lichte kleuren worden weergeven.
  • Berekenen Highlight gamma (moeten in de range 0,8-1,08 vallen)
  • Meten pixelwaarden van gehele grijswaardenkaart of kleurkaart (schema metamorfoze).
Voor het berekenen van het highlight gamma: zie de richtlijnen metamorfoze 2.7.1

Correcte kleuroverdracht
Dit onderdeel bestaat uit:
  • Meet de kleurzweem met een kleurkaart (metamorfoze paragraaf 2.7)
  • Ruis mag max. een standaarddeviatie van 4 hebben.
Ruis kan worden omschreven als ongewenste lichtfluctuaties in een afbeelding, die geen deel uitmaken van het originele object. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door stof op de glasplaat Met behulp van de Kodak Gray Scale en ImCheck software kan de ruis worden gemeten. De software berekent van elk vlak van de Gray Scale de standaarddeviatie (afwijking van de gemiddelde waarde) van de drie RGB-kanalen. Deze mag max. 4 bedragen.


Verantwoording

Deze tekst is opgesteld door experts die werkzaam zijn op het gebied van digitaliseren van beeldmateriaal in overleg met de adviesraad van de kennisbank. De in dit document beschreven standaarden en richtlijnen maken onderdeel uit van DE BASIS voor vervaardiging
 
__________