Onder geo-informatie wordt alle informatie met een ruimtelijke component verstaan. Binnen de context van het cultureel erfgoed komen drie praktische toepassingen van geo-informatie voor:
- het koppelen van ruimtelijke informatie aan fysieke objecten (metadata);
- het digitaliseren van papieren historisch kaartmateriaal;
- het vervaardigen van papieren of digitale kaarten met ruimtelijke patronen (bijvoorbeeld archeologische verwachtingskaarten en verspreidingskaarten).
De geo-sector kent hele specifieke normen om de uitwisselbaarheid van ruimtelijke informatie te bevorderen (kijk hiervoor bijvoorbeeld op de website van
Geonovum), maar die zijn voor de dagelijkse praktijk van de meeste erfgoedinstellingen te zwaar. Geo-informatie is binnen de erfgoedsector vooral beperkt tot de ruimtelijke informatie in de metadata van het object, en in mindere mate kaartvervaardiging.
Standaarden zijn voor het gebruik van geo-informatie wenselijk om de lokatie van een object of de metadata daarover in de ruimte te kunnen blijven vaststellen, ook op de langere termijn. Objecten worden doorgaans op basis van adressen (postcodes), toponiemen, kadastrale percelen, XY-coördinaten of geometrie ruimtelijk beschreven.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen het georefereren (kaarten voorzien van paspunten) en het geocoderen (het via een koppelvlak, een adres bijvoorbeeld, een link leggen met gegeorefereerde objecten).
Georeferenties in het platte vlak dienen te worden weergegeven als XY-coördinaten. Binnen Nederland wordt hiervoor de
Rijksdriehoekmeting (meestal aangehaald als: "RD-stelsel") gehanteerd, dat wereldwijd bekend staat als EPSG GPR 28992. Hoogtes worden weergegeven in meters ten opzichte van
NAP. Gebruik alleen punten, lijnen of polylijnen, vlakken of polyvlakken. Het gebruik van splines wordt ten zeerste afgeraden omdat de interpretatie van splines per softwarepakket verschilt.
GML (Geography Markup Language) is een speciaal voor de geo-informatie ontwikkelde XML-variant. GML wordt gebruikt als formaat voor GIS als masterbestand voor zowel uitwisseling als voor langdurige opslag. Bij CAD-systemen kan GML soms voor conversieproblemen zorgen. In voorkomende gevallen wordt dan DXF aanbevolen.
-- UTF
-- Metadata
De metadata dient in
Dublin Core te worden aangeleverd. De
Dublin Core Metadata Element Set kent onder andere het element dc.coverage. Wanneer er sprake is van geo-informatie die deel uitmaakt van de nationale geo-informatieinfrastructuur dient de metadata te voldoen aan het Nederlandse profiel van
ISO 19115.
-- Presentatie en uitwisseling
Bij uitwisseling en presentatie van geo-informatie heeft gebruik van het originele GML-bestand de voorkeur. Voor veel erfgoedinstellingen zal de belangstelling echter vooral uitgaan naar het presenteren van bijvoorbeeld een beeldcollectie via een kaart op een website. Dit is bijvoorbeeld mogelijk met de
Google Maps API. Voor deze vorm van presentatie wordt gebruik gemaakt van
KML (Keyhole Markup Language), dat nauwverwant is aan GML. Over de presentatie van gegeocodeerde erfgoedinformatie zal bij de vaststelling van
DE BASIS voor presentatie nog apart aandacht worden geschonken.
Verantwoording
__________