home
ContactOver DENNieuwsAgendaNieuwsbriefWegwijzerPersEnglish


Rapport: 'Advies Berenschot over de Infrastructuur Digitale Collectie Nederland'
Auteur: Berenschot / Versie: 1 / Bewerkt: 19-07-2007
Op verzoek van DEN heeft Berenschot een advies opgesteld over de conceptuele relatie tussen de informatiearchitectuur van individuele erfgoedinstellingen en de nationale infrastructuur voor een Digitale Collectie Nederland. Welke beleidsopties kunnen aan het ministerie van OCW worden voorgelegd om deze infrastructuur te optimaliseren? Het advies luidt als volgt:

De digitale collectie Nederland biedt kansen
Wij zien grote mogelijkheden voor één nationale verzameling digitaal cultureel erfgoed die toegankelijk, herbruikbaar en authentiek is. De Digitale Collectie Nederland is hiervoor een metafoor. Gedigitaliseerde items zijn in de Digitale Collectie Nederland niet gebonden aan de fysieke locatie van het origineel. Door het digitale materiaal boven de grenzen van de instellingen uit te tillen ontstaan meer mogelijkheden tot combineren en kan dus ook meer waarde worden toegevoegd.
Ons land is rijk aan cultureel erfgoed, dat in al zijn verscheidenheid ons collectieve culturele geheugen vormt en de historische sensatie van het verleden biedt. Dit erfgoed is slechts voor een klein deel fysiek toegankelijk en zichtbaar, maar heeft onschatbare waarde voor de Nederlandse samenleving: het is authentiek, gaaf, zeldzaam, of van belang voor ons beeld van de cultuurhistorie - nu en in de toekomst. Het plaatst de actualiteit in een breder perspectief, kan worden benut voor onderwijs, wetenschap, nieuwe kunstuitingen, ruimtelijke ontwikkelingen en het ontstaan van ‘cultureel burgerschap’. Dit verplicht ons goed voor ons cultureel erfgoed te zorgen en het toegankelijk te maken voor een breed publiek. Digitalisering is hierbij een noodzakelijk hulpmiddel.
Met de Digitale Collectie Nederland zijn nieuwe toepassingen mogelijk. Zo kunnen bijvoorbeeld (digitale) lesmethoden worden gemaakt. In vakken als geschiedenis, sociale geografie, maatschappijleer en andere vakken kan materiaal uit de Digitale Collectie Nederland helpen de leerstof inzichtelijk te maken. Het gratis digitaal toegankelijk maken van dit materiaal kan bestaand lesmateriaal aanvullen of zelfs vervangen. Een ander aspect van de Digitale Collectie Nederland zijn de grote mogelijkheden om voor een breed publiek onderwerpen op een aansprekende manier te presenteren. Discussies over de canon van Nederland en een Nationaal Historisch Museum kunnen niet los worden gevoerd van een begrip als de Digitale Collectie Nederland. Een grote gedigitaliseerde collectie biedt mogelijkheden virtuele, steeds veranderende tentoonstellingen in te richten die een groot publiek kunnen bereiken. Beter dan in zijn ‘reële’ tegenhanger kunnen in het virtuele geschiedenismuseum zowel brede verbanden worden gepresenteerd als specifieke details en verdere verdieping. In het digitale domein gaat het namelijk niet om of/of, maar om en/en. Geen Nationaal Historisch Museum zonder een Digitale Collectie Nederland! 
Definitie van ‘nationale infrastructuur’
Onder ‘nationale infrastructuur’ verstaan wij de organisatie van het digitaliseren van erfgoedcollecties voor de Digitale Collectie Nederland. Digitaliseren omvat een aantal stappen die wij tezamen als een waardeketen beschouwen: selecteren, creëren, metadata toekennen, contextualiseren, toepassingen ontwikkelen, vermarkten, beheren en innoveren. Deze stappen worden beïnvloed door beleid en financiering door de overheid.  
Er moet nog wel wat gebeuren
De meeste erfgoedinstellingen hebben een website, maar alleen een kleine groep voert programma’s uit voor digitalisering van hun collecties. Momenteel is minder dan 5% van de erfgoedcollecties gedigitaliseerd. Er zijn weinig structurele middelen voor het vervaardigen van digitale content, subsidiestromen zijn vooral gericht op innovatie en toepassingen.
De huidige praktijk van digitaliseren is bottom-up. Het overheidsbeleid is gericht op zelfregulering. De instellingen hebben een grote vrijheid bij het digitaliseren van hun eigen collecties en zijn geneigd een zo groot mogelijk deel van de waardeketen digitalisering in eigen beheer uit te voeren. Dit heeft geleid tot een grote mate van versnippering: de nationale infrastructuur kent weinig samenhang, samenwerking tussen instellingen is nog fragmentarisch. ICT-standaarden worden weinig doorgevoerd. Ook zijn er belemmeringen voor vrije bruikbaarheid van digitaal materiaal. Deze hebben te maken met auteursrecht, maar ook met de terughoudendheid van sommige instellingen hun digitale materiaal vrij te geven. Toepassingen zijn lang niet altijd toegesneden op de wensen van de doelgroepen. Er moet dus nog heel wat gebeuren voordat de Digitale Collectie Nederland een feit is.
Drie beleidsopties
Wij zien grosso modo drie beleidsopties voor de inrichting van de nationale infrastructuur. De eerste is het voortzetten van het huidige beleid in verbeterde vorm. Dit betekent dat zelfregulering de basis blijft. Instellingen blijven zelf verantwoordelijk voor het proces van digitaliseren. De aanscherping van het beleid is dan dat ze sterker worden gecontroleerd op de daadwerkelijke uitvoering van de plannen. Het voordeel van deze optie is dat maximaal gebruik wordt gemaakt van de kennis van de instellingen zelf en dat er ruimte is voor hun inbreng en creativiteit.
De twee andere beleidsopties voorzien in een sterkere vorm van coördinatie, waardoor de samenhang en toegankelijkheid van de Digitale Collectie Nederland groter worden. Bij gezamenlijke ontwikkeling coördineren de instellingen in goed onderling overleg. Bij centrale regie is er een partij die boven de anderen staat. Er kan dan snellere voortgang worden geboekt en kunnen meer besparingen worden bereikt, maar mogelijk is draagvlak moeilijker te realiseren. De twee opties kunnen ook volgtijdelijk worden toegepast: als gezamenlijke ontwikkeling onvoldoende snel tot resultaten leidt, kan worden overgegaan op centrale regie.         
Schakels in de waardeketen
De drie beleidsopties die hiervoor zijn genoemd zijn te grof om toe te passen op het digitaliseringsproces in zijn totaliteit. Het is nuttig onderscheid te maken naar de genoemde schakels in de waardeketen. Voor ieder van deze schakels kan een andere keuze uit de beleidsopties worden gemaakt. 
Voor enkele schakels is het wenselijk sterker te coördineren dan nu gebeurt. Dit is in ieder geval aan de orde bij het vaststellen van standaarden voor metagegevens, het waarmerken van authenticiteit als onderdeel van creatie en het maken en vermarkten van toepassingen. Het eerste is nodig om de digitale collectie beter bereikbaar en doorzoekbaar te maken. Aansluiting bij internationale standaarden is van belang. De praktijk leert dat zelfregulering op dit punt niet goed werkt. Het tweede is nodig om ervoor te zorgen dat de consument kan vertrouwen op de authenticiteit van digitaal materiaal. Een keurmerk, zoals een digitaal watermerk, wint aan waarde als het erfgoedbreed wordt toegepast. Het derde punt gaat om toepassingen die daadwerkelijk zijn gericht op specifieke doelgroepen. De toepassingen moeten de logica volgen van de gebruiker, niet van de aanbieders, zoals nu de praktijk is. Dit vergt specifieke kennis over de doelgroepen. Het ligt voor de hand deze toepassingen te laten ontwikkelen en beheren door instellingen die deze kennis in huis hebben. Dezelfde redenering gaat op voor het vermarkten van deze toepassingen. Voor de overige schakels zijn argumenten om het al dan niet centraal te organiseren inge-geven door efficiency, en niet door effectiviteit zoals bij de hiervoor genoemde schakels.  
Lopende initiatieven voor grootschalige digitalisering
Momenteel onderzoekt een consortium van verscheidene erfgoedpartijen de mogelijkheden van grootschalige digitalisering van het cultureel erfgoed. Inspiratie hiervoor is het succes van een eerder consortium dat heeft geleid tot Beelden voor de toekomst. Hier worden ambitieuze plannen gerealiseerd voor het digitaliseren van audiovisueel erfgoed. De les van dit consortium is dat het voor instellingen loont om samen te werken; geen van de instellingen had afzonderlijk deze resultaten kunnen bereiken. Maar er zijn ook belangrijke verschillen: bij Beelden voor de Toekomst is de urgentie van het behoud van het audiovisuele erfgoed evident en is het aantal betrokken veldpartijen gering.
Het succes van het ‘tweede’ consortium zal afhangen van een aantal factoren. Van doorslaggevend belang is de wijze waarop de partijen samenwerken en die infrastructuur de belangen van de sector als geheel dient, dat wil zeggen niet alleen voor de partijen die nu deel uitmaken van het consortium. Het in dit rapport neergelegde model van beleidsopties en schakels in de waardeketen kan daarvoor een conceptueel kader aanreiken.     
Open access
De Digitale Collectie Nederland heeft alleen daadwerkelijk betekenis als deze publiek toegankelijk is. Daarvoor moeten enkele voorwaarden worden vervuld. Een daarvan is dat de instellingen het digitale materiaal dat ze produceren niet zien als ‘hun’ materiaal. Dat is steeds vaker het geval, maar nog niet altijd. Een tweede probleem hangt samen met auteursrecht. Een van de problemen is dat dit recht niet is toegesneden op het digitale domein. Vooruitlopend op eventuele wijzigingen van het auteursrecht kunnen in het publieke domein al wel initiatieven worden genomen om het materiaal zo vrij mogelijk bruikbaar te maken. Voorbeelden als ‘copyleft’ en ‘creative commons’ kunnen daarbij als inspiratie dienen. Zo kan worden bereikt dat wat met gemeenschapsgeld is betaald ook door het algemene publiek kan worden ge-bruikt (en eventueel weer verder worden verwerkt). En in het digitale domein geldt dat iets dat vaak wordt gebruikt meer waard wordt, niet minder.

naar boven
Digitaal Erfgoed Nederland
Kwaliteitszorg
Register
DE BASIS
Projectenbank
ICT Monitor
DE Conferenties
KENNIS DELEN
Subsidiewijzer
Publicaties
Aanmelden nieuwsbrief
Digitaal Erfgoed Nederland (DEN)
Prins Willem-Alexanderhof 5
Postbus 90407
2509 LK Den Haag
T. +31 (0)70 314 0343
F. +31 (0)70 314 0100