home
ContactOver DENNieuwsAgendaNieuwsbriefWegwijzerPersEnglish


Artikel: Dublin Core in samenwerkingsprojecten en publieksgerichte ontsluiting
Auteur: DEN / Versie: 1.1 / Bewerkt: 11-08-2008
Dublin Core is een sectoroverstijgende standaard voor het toekennen van metadata aan bronnen. In zijn meest eenvoudige vorm bestaat Dublin Core uit 15 velden. Het algemene, niet-sectorspecifieke karakter maakt deze beschrijvingsset geschikt om te dienen als uitwisselingsformat tussen samenwerkende erfgoedinstellingen.
Dublin Core Metadata Element Set
De Dublin Core Metadata Element Set is voortgekomen uit de behoefte om online documenten van metadata te voorzien. Sinds de oprichting van de Dublin Core Metadata Initiative (DCMI) in 1995 heeft het metadataschema een veel breder toepassingsgebied gevonden. In zijn meest eenvoudige vorm, bestaat Dublin Core uit 15 basiselementen, waarmee in principe alle erfgoedbronnen beschreven kunnen worden.
De hieronder getoonde Nederlandse vertaling van de elementen is gemaakt in het DONOR-project van de Koninklijke Bibliotheek en SURFnet. Dit project heeft in de periode 1998-'99 het gebruik van Dublin Core door de SURFnet-gemeenschap voorbereid. Alhoewel diverse partijen bij de DCMI waren aangesloten, waaronder musea, archieven en informatiewetenschappers, heeft de bibliotheeksector een belangrijke stem gehad in de samenstelling van de Dublin Core Metadata Element Set. Dit verklaart voor een belangrijk deel de benaming en de invulling van de elementen.
element invulling
creator auteur of maker
subject onderwerp en trefwoorden
description omschrijving
publisher uitgever
contributor andere medewerkers
date datum
title titel
type bestandstype
format bestandsformaat
identifier bestandsidentificatie
source bron
language taal
relation relatie
coverage dekking
rights rechten
Qualifiers & dumbing down
Dublin Core leent zich ertoe dat de 15 basisvelden uitgebreid kunnen worden. Eén van de mogelijkheden voor uitbreiding is het gebruik van zogenaamde 'qualifiers', verfijningen van de 15 velden, zoals 'Alternative' als toevoeging bij het element 'Title', om een tweede titel of naam aan een bron toe te kennen. Het element 'Date' kan in Dublin Core Qualified verder verfijnd worden tot bijvoorbeeld 'DC.date.created'. Het 'Coverage'-element kent een vergelijkbaar soort uitbreiding door de toevoegingen 'spatial' en 'temporal'. Deze uitbreidingen worden gebruikt om nadere specificaties te geven met betrekking tot een geografisch gebied en periode-aanduidingen. Ook is voor een aantal elementen vastgesteld welke gestandaardiseerde terminologiebronnen (bijvoorbeeld thesauri) gebruikt kunnen worden voor de inhoudelijke invulling. Sinds de invoering van Dublin Core Qualified wordt de basisset van 15 elementen ook wel aangeduid als Dublin Core Simple (oftewel DC-Simple)
Door vaste regels toe te passen, moeten zoeksystemen altijd overweg kunnen met dergelijke verfijningen. Er zijn bijvoorbeeld regels voor de wijze waarop Dublin Core in XML 0f (X)HTML dient te worden uitgedrukt. Een ander voorbeeld is 'dumbing down': een verfijnd element moet altijd terug te brengen zijn tot een basiselement.
Een andere mogelijkheid om Dublin Core uit te breiden, is het toevoegen van eigen velden. Het is hierbij goede praktijk om niet zomaar willekeurige velden toe te voegen, maar velden uit andere, bestaande metadataschema's over te nemen. Dit moet wel goed gedocumenteerd worden, zodat zoekmachines weten welke velden uit welke schema's afkomstig zijn. Een dergelijke gecombineerde set van metadata wordt in Dublin Core-kringen een 'application profile' genoemd.
Het gebruik van qualifiers en applicatieprofielen geeft overigens ruimte voor verschillende interpretaties, wat niet bevorderlijk is voor de uitwisseling van data tussen erfgoedsectoren. De regels die CIMI in haar handleiding geeft, hebben zin voor de museale wereld of andere objectbeschrijvende gemeenschappen. Bibliotheken gaan echter anders om met de Dublin Core-velden. In sectoroverstijgende projecten moet gezocht worden naar de grootste gemene deler. We komen met Dublin Core in de problemen als we de regels die in de verschillende sectoren gehanteerd worden strikt toepassen. hierboven duidden we al aan dat we bij het gebruik van Dublin Core voor het sector- en instellingsspecifiek publieksvriendelijk ontsluiten van erfgoedinformatie met twee hoofdproblemen te maken hebben:

  • de sector en/of instellingsspecifieke invulling van de Dublin Core-elementen.
  • de keuze welke Dublin Core-elementen gebruikt moeten worden bij de ontsluiting van het erfgoed voor het brede publiek.
Publieksvriendelijke ontsluiting
Om te komen tot een publieksvriendelijke ontsluiting van de Dublin Core-data wordt vaak de beslissing genomen om een vertaalslag te maken naar vijf algemene zoektoegangen: wie, wat, waar, wanneer en hoe. Een voorbeeld hiervan ziet u hieronder met in de rechterkolom de gebruikte Dublin Core-elementen en in de linkerkolom de vertaalslag van deze elementen naar wie, wat, waar, wanneer en hoe.
wie dc.creator, dc.contributor, dc.publisher
wat dc.title, dc.title.alternative, dc.description, dc.subject
waar dc.coverage, dc.coverage.spatial, dc.date
wanneer dc.coverage.temporal, dc.date
hoe dc.type, dc.format
De elementen DC.rights, DC.source, DC.identifier zijn hier buiten beschouwing gelaten. In het gegeven voorbeeld is sprake van een model dat gebruikt kan worden door samenwerkende erfgoedinstellingen afkomstig uit verschillende erfgoedsectoren. Er is dus sprake van een consensusmodel. Een bekende discussie die plaatsvindt tussen archieven en verschillende musea heeft betrekking op de informatie die bij 'wie' moet worden ingevuld. De meeste musea vertalen de persoons- en instellingsinformatie naar het veld 'wie'. Archieven (uit de aard van hun bronmateriaal) geven vaker de voorkeur deze informatie in het veld 'wat' onder te brengen.
Collectiebeschrijvingsniveau
Dublin Core kan ook gebruikt worden om beschrijvingen te maken op collectieniveau. We moeten eerst de vraag beantwoorden wat wordt verstaan onder beschrijving op collectieniveau. Het is het eenvoudigst om vast te stellen dat het hier gaat om een beschrijving die het objectniveau overstijgt. Dergelijke beschrijvingen worden bijvoorbeeld gemaakt binnen het MUSIP-project voor museale collecties. Voor archieven geldt dat de beschrijvingen die zij maken voor de toegang tot collecties (of inventarissen) gezien kunnen worden als het hierboven aangeduide hogere beschrijvingsniveau. Om inzicht te krijgen in de beschrijvingsproblematiek op collectieniveau kan de volgende documentatie bekeken worden:
Verder werd binnen CIMI een discussie gevoerd over deze problematiek. Niet alle documentatie hiervan is voor iedereen toegankelijk. Voor alle genoemde documentatie geldt dat er steeds een relatie gelegd wordt met Dublin Core. In het kader van sector- en instellingsoverstijgende problematiek is dat interessant omdat het de discussie over de verschillende benaderingswijzen per sector inzichtelijk maakt.
Relatie collectiebeschrijvingsniveau – objectbeschrijvingsniveau
Een ingewikkelde relatie is die tussen het collectieniveau en het niveau van objectbeschrijving. Als beide beschrijvingen in relatie tot elkaar gemaakt zijn dan is het hoogst waarschijnlijk dat er rekening gehouden is met het verschil in hiërarchisch niveau. Voor de museale beschrijvingen op collectieniveau geldt dat deze relatie vaak niet aanwezig is.

In dit licht bezien zijn zgn. crosswalks buitengewoon interessant. MUSIP is het Nederlands format voor het collectiebeschrijvingsniveau. De zich bij UKOLN bevindende documentatie toont een vergelijking tussen de RSLP collection description (RSLPcld) en Dublin Core. De mapping van MUSIP naar Dublin Core, of direct een vergelijking tussen RSLPcld en MUSIP, maakt het tevens mogelijk een relatie te leggen met de Encoded Archival Description (EAD), een gestandaardiseerd beschrijvingsformat voor archieven, omdat er al onderzoek gedaan is en een crosswalk gemaakt is tussen beide formats.
Dublin Core-records en afbeeldingen
In Dublin Core wordt informatie over het object op dezelfde manier gedefinieerd als informatie over de digitale afbeelding. Dit betekent dat van de digitale afbeelding ook een DC record gemaakt zou moeten worden. Voor een erfgoedtoegang voor het brede publiek zijn deze gegevens niet relevant, daarom wordt vaak volstaan met een verwijzing naar de plaats waar de afbeelding zich bevindt. In de databasequery moet in ieder geval de naam van de afbeelding zijn opgenomen.

In het kader van een publieksvriendelijke ontsluiting zou rekening gehouden kunnen worden met het soort afbeeldingen dat verbonden is aan de database. Niet alle afbeeldingen worden immers vervaardigd vanuit het oogpunt van publieksbenadering. Veelal wordt volstaan met een afbeelding die in dienst staat van de behoud- en beheertaak die een culturele instelling heeft. Inmiddels is echter duidelijk dat afbeeldingen van objecten voor het publiek andere eisen stellen aan het beeldmateriaal, educatie vaak objecten vanuit een ander perspectief belichten dus meerdere afbeeldingen of slechts delen van objecten willen laten zien en voor communicatie vaak afbeeldingen nodig zijn van een hoogwaardige kwaliteit ivm. drukwerk e.d. Het is niet denkbeeldig dat aan beschrijvingen van afbeeldingen in de toekomst dergelijke kwalificaties worden toegekend en dus ook bij de ontsluiting van het materiaal meegenomen kunnen worden als nuttige informatie voor de gebruiker.

opmerking

naar boven
Digitaal Erfgoed Nederland
Kwaliteitszorg
Register
DE BASIS
Projectenbank
ICT Monitor
DE Conferenties
KENNIS DELEN
Subsidiewijzer
Publicaties
Aanmelden nieuwsbrief
Digitaal Erfgoed Nederland (DEN)
Prins Willem-Alexanderhof 5
Postbus 90407
2509 LK Den Haag
T. +31 (0)70 314 0343
F. +31 (0)70 314 0100