Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

'DEN wordt wel eens de kruipolie van de sector genoemd:' interview Marco de Niet

28 augustus 2017 - Annemieke Arendsen




Marco de Niet werkt sinds 2006 bij DEN, eerst als medewerker kwaliteitszorg en sinds 2007 als directeur. In september betrekt hij een nieuwe functie als divisiemananager onderzoek- en onderwijsdiensten en plaatsvervangend directeur bij de Universitaire Bibliotheken Leiden. In een afscheidsinterview blikt hij terug op zijn tijd bij DEN en ruim 11 jaar digitalisering van erfgoed, 'boetiekdigitalisering', DEN-conferenties en de democratisering van cultuur.


Foto: Anne Reitsma

Na elf een half jaar ga je DEN volgende maand verlaten voor een nieuwe functie bij de Universiteit Leiden. Ben je klaar voor je vertrek?

“Ik kijk er zeker naar uit. Gelukkig ga ik in heel goede harmonie weg bij DEN: het is een vertrek maar geen afscheid. Ik ga weg bij DEN, maar niet bij waar DEN voor staat. Maar ik denk wel dat het een goede stap is. We zitten bij DEN nu in een overgangsperiode; van een lange periode waarin we ons alleen op de erfgoedsector richtten zijn we dit jaar bezig de gehele cultuursector te betrekken, dus in die zin is het een mooie periode voor vernieuwing. Toen ikzelf in 2006 bij DEN kwam was het eigenlijk niet anders: DEN zat toen in een transformatiejaar van vereniging naar stichting. Mijn opvolger kan zich nu met een frisse blik op die nieuwe opdracht richten, die overigens niet makkelijk zal zijn. We moeten bijvoorbeeld waken voor de valkuil om te denken dat we de cultuursector op dezelfde manier kunnen betrekken als we destijds met de erfgoedsector hebben gedaan. Het is een heel andere sector die weer eigen uitdagingen met zich meebrengt. Het is goed als er iemand komt die daar frisse ideeën over heeft.“
 

"De vraag waar we destijds voor stonden was hoe je als bovensectorale organisatie de kracht van verschillende sectoren en instituten kunt combineren tot iets nieuws."

 
Waarom heb je destijds gesolliciteerd bij DEN?

“Nadat ik zeventien jaar bij de KB had gewerkt, uiteindelijk als hoofd van een afdeling, heb ik een jaar gewerkt als adjunct-directeur bij een dierenbeschermingsorganisatie. De overstap naar die sector had ik destijds bewust gemaakt, uit idealisme. Helaas viel die sector me nogal tegen: er was veel verdeeldheid binnen de organisatie. Ook was er veel concurrentie bij de organisaties onderling, terwijl je zou verwachten dat iedereen een gezamenlijk doel voor ogen heeft. Begin 2006 ben ik toen weer teruggegaan naar de erfgoedsector, dit keer naar DEN. We waren daar toen maar met z’n vieren en DEN had toen net de overgang gemaakt van een vereniging die een publieksportal onderhield naar een kenniscentrum voor kwaliteitszorg, een onderwerp waar ik me bij de KB al mee bezig had gehouden. Ik ben toen na enige tijd interim-directeur geworden, dus dat directeurschap daar ben ik een beetje ingerold. Ik vind de erfgoedsector toch een erg fijn werkgebied, het is een beschaafde sector waar met hart en ziel en aandacht gewerkt wordt. Er wordt ook veel samengewerkt. Een van de leukste maar ook moeilijkste dingen voor me toen ik bij DEN kwam werken als oud-bibliotheekmedewerker was het doorgronden van de museale- en de archiefsector. De vraag waar we voor stonden was hoe je als bovensectorale organisatie de kracht van die verschillende sectoren en instituten kunt combineren tot iets nieuws. Het vergde inspanningen om goed te snappen hoe de andere sectoren werken en hoe ze tegen digitalisering aankijken. Maar in de digitale wereld gaat het uiteindelijk toch ook om enen en nullen en daar komt alles bij elkaar. “
 

"De aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde, de waarde voor onderwijs en wetenschap die er nu is, is pas later opgekomen en is nu veel prominenter. "

 
Welke grote veranderingen heb je in die elf jaar bij DEN gezien op het gebied van digitaal erfgoed?
Toen ik begon bij DEN ging het heel erg om het hoe van digitalisering;  welke standaarden, welke technieken gebruik je, kortom hoe digitaliseer je een collectie. Maar nu gaat het meer om het waarom. Dat is een mooie ontwikkeling geweest. Het was toen ik begon allemaal heel projectmatig, digitalisering deden veel organisaties er een ‘beetje bij’. Organisaties waren trots op een bepaalde collectie en wilden laten zien wat ze in huis hadden door middel van digitalisering. 'Boetiekdigitalisering' noemden ze het ook wel. Zo is heel veel gestart. De aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde, de waarde voor onderwijs en wetenschap die er nu is, is pas later opgekomen en is nu veel prominenter. Het besef dat het bij digitalisering niet alleen gaat om bijvoorbeeld een driejarig project waarin een deel van de collectie wordt gedigitaliseerd, maar om een infrastructuur die tot in lengte van jaren bij je blijft, is iets dat echt heeft moeten groeien. Vroeger hadden instellingen nog wel eens de neiging om ‘hun hand op te houden’ en te zeggen dat ze alleen wilden digitaliseren als er extra geld beschikbaar kwam. Veel projecten vroegen ook een eigen bijdrage van de organisatie en daar hadden die organisaties vaak geen trek in. Het besef dat digitalisering een structureel onderdeel van je beleid moet zijn is inmiddels op veel plekken doorgedrongen. Overigens is die waaromvraag nog steeds niet helemaal beantwoord, net zoals er bepaalde vraagstukken rondom digitalisering ook na 25 jaar niet beantwoord zijn. Het is nu eenmaal geen lineaire ontwikkeling en het blijft complexe materie.”
 
Waar ben je het meest trots op uit de afgelopen 12 jaar?
“Allereerst op de groei die DEN heeft doorgemaakt, we zijn van een kleine organisatie van vier mensen naar twaalf mensen gegaan en hebben veel projectgelden binnengehaald. Ook zijn we nu vaste partner van Europeana en zijn we betrokken bij veel internationale projecten. Maar het meest trots ben ik misschien wel op ons monitoringsproject ENUMERATE, waarvan de resultaten in beleidsstukken door heel Europa opduiken. Dat onderzoek werd eerst gedaan door een Engels bedrijf en DEN werd gevraagd om de Nederlandse data te verzorgen. Dat heeft geresulteerd in de publicatie van De Digitale Feiten. Na dat eerste onderzoek kwam het besef dat er bij een dergelijk onderzoek veel voorkennis van zowel de digitale wereld als de erfgoedsector nodig is. DEN heeft toen samen met het Britse Collections Trust de nek uitgestoken en de verantwoordelijkheid voor de doorontwikkeling van de statistische methodologie op zich genomen. Dat heeft enorm bijgedragen om DEN op de kaart te zetten.

Ook de conferenties die we georganiseerd hebben, vooral de eerste DISH-conferentie in 2009, zijn een hoogtepunt uit mijn tijd bij DEN. Inmiddels zijn er in het erfgoedveld al zoveel bijeenkomsten dat we als DEN zo’n grote meerdaagse algemene conferentie niet meer hoeven te organiseren. Nu zijn het meer de kleine, thematische conferenties waar we ons op richten.

Sinds enkele jaren verzorgt DEN ook een Managementprogramma voor directeuren van kleine organisaties, met wie je gedurende vijf dagen intensieve gesprekken voert. Ik kan mijn opvolger van harte aanbevelen om daarmee door te gaan. Juist bij die kleine organisaties zit vaak veel energie, creativiteit en wilskracht. De problemen bij lokale en thematische erfgoedinstellingen zijn vaak heel verschillend, die verschillen moet je snappen als je een gemeenschappelijk doel nastreeft.”


DISH 2009

Wat kan je aanraden aan organisaties die nu voor digitaliseringsvraagstukken staan?
“Organisaties hadden vaak de neiging om de verschillen met andere typen instellingen uit te vergroten. Uit ons ENUMERATE-onderzoek weten we dat er eigenlijk niet één soort historisch materiaal exclusief gebonden was aan één type instelling: musea hebben schilderijen, maar archieven hebben die vaak ook, of beheren een bibliotheek. Zo hebben heel veel organisaties allerlei typen erfgoed in huis. Het gaat uiteindelijk om de collecties en niet om de instellingen met hun werktradities. Als je uitzoomt en vanuit het publieksperspectief kijkt is het verschil tussen musea en archieven veel minder groot dan ze zelf vaak denken. En zo kijk ik ook naar DEN, de meerwaarde van DEN zit niet in de organisatie op zich, maar in de functie van DEN en de rol die we vervullen in de erfgoedwereld. Denk vanuit de gebruiker; die zoekt informatie. De vorm is dan meestal  ondergeschikt aan de inhoud. Zowel brieven als schilderijen kunnen in één zoekactie van belang zijn. De tijd waarin je als organisatie automatisch gezag had omdat je nu eenmaal een archief of museum bent is voorbij, het gaat in de digitale wereld vooral om de inhoudelijke kwaliteiten van je collectie en de verbindingen die daarmee mogelijk zijn.”
 

"Als je uitzoomt en vanuit het publieksperspectief kijkt is het verschil tussen musea en archieven veel minder groot dan dat ze zelf vaak denken."


Hoe denk je dat de digitale cultuurwereld zich verder gaat ontwikkelen?
“Ik denk dat we voor echt grote veranderingen moeten wachten op een nieuwe generatie beleidsmakers, die digitalisering niet meer zien als ‘iets voor erbij’, maar ermee opgegroeid zijn. Ik heb het altijd als mijn missie gezien om de sector voor te bereiden op de veranderingen die eraan komen. Ik denk dat we nog niet half zien wat er allemaal gaat gebeuren en wat de impact gaat zijn van de digitalisering op ons leven, we snuffelen er nog maar aan. Daar moet je je op voorbereiden als sector en dan vooral met betrekking tot het publieke karakter van historische informatie. Ieder mens heeft het recht om onbevangen en onafhankelijk dergelijke informatie te bekijken.  De publieke informatiefunctie is in razend tempo aan het verschuiven naar commerciële organisaties: je ziet dat bedrijven als Google en Facebook steeds meer de toegang tot allerlei historische informatie in handen hebben. We moeten daar goed de consequenties van zien. Ik vind het een voorrecht om daar vanuit DEN over te hebben mogen nadenken en voor de troepen uit te lopen. Een mooie ontwikkeling is ook de democratisering van het internet, waarbij ieder individu een stem heeft. Culturele informatie is niet iets van instellingen, maar een gemeengoed. Neem het voorbeeld van de kattenfilmpjes op internet: Als je een filmpje van je kat online post is dat onderdeel van een nieuw cultureel fenomeen (het massaal plaatsen van kattenfilmpjes op internet). Hiermee heeft een grote groep mensen een stem gekregen en wordt cultuur steeds minder elitair. Om eerlijk te zijn heb ik zelf nooit zo veel gehad met al die spullen uit oude vorstenhoven.”


Marco de Niet tijdens het managementprogramma 2016
 
Hoe kijk je vooruit op je nieuwe functie?
“In mijn nieuwe functie ga ik me natuurlijk meer bezighouden met wetenschap. Ik las in het meerjarenbeleidplan van de UB Leiden, dat ze de UB zien als een ‘stedelijke huiskamer zonder commerciële activiteiten'. Die democratisering van de wetenschap vind ik mooi, het publieke karakter van de wetenschap als het ware. Hoe zet je digitale kanalen in om die wetenschap vooruit te helpen? Dat vind ik een mooie uitdaging in mijn nieuwe baan. Ik kijk er ook naar uit me weer met de echte boeken bezig te houden. Ik ben tenslotte van huis uit boekhistoricus. De Universiteit Leiden ligt me na aan het hart, omdat ik er gestudeerd heb, maar het is ook de oudste Universiteit van Nederland met een fantastische bibliotheek. De allereerste keer in mijn leven dat ik achter een computer zat was in de UB Leiden. In die zin staat de UB Leiden aan de basis van mijn persoonlijke ontwikkeling. “
 
Is er nog een advies dat je je opvolger zou willen geven?
“Benut de kracht van DEN als netwerkorganisatie. Jantje Steenhuis, de voorzitter van de Raad van Toezicht, noemt ons ook wel eens gekscherend oliemannetjes, de kruipolie van de sector. We treden weinig op de voorgrond, maar zijn wel op de achtergrond aanwezig met het bijeenbrengen van partijen en projecten. En in die rol, niet zozeer op de voorgrond tredend, maar wel aanwezig zonder uitdagingen uit de weg te gaan, zijn we gekomen waar we nu zijn. Wij stonden altijd voor het publieke belang van collecties. Daarom geloof ik in DEN, of nog beter in de functie van DEN.


Tags:
DEN   DISH2009   beleid   management  
10 plus 10 is:*
(anti-spam)

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.