Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

Weet wat je meet! Maar hoe dan?

9 mei 2017 - Wietske Van Den Heuvel




Tijdens de Week van het Digitaal Erfgoed organiseerden mijn collega Gerhard Jan Nauta en ik een workshop over indicatoren waarin vragen centraal stonden als: Wanneer doe je het goed als instelling? Welke getallen neem je op in je jaarverslag? Kun je deze vergelijken? Wat voor initiatieven worden al op dit gebied ontplooid? Volgens ons allemaal zeer relevante vragen, maar blijkbaar hebben we in de sector nog wat zendingswerk te doen, want een zeer select groepje had zich voor deze workshop ingeschreven. Dat maakte de materie en de discussie niet minder interessant.

Opzet van de workshop

De deelnemers kwamen van verschillende soorten instellingen: bibliotheken, archieven, musea en een ondersteunende instelling. Voorafgaand aan de workshop hebben we de deelnemers de basisset indicatoren voorgelegd die opgesteld zijn door Bas Hellings voor BRAIN en DEN. Dit gaf ons een eerste kijkje in de keuken van de instellingen, maar belangrijker nog: hoe werkbaar is deze set eigenlijk? Welke indicatoren zijn nog meer belangrijk? Hieronder deel ik een aantal van deze inzichten. Ook werden de deelnemers getrakteerd op een overzicht van wat er nu in het veld aan indicatorenonderzoek wordt gedaan.
 

Relevantie van benchmarken

Het benchmarken ofwel je eigen resultaten vergelijken met andere instituten is heel waardevol, maar om dat te doen is het belangrijk om te weten hoe de cijfers tot stand gekomen zijn. Met wie vergelijk je jezelf? Als je dan vervolgens vergelijkt: wat zegt dat dan? Hoe kun je de cijfers waarderen? Dat geldt trouwens ook wanneer je alleen naar de eigen resultaten kijkt. Er is behoefte aan een referentiekader met een waardering van resultaten.
 

Koppeling tussen fysiek en digitaal

De workshop ging vooral over digitale objecten en collecties, maar vrijwel alle instellingen hebben ook fysieke objecten, al dan niet gedigitaliseerd. Daarnaast komen er ook bezoekers naar de instellingen toe. Als instelling wil je weten welke wisselwerking er is tussen fysieke collecties en digitale collecties en fysiek bezoek en digitaal bezoek. Op welke manieren kan dit elkaar versterken? Is er een wisselwerking? Inzichten op dit vlak kunnen ook helpen om directies en management er van te overtuigen dat er verschillende vormen van zichtbaarheid en gebruik zijn en dat succes niet alleen aan het aantal fysieke bezoekers afgemeten kan worden.
 

Kwantitatief vs kwalitatief

Alle deelnemers waren het er over eens: met alleen kwantitatieve gegevens ben je er niet. Het is bijvoorbeeld ook heel belangrijk om te weten of je gebruikers tevreden zijn, of ze snel kunnen vinden wat ze zoeken, hoe ze de interactie waarderen en wat instellingen kunnen doen om hun diensten te verbeteren. Deze vormen van klanttevredenheid kun je het beste met kwalitatief onderzoek meten.

Grafieken: Use of online channels for digital collections
Voorbeelden van ENUMERATE digital heritage indicators
 

Aanbod via verschillende kanalen

Digitale objecten worden niet alleen via de eigen websites aangeboden, maar juist ook op andere plekken. Sociale media, Wikipedia, Europeana, API’s, open data en andere netwerken zorgen voor een groter bereik (zie daarvoor ook de nulmeting die in het kader van NDE Zichtbaar is uitgevoerd). Objecten worden verrijkt doordat ze worden hergebruikt of gekoppeld aan andere objecten en metadata, maar dit stelt wel andere eisen aan je indicatoren. Wat draagt bij aan de zichtbaarheid en wat niet? Wanneer is er sprake van zinvolle interactie, of is elke interactie zinnig en is het aan de gebruiker om dat te beslissen? Welke meetmethodes kun je gebruiken, wanneer je zelf geen eigenaar van het kanaal bent? Zo kun je interacties op sociale media meten en wanneer je je collectie als open data beschikbaar stelt, kun je het gebruik niet of nauwelijks traceren. 


Uitdagingen voor het netwerk

De rode draad in deze workshop was wat mij betreft: waarom meet je iets en hoe kun je de resultaten interpreteren? Daarbij is het vooral belangrijk om verschillende methodes te combineren. De meest prangende vraag is dan toch: hoe definieer je succes? Wat maakt nu dat mijn instelling succesvol is in het houdbaar, bruikbaar en zichtbaar maken van digitale collecties? Dat is wat mij betreft de cruciale vraag voor NDE de komende tijd en deze workshop liet nog eens zien dat er zeker nog werk op dit vlak te verzetten is. 

Meer weten?

Hieronder vind je een lijst met voorbeelden die ook in de workshop zijn gebruikt:

  • Cultuurindex Nederland van de Boekman Stichting
  • Artikel: Digitale erfgoedcollecties en de jacht op de gebruikscijfers Boekman Extra #7 (april 2017)
  • Europeana Impact Model (pdf)
  • ENUMERATE Observatory
  • Erfgoedmonitor RCE
  • Europeana Dashboard
  • Let’s Get Real (Culture24) Action Research
  • Museumkompas
  • Toetsingsmodel DEN
  • Valorisatie indicatoren universiteiten (VSNU)
  • 8 plus 8 is:*
    (anti-spam)

    Reacties (0)

    Er zijn nog geen reacties geplaatst.