Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

Archipel of netwerk

16 november 2011 - Marco Streefkerk




Logo Archipel

Vlaanderen ziet de toekomst van haar digitaal erfgoed als een archipel. Verschillende instellingen zijn daarin de kleine eilandjes, onderling verbonden door een gezamenlijke architectuur. Daarin zijn de verschillende uitdagingen waar erfgoedinstellingen voor staan gedekt. Waar wij in Nederland afzonderlijke projecten en oplossingen hebben voor duurzaamheid (NCDD), aggregatie (digitalecollectie.nl) en gedeelde infrastructuur (CATCHPlus, STAP) heeft het Vlaamse onderzoeksproject Archipel een totaaloplossing opgeleverd. 

Dat is wat mij is bijgebleven aan de drukbezochte en voortreffelijk georganiseerde slotbijeenkomst van het project afgelopen woensdag in Antwerpen.

Als publiekstrekker diende Nick Poole van CollectionsTrust. Een goede bekende uiteraard want DEN werkt samen met CollectionsTrust in de CCPA en eNumerate. Nick schetste in grote lijnen de context waarin een project als Archipel belangrijk is: de veranderende maatschappij, het intrinsieke belang van erfgoed en de noodzaak van een transitie om deze in digitale vorm te kunnen uitventen. 

Leerpunten
Inspirerend op zich, maar voor mij is bij zo'n buitenlands uitstapje altijd de vraag: wat kan ik meenemen aan kennis, ideeen en hulmiddelen voor DEN en daarmee voor het Nederlandse erfgoed en waar liggen mogelijkheden voor samenwerking?

Het onderzoeksproject Archipel, gefinancierd door IBBT (een soort SURF in Vlaanderen) loopt op 31 december na 2 jaar af. Centrale onderzoeksvraag: hoe een duurzame digitale infrastructuur voor kunst, cultuur, wetenschap en onderwijs voor Vlaanderen er uit zou moeten zien. Net als in Nederland is er ook in Vlaanderen geen centrale instelling die als natuurlijk de verantwoordelijkheid voor de duurzame bewaaroplossing op zich kan nemen. In Nederland werkt de NCDD aan een oplossing. 



 

Bij een vergelijking valt mijn enerzijds de sterke decentralisatie op van Archpel. Om alle eilanden in de achipel onderling te laten samenwerken is PREMIS OWL ontwikkeld. Deze ontologie biedt de mogelijkheid om de verschillen tussen de metadata standaarden in gebruik in de verschillende domeinen (bibliotheek, museum, archief, etc) te overbruggen. Anderzijds is de integrale benadering bijzonder, niet alleen gericht op duurzaamheid maar ook op toegang, verrijking, kennisdeling en zelfs toepassing. 


Asset Management
In het project is veel onderzoek en ontwikkeling gestoken in MediaMosa. OpenSource repository software, ontwikkeld in Nederland en daar in gebruik bij o.a. SURF, Kennisnet en enkele universiteiten. Binnen Archipel dient MediaMosa als Asset Management System. Geschikt voor een breed scale aan multimedia formaten, voorzien van preservering functionaliteit en vergaand geautomatiseerde workflow voor standaard toepassingstaken (ingest, conversie, monitoring, etc). In een vervolgproject wil men toewerken naar Cloud Service gebouwd op de in Archipel uitgedachte architectuur. Dat is natuurlijk een erg aantrekkelijk model omdat ook kleine instellingen zonder veel investeringen er aan deel kunnen nemen.

De komende tijd zal DEN eens goed moeten kijken hoe we de kennis en de tools van Archipel ook voor Nederland bruikbaar kunnen maken. Mooi dat we juist een nieuwe medewerker hebben voor digitale duurzaamheid. In dat kader willen we ook enkele deskundigen uit het project uitnodigen, uiteraard in overleg met de NCDD. Ik zie zeker mogelijkheden voor structurele samenwerking tussen de erflaters van Archipel en het NCDD-netwerk. 
 

7 plus 8 is:*
(anti-spam)

Reacties (2)

Brecht Declercq - vrijdag 18 november 2011 om 22:43
Beste Marco,

Ik was ook aanwezig op het Archipel-slotevent. Ik volg de situatie in Vlaanderen al jaren, eerst op de VRT, dan voor FARO in het BOM-VL-project (voorloper Archipel) en nu opnieuw voor de VRT. Ik sluit me aan bij de complimenten die je het project geeft: er zijn zonder twijfel goede dingen ontwikkeld en de projectsturing was strak genoeg om het niet te laten verzanden in promotiepraatjes zonder verband met de werkelijkheid. Dat op zich al is uitzonderlijk en een grote verdienste.

Maar vóór Archipel van theorie (want meer is het op dit moment niet) naar praktijk zou gaan, moeten we toch nog eens goed nadenken. De Archipel-gedachte is mooi: vele piepkleintjes zullen nooit de middelen hebben om de uitdagingen van de digitale wereld aan te gaan, dus laat ons een netwerkoplossing uitwerken waarop iedereen kan aansluiten, onderhouden door de grotere spelers. Een ‘samenaankoop’ van opslag en DAM als het ware. Hoe lovenswaardig dit plan ook is, het mag ons niet blind maken voor een pijnpunt dat de Vlaamse culturele erfgoedsector kenmerkt: ze is hopeloos versplinterd, de waardevolle collecties zitten oneindig verspreid en de uitstraling van elke collectie apart geraakt te vaak niet verder dan de eerstvolgende kerktoren. De archipel-gedachte bevestigt dat landschap en dreigt er zo voor te zorgen dat elke instelling zichzelf blijft wijsmaken dat hij kan overleven op z’n eigen kleine eilandje. Maar laat ons niet vergeten dat, zelfs al kan elke instelling aansluiten op een duurzame opslag, er nog twee andere geldvretende uitdagingen staan te wachten: de digitalisering (die moet in Vlaanderen nog op tempo geraken) en de ontsluiting. Die twee mogen mijns inziens vooral niet per instelling apart aangepakt worden, en zelfs de archipel-gedachte dreigt hierin tekort te schieten.

Laat me dit illustreren aan de hand van een voorbeeld: het audiovisueel erfgoed en de manier waarop hiermee in Archipel is omgegaan – het project past immers in een onderzoekstraject dat op de lange termijn streeft naar een Vlaams Instituut voor Audiovisuele Archivering (VIAA). Wat de digitalisering betreft stelde Archipel een handleiding voor die aan elke beheerder van naaldje tot draadje de ontzettend technische details probeert uit te leggen van hoe een pleïade aan analoge dragers en digitale bestanden werken, hoe je van het één naar het andere moet gaan en hoe je dat soort van projecten plant. Nog los van de overbodigheid van zo’n handleiding (er bestaan internationaal al zeer goeie handleidingen en kennisnetwerken) riskeren we dat een aantal instellingen het als een aanmoediging zien om relatief grote investeringen (in kennis, apparatuur of uitbesteding) te doen in relatief kleine collecties. Dat zou een bijzonder inefficiënte besteding van gemeenschapsgeld betekenen. Laat ons de digitalisatie centraal coördineren: enkel zo zijn de noodzakelijke schaalvoordelen te boeken.

Wat de ontsluiting betreft heeft het evenmin zin om elk apart een strategie te gaan uitwerken en grote investeringen te doen in een al bij al bescheiden aanbod, dat dus nooit tegen de grote kanonnen op kan. Het aggregatie-model wordt voorgesteld als oplossing, maar het is er maar een halve. Aggregatieplatformen zijn volledig afhankelijk van hun toeleveranciers en het succes van ontsluiting zit ‘m in de relevantie van het aanbod. Maar nog liever dan dat het aggregatieplatform veel volk trekt, willen de toeleveranciers zélf veel volk trekken. Van de toeleveranciers mogen de gebruikers dus liefst niet blijven hangen op het platform waar alles samen zit. Hoewel het wel dat is wat de gebruikers zelf zouden willen. Is dat niet bijzonder vreemd?

Daarom pleit ik ervoor dat tenminste de kleine audiovisuele collecties zouden worden gecentraliseerd bij een sterke nieuwe instelling die zelf de band met haar publiek mag verzorgen. Uiteraard mogen kleinere instellingen dan ook een beroep doen op deze collectie, maar het zwaartepunt moet centraal blijven liggen. Dat doet ongetwijfeld veel pijn bij de oorspronkelijke beheerder, maar het is zeker op iets langere termijn de beste oplossing, zowel voor het publiek als voor het erfgoed. Ik heb er geen cijfers over, maar mijn duim eraf als het niet zo is: Beeld en Geluid is in Nederland veel bekender en populairder dan Europeana in Europa. In de Commissie-Vonhoff waren alle vier de aparte instellingen die het NAA zouden vormen tegen een fusie, en toch is Beeld en Geluid vandaag wereldtop inzake bewaring én ontsluiting van audiovisueel erfgoed.

Ik blijf mezelf de vraag stellen: moeten we nu echt akkoord gaan met een onzinnig hoge rekening, puur omdat al die kleine instellingen de ontsluiting en de digitalisering bij zichzelf willen houden? De ‘specificiteit van onze collectie’ is hierbij een excuus dat te makkelijk wordt aangewend. Hoe specifiek de collectie ook is, dat mag nooit een reden zijn om haar bij beheerders te laten die zelfs de meest elementaire competenties ontberen. En dat dit wel degelijk voorkomt, bewees een vraag uit het publiek tijdens het Archipel-slotevent: “waar kan ik vinden hoe je moet catalogeren?” Pijnlijk, toch?

De archipel-gedachte heeft voor mij dus pas zin als ze ook leidt tot een werkelijke consolidatie of zelfs concentratie. Die zal eerst en vooral moeten plaatsvinden in de geesten. In die mentaliteitsverandering heeft het project Archipel jammer genoeg weinig of niet geïnvesteerd. Ik hoop dat Archipel niet gebruikt wordt als een semi-wetenschappelijk excuus om de consolidatie niet door te voeren, en het te houden bij een gemeenschappelijke opslag in netwerkvorm. Dat zou immers betekenen dat de sector de realiteit op naïeve wijze wegschuift en het particulier belang van de instelling voor het algemeen belang van het publiek en het erfgoed stelt.

Met vriendelijke groeten,

Brecht Declercq
Marco Streefkerk - woensdag 23 november 2011 om 17:26
Beste Brecht, dank je wel dat je deze visie via onze site wilt delen! Ik meen dat de Vlaamse en Nederlandse situatie niet heel veel van elkaar verschillen. Wel is er in Nederland voor de meeste domeinen een groot, nationale instelling (NA, KB, BenG, RCE) die probeert te ondersteunen bij een aantal zaken die de kennis en middelen van kleinere isntellingen te boven gaan. Dit is met de digitalisering en vernetwerking alleen maar noodzakelijker geworden. Toch is er altijd een spanningsveld, vooral omdat deze instellingen ook allen een (grote) collectie beheren.
In Nederland hebben we de laaste jaren de noodzakelijke herorganisatie van de erfgoedsector proberen te verduidelijken door middel van de Business Model Innovatie. Dan hebben ook kleinere instellingen de kans om hun meerwaarde in het netwerk op bepaalde onderdelen van de digitale levenscyclus aan te tonen en daarmee ook hun bestaansrecht. Ik ben benieuwd wat je van deze aanpak vindt.
Uiteindelijk is er voor zover ik kan inschatten ook in Vlaanderen weinig kans op een sterke (centrale) sturing vanuit de overheid.