Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

Hoe meet je online succes? II: Let's Get Real - De conferentie

3 oktober 2011 - Monika Lechner




Op 20 en 21 september werd in Bristol het onderzoek van Culture24 over het meten van online succes gepresenteerd. "Let's Get Real" heette zowel de conferentie als het rapport, waaraan in Deel I van deze blog al aandacht werd besteed. Op de conferentie kwamen onder genot van een, door Google gesponsord, hapje en drankje, een aantal interessante presentaties aan bod. Belangrijkste boodschap: je mag gerust eens de mist in gaan met je online activiteiten, daar leer je immers van!

"Fail quietly, fail often"

'You can learn by making mistakes'

De conferentie Let's Get Real werd geopend door Tom Uglow, een naar eigen zeggen gefaalde kunstenaar en nu in dienst van Google Creative Labs. Zijn bemoedigingen "Fail quietly, fail often" ("Durf groots te denken en ga voor je passie, ook al lijkt het eerst niets op te leveren"), vonden veel bijval. Hij hield een sterk betoog over falen als kunst om je verder te ontwikkelen en over het belang van 'fun', het andere f-woord waarop google zijn creative lab experimenten baseert. Want, zo beredeneert Uglow, waar jij plezier in hebt, daar zal een ander ook plezier van hebben. Of anders gezegd: de getallen zullen je achteraf gelijk geven, dus durf vooraf vooral te doen.

Daarnaast uitte hij de volgende interessane gedachten:

- Digital unfairness: Waarom praat er online één persoon (meestal ook nog een stagiair) met 100.000-en mensen via sociale media als er offline (huisnummer) 25 mensen zijn die aan de balie of in de instelling met ca. 100 mensen per dag praten?

- Build it and they won't come: Er zijn miljoenen apps in de app-stores. Je kan niet verwachten dat jouw app per toeval ontdekt wordt, je moet ook hier in vindbaarheid investeren!

- Talking in silence: Het is raar dat instellingen via sociale media de dialoog met het publiek niet aangaan. Vaak wordt beweerd dat het aan mankracht ontbreekt om gesprekken aan te gaan, of dat er toch geen gesprekken op gang komen. Luister eens naar de radio, daar wordt het publiek aan een stuk door om input gevraagd ("Bel ons nu...!").

Aandacht maakt of breekt online succes

@mention constellations
 
Visualisatie van 40 seconden Twitter mentions door isaach.

Het ultieme doel van alle communicatieuitingen is aandacht. Bij de overvloed aan informatie online, is aandacht een schaars goed. Je zou ook kunnen zeggen dat webstatistieken niets anders doen dan aandacht meten, aldus Matt Locke van Storythings.com. Locke wees op het redelijk nieuwe fenomeen van het gelijktijdig timen van online games en tv shows en hoe dat de aandacht voor beide kanalen kan verhogen. Een interessante gedachte – in plaats van verschillende media de concurrentie met elkaar aan te laten gaan, kun je ze slim inzetten voor gebruikerparticipatie. Je kan dus live meedoen met een online game of twitter-stream en wordt zo onderdeel van een tv-programma. In Nederland gebeurd dat live vooral in combinatie met het medium Twitter. Locke vermoedt dat we dit in toekomst veel vaker zullen zien.

Wie geeft er om?

Who really cares? Graffiti


De ultieme reality check kwam door Jane Finnis, directeur van Culture24, zelf. Ze stélde niet alleen de gewaagde vraag wie er nou werkelijk iets geeft om wat de culturele sector online doet, maar ze beantwoordde deze ook. En dat antwoord was wel even desillusionerend. Websites van erfgoedinstellingen maken maar een heel klein percentage uit van de grote race om aandacht op het web. Verreweg de meeste aandacht krijgen gaming- en shopping-websites. Maar, misschien is dat wel helemaal niet erg, als je maar weet wie je online publiek is.

Finnis onderstreepte het belang van samenwerken, dat in dit project bij uitstek aangetoond werd. Immers, het onderzoek werd gezamenlijk gefinancierd door alle 17 deelnemende instellingen. Uit evaluatie achteraf bleek dit goed te zijn bevallen en gaven de instellingen aan zeer te spreken te zijn over het toegepaste 'collaborative funding model'. Verder werden de belangrijkste conclusies van het rapport nog eens samengevat. Opmerkelijk was, dat alle sprekers het er onafhankelijk van elkaar over eens waren dat je de gebruiker voorop moet zetten en dat het het meest belangrijke is om een duidelijke strategie te hebben, die zich naar alle communicatieuitingen en -handelingen vertaalt.

#FAILing forward
De meerwaarde van falen werd in de 'Failing forward' presentaties geïllustreerd. Daarin presenteerden erfgoed instellingen, soms met schaamrode kaken, hun online blunders. Maar als je dan hoort dat het voor The British Museum een milestone is om op hun website niet meer over 'children' te praten maar over 'kids', dan kun je je al voorstellen dat het met de 'fail'-gehalte wel meeviel. Herkenbaar klonk het verhaal van het National Museum of Scotland, dat vol enthousiasme een Flickr-pool ingericht had en achteraf moest concluderen dat de enigen die echt veel bijgedragen hadden eigenlijk het eigen personeel was. Het museum realiseerde zich dan ook dat hun poging to sociale media niet geslaagd was, en wel om de volgende reden: "Trying to run a social contest if you are not a social organisation, is like having a party in a city where you have no friends!"

 no Friends
Het National Maritime Museum lanceerde een grootse digitaal marketing campagne en leerde dat je op Foursquare beter geen kant en klare content aan kan bieden. Het museum had een schrijver ingehuurd om maritieme spots in steden te beschrijven op de Foursquare-pagina van het Maritime Museum. Leuk bedacht, maar het leverde geen enkele traffic op van Foursquare naar de website van het museum. Terwijl dit nu juist het doel was.

Wat echter wel als een speer werkte, was het publiek zelf bij te laten dragen en ze zelf dergelijke spots te laten vinden. Weer een voorbeeld waaruit blijkt dat sociale media beter niet als puur 'zendend' en passief marketingmedium ingezet kunnen worden. Gebruik sociale media vooral om het publiek zelf bij te laten dragen!

Niet alleen maar naar de getallen kijken, maar naar het totaalplaatje
De conferentie was zeker de moeite waard en heeft veel stof tot nadenken opgeleverd. Bijvoorbeeld over de waarde die we hechten aan cijfertjes, in plaats van aan het totaalplaatje dat alle communicatieuitingen bij elkaar opgeteld oproept. Het is dus een goede reality check om te kijken of de indruk die je on- en offline communicatie geeft, overeenkomt met het image dat je als instelling graag wilt hebben. De les is dus dat we online activiteiten in verschillende kanalen, waaronder sociale media, niet moeten willen meten in het aantal bezoekers dat doorklikt naar de (corporate) website. Net zo min als dat je offline campagnes, zoals het ophangen van posters door de stad of sponsoring, direct kan vertalen naar meer bezoekers in je instelling.

Kritische noot: hoe zat dat ook al weer met privacy?
dumme Nuss
Een vraag die tijdens de conferentie niet ter sprake kwam, maar gestimuleerd werd door een discussie thuis op kantoor, is of je als erfgoedinstelling de privacy belangen van je gebruiker in acht moet nemen? Is het verstandig om iets als de Facebook Like-button op je website in te bouwen als daardoor de privacy van de gebruiker op straat komt te liggen? Eerder dit jaar had de American Library Association (ALA) de Privacy Revolution gestart. Doel was om vooral jongere gebruikers ervan bewust te maken dat ze online mogelijk meer van zich prijs geven dan ze zouden willen. In het kader van mediawijsheid worden jongeren in Nederlandse bibliotheken hier ook wel bewust van gemaakt.

Maar hoe zit het met het publiek van erfgoedinstellingen? Facebook is een handig marketing-tool. Je kunt als eigenaar van een Facebook-pagina gedetailleerde analyses van je fans downloaden. Die zijn wel ge-anonimiseerd, maar toch. Ook zijn we al gewend geraakt aan het feit dat Google overal meegluurt en dat bedrijven als Hitwise ons surfgedrag via IP-adressen volgen. En: elke gebruiker bepaalt immers zelf hoeveel hij of zij online wil delen. Maar toch. Misschien moeten we in de toekomst maar een nieuw keurmerk creëren: 'Fairshare'. Geïnspireerd op Fairtrade kenmerkt het instellingen die de privacy van hun gebruikers niet uitbuiten maar vrijwillig deuren gesloten laten. Zou dat de oplossing zijn...?

Misschien vind je dit ook interessant:


Deel I: Let's Get Real - Het rapport
In Deel I van deze blog lees je mijn verslag over het rapport Let's Get Real, dat tijdens de conferentie in Bristol werd gelanceerd.
6 plus 3 is:*
(anti-spam)

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.