Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

It depends...

22 september 2010 - Robert Gillesse




Op 16 september jongsleden organiseerde DEN (ondergetekende) in samenwerking met de Nederlandse Coalitie Digitale Duurzaamheid (NCDD, Inge Angevaare) en de KB (Marcel Ras) een internationale expertmeeting onder de noemer: The Price Tags of Preservation Policy Choices

Doel van deze bijeenkomst was te achterhalen welke keuzes de kosten van duurzame opslag bepalen. Want ondanks het feit dat er reeds meer vijftien jaar wordt nagedacht over digitale duurzaamheid, er wereldwijd een hele school van DD specialisten is opgestaan, met eigen jargon en aannames, een bibliotheek vol studies is verschenen en daadwerkelijk duurzame opslagsystemen existeren, is de vraag - wat kost duurzame opslag? - verre van beantwoord. Het antwoord is te vaak: dat hangt er vanaf. Wat tel je wel en niet mee? Richt je je op de hele levenscyclus van een digitaal object of collectie (inclusief de creatie) of gaat je slechts om de fase waarin opslag plaatsvind? Wat bedoel je eigenlijk met digitaal duurzame opslag? Wat versta je daar nu eigenlijk precies onder? Hoe verantwoord en risicoloos wil je het hebben? Wat wil je überhaupt opslaan, in welke hoeveelheden en voor hoe lang? Doe je alles zelf of besteed je diensten uit? Heb je invloed op wat je wilt opslaan of mag je blij zijn met wat je krijgt? Hoe moet het beschikbaar worden gesteld? Het zijn deze vragen, en meer, die een “simpele” berekening van kosten erg moeilijk maken, en erger nog, onderlinge vergelijking van projecten bijzonder lastig maken.

Inmiddels zijn er wel een aantal kostenmodellen voor digitale duurzaamheid ontwikkeld die proberen orde te scheppen in deze wirwar van vragen. De oudste en meest uitgewerkte model is die van het Britse LIFE project (Life Cycle Information for E-Literature, ontwikkeld door de University College London en de British Library). Dit nmodel gaat uit van de hele levenscyclus van een digitale collectie. Recentere kostenmodellen zijn het KRDS model (Keep Reasearch Data Safe, ontwikkeld door de University of Cambridge, Charles Beagrie Ltd, OCLC Research en de University of Southampton), het CMDP model (Cost Model for Digital Preservation, ontwikkeld door het Deense Nationaal Archief en de Deense Nationale Bibliotheek), het model door het Nationaal Archief en het kostenmodel ontwikkeld door DANS.

Het bijzondere van de expertmeeting was reeds gelegen in het feit dat de vertegenwoordigers van al deze modellen (min één) nu aan één tafel zaten. Neil Beagrie, (KRDS) Ulla Bøgvad Kesjer, Anders Bo Nielsen (CMDP), Heiko Tjalsma, Anna Palaiologk (DANS) en Jacqueline Slats (NA) bleken allemaal welbespraakte vertegenwoordigers van bovenstaande weldoordachte modellen. Helaas moest Paul Wheatley van LIFE op het laatste moment verstek laten gaan - wat gezien de status van het LIFE project erg jammer was. De andere deelnemers zijn allemaal alle experts op het gebied van digitale duurzaamheid en hadden een duidelijke mening over kosten en de kostenmodellen. Dit waren: Barbara Sierman (KB), David Rosenthal (LOCKSS/CLOCKSS, Standford University), Ernst van Velzen, Marius Snyder, Gerco Bakker (Beeld en Geluid), Toni Tracy (Portico), Karlheinz Schmitt (Deutsche National Bibliothek), Filip Boudrez (Stadsarchief Antwerpen, Expertisecentrum eDavid) en Stefan Strathman (SUB Göttingen).

De speciale interesse van DEN voor deze kostenmodellen is met name gelegen in het dit voorjaar gepubliceerde rekenmodel voor digitaliseringsprojecten. In dit model komt de opslagfase er enigszins bekaaid vanaf en werd het, wellicht wat naïeve, plan geboren een apart rekenmodel te ontwikkelen voor duurzame opslag of te onderzoeken een bestaand rekenmodel kon worden gebruikt.

Betreft de inhoud van de expert meeting is het weinig zinvol is te herhalen wat Inge Angevaare reeds op haar blog heeft geschreven en omdat er van haar hand nog een formeel verslag volgt, voeg ik hierbij slechts enkele persoonlijke indrukken toe:
Concluderend was het een waardevolle bijeenkomst waarvan de eindresultaten nog enigszins moeten bezinken. Belangrijk is in ieder geval dat er wordt nagedacht over verdere samenwerking, wellicht in het kader van een EU gesubsidieerd traject. Het onderwerp is simpelweg te belangrijk om eenieder in zijn eigen hoekje zelf het wiel te laten uitvinden. Voor DEN en de verdere ontwikkeling van het rekenmodel digitalisering heeft de expert meeting reeds veel nuttige kennis en contacten opgeleverd. Over de vernieuwing van het rekenmodel binnenkort meer!
4 plus 3 is:*
(anti-spam)

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.