Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

Ter gelegenheid van de lancering van de online collectie van het Amsterdams Historisch Museum

9 maart 2010 - Marco De Niet




[praatje gehouden bij de lancering van de Collectie Online van het Amsterdam Historisch Museum, 4 maart 2010]

Dames en heren,

U verwacht misschien dat ik als directeur van DEN, het kenniscentrum dat erop toeziet dat de erfgoedinstellingen goed digitaliseren, nu uit de doeken zal doen of het AHM zijn online collectie technisch verstandig heeft aangepakt, of de goede standaarden zijn toegepast, hoe de kwaliteit is van de afbeeldingen en de beschrijvingen, en of de collectie goed vindbaar is gemaakt. Maar die insteek kies ik vandaag niet. Ik zet een andere pet op. Van huis uit ben ik Neerlandicus en boekhistoricus, en geïnteresseerd in 18e-eeuwse cultuurgeschiedenis. Vanuit die belangstelling wil ik graag een verhaaltje met u delen, op basis van enkele objecten die ik bij voorinzage in de AHM Collectie Online heb gevonden.

In de AHM Collectie Online komt een tekening voor van een jeugdige Arend Fokke met vaandel. Deze persoon heeft een jaar lang mijn leven gedomineerd. Mijn afstudeeronderzoek was namelijk aan hem gewijd.

Arend Fokke Simonsz (1755-1812) is bij u wellicht nog bekend dankzij de Fokke Simonszstraat. Hij was een telg uit een artistieke familie. Hij was zoon van de bekende graveur Simon Fokke, halfbroer van de geschiedschrijver Jan Fokke, kleinzoon van een toneelspeler Arent Fokke. Zelf was hij boekhandelaar, prentenuitgever, redacteur van het dagblad van het Amsterdamse stadsbestuur, privé-leraar, schoolbestuurder, bibliothecaris, archivaris, veelschrijver. Maar hij is vooral bekend gebleven als veelspreker. Daarmee bedoel ik: hij hield veel redevoeringen in Amsterdamse letterkundige genootschappen. Dertig jaar lang heeft Fokke als succesvol spreker zijn Amsterdams publiek vermaakt. Voor zover bekend is hij van minstens twaalf genootschappen lid geweest. Een echte genootschapstijger dus.

Het eerste genootschap dat hem verwelkomde, was Felix Meritis, in 1782. Fokke was ook zeer actief betrokken bij de Maatschappij Tot nut van ‘t algemeen. Hij was mede-oprichter van het Tweede Amsterdamse Departement van de Maatschappij. Van en over beide genootschappen zijn veel objecten in het AHM te vinden.

In de tweede helft van de 18e eeuw bloeide de genootschapscultuur als nooit tevoren. In de periode oktober-mei werden er wekelijks bijeenkomsten georganiseerd, waar de leden met elkaar van gedachten konden wisselen over geschiedenis, cultuur en levensbeschouwelijke onderwerpen. Politiek was in de regel taboe. Maar denk nu niet dat de 18e eeuw een brave, saaie eeuw was waarin de leuteraars de overhand hadden. Gelukkig weten we ook, bij voorbeeld dankzij schilderijen en prenten van Cornelis Troost, dat de 18e-eeuwers ook levensgenieters waren, en dat menige bijeenkomst van gegoede heren eindigde met een hoog gehalte ‘Wein, Weib und Gesang’.

Terug naar Fokke. Hij was zo’n populaire spreker in genootschappen, omdat hij een voordrachtskunstenaar was – hij kwam niet voor niets uit een familie van acteurs. Hij koos ervoor zijn voordrachten aan te kleden met een ‘ironisch-komisch’ sausje. Voor ons is zijn humor niet meer zo aansprekend, maar door zijn originele invalshoek om geschiedenis en filosofie te populariseren, genoot hij in zijn dagen nationale bekendheid.

Naast zijn reguliere optredens werd hij ook door menig genootschap uitgenodigd in te vallen op avonden dat geplande sprekers verhinderd waren. Dat de genootschappen hem hiervoor dankbaar waren, blijkt niet alleen uit het feit dat hij, bij wijze van uitzondering, betaald werd voor zijn voordrachten – we kunnen hem met een gerust hart een broodspreker noemen. Hij werd ook enkele malen benoemd tot erelid vanwege zijn verdiensten. En soms ontving hij bijzondere geschenken van zijn genootschapsvrienden, zoals een fraai kelkglas van Felix Meritis.

Zoals het wel vaker gaat in dit soort verhalen: het liep niet goed met hem af. Hij had een zwakke gezondheid, kon wegens ziekte steeds minder vaak zijn functie op het stadhuis uitoefenen en ontving dus steeds minder salaris. De genadeslag kwam toen hij door enkele opruiende uitlatingen in 1811 uit voorzorg in de gevangenis werd gezet toen Napoleon Bonaparte Amsterdam bezocht. Een jaar later is hij arm en ziek gestorven.

Waarom geef ik u deze korte biografische schets van een van uw 18e-eeuwse stadsgenoten?

Fokke was een kind van de Verlichting. Verheffing door zelfstudie en kennisvermeerdering was voor hem een vanzelfsprekendheid. Alleen zo kon hij een goede burger worden. Zijn talenten zorgden ervoor dat hij als lagere ambtenaar voortdurend in contact kon staan met beter gesitueerden en hoger opgeleiden, die hem baantjes en opdrachten konden bezorgen. Hij wist goed en handig om te gaan met de media uit zijn tijd: boeken, pamfletten, almanakken, tijdschriften, prenten, en dus ook de podia in de genootschappen. Kortom, hij was een 18e-eeuwse sociale netwerker.

De parallellen met de moderne tijd zijn evident.

Fokke hield veel voordrachten over historische onderwerpen, en gebruikte ter voorbereiding daarop bibliotheken, privécollecties en archivalia. Op basis van de bronnen die hij ter beschikking had, kon hij zijn verhalen vertellen, en zocht hij daar gepaste kanalen bij. Wij gaan anno 2010 niet anders te werk.

Dankzij de voorinzage die ik kreeg ter voorbereiding op dit praatje, ontdekte ik in de collectie van het AHM twee aan Fokke gerelateerde objecten die mij onbekend waren: de tekening van de jeugdige Fokke en de glaskelk van Felix Meritis.

Het digitaal beschikbaar zijn van erfgoedcollecties maakt het mogelijk nieuwe verhalen te vertellen en bestaande verhalen te verrijken, zoals ik hier doe. Dankzij de nieuwe media kunnen we steeds beter en steeds sneller inzichten opdoen, vergelijkingen maken, dwarsverbanden leggen.

Ik zal een voorbeeld van dat laatste geven. Dankzij die tekening weten we bij benadering hoe Arend Fokke er als tiener uitzag. Maar hoe zag Arend Fokke eruit als volwassene? Die vraag kunnen we niet beantwoorden aan de hand van de AHM Collectie Online. En dat is niet erg. Want in de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam komt wel een prent van hem als volwassene voor.

Zo hoort het ook te werken in een genetwerkte samenleving. Vanuit hun eigen verantwoordelijkheden voor beheer, behoud en dienstverlening maken deze en andere erfgoedinstellingen het mij mogelijk mijn belangstelling voor het 18e-eeuwse Amsterdam te voeden met nieuw materiaal, nieuwe informatie, nieuwe inzichten. Voor wie die belangstelling deelt: graag wijs ik even op nog een ander lijntje in dat netwerk: mijn persoonlijke website, waar u een uitgebreidere biografie kunt lezen van Arend Fokke Simonsz.

Op deze wijze kunnen instellingen en individuen steeds meer samenwerken en netwerken. Vandaag grijpt het AHM een actieve rol in de digitale cultuurhistorische netwerken. Een prachtige online collectie met maar liefst 70.000 objecten, ieder met een eigen verhaal, komt beschikbaar. En dit is nog maar het begin. Dat is niet zozeer een oproep aan het museum, maar vooral aan u. Het AHM verleidt u uw eigen ontdekkingstocht door het verleden (en dat is voor mij ook de dag van gisteren) te maken. Dankzij internet is het gemakkelijker dan ooit verhalen te maken, te ontdekken en te delen met anderen.

Voor ik de online collectie van het AHM lanceer, wil ik de medewerkers van het AHM, Paul Spies, Judith van Gent, Marijke Oosterbroek, Gusta Reichwein en al die andere collega’s die betrokken waren bij het opzetten van de AHM Collectie Online, bedanken en feliciteren. Zij hebben het voor ons gemakkelijker en aantrekkelijker dan ooit gemaakt voorbij de waan van de dag te kijken en te tonen in welke mate wij, net als Arend Fokke, nog kinderen zijn van de Verlichting.
Tags:
musea  
10 plus 1 is:*
(anti-spam)

Reacties (1)

Jeroen - woensdag 10 maart 2010 om 14:03
Dat is nou zo leuk van het groeiend aantal erfgoedcollecties online! Een van de topstukken van het Amsterdams Historisch Museum is dit deurstuk met titel Mercurius, de god van de handel, en Phoebus, de zonnegod, door Amerika ontvangen. Het schetsontwerp ervan is terug te vinden in de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam.