Cookies op DEN.nl
den.nl maakt gebruik van cookies voor het anoniem meten van het website bezoek en het vergroten van het gebruiksgemak. Door op 'ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van deze cookies.

Digitaal duurzame bewaartermijnen?

3 augustus 2009




De bewaringstermijn voor cultureel erfgoed is over het algemeen 'lange termijn'. Of dit ook gaat gelden voor digitaal erfgoed is nog de vraag.

Dat de tijdshorizon verschilt als het gaat om digitaal materiaal illustreert de beroemde quote van Rothenberg: “digital information lasts forever—or five years, whichever comes first”. [http://www.clir.org/pubs/archives/ensuring.pdf].

Duurzame toegankelijkheid vraagt op (zeer) korte termijn actief beheer. De transformatie naar en in de digitale wereld gaat gepaard met zeer snelle technologische veranderingen. Dit levert een spanningsveld op met langetermijnbewaring.

Het is zinvol om ten aanzien van de tijdshorizon voor bewaring van digitaal erfgoed een onderscheid te maken naar de drie vormen van digitaal erfgoed:
  • Born-digital erfgoed: voor born-digital erfgoed en kunst is over het algemeen nog geen beleid gemaakt en dus nog geen tijdshorizon gesteld. Indien er wel een termijn aan duurzame toegankelijkheid wordt gesteld loopt deze uiteen van 5-10 jaar tot ‘de eeuwigheid’. Er is discussie of born-digital materiaal onder dezelfde selectieregels valt als niet-digitaal materiaal en of daarmee ook dezelfde bewaartermijnen zouden moeten gelden. 
     
  • Gedigitaliseerd erfgoed:
    • voor gedigitaliseerd erfgoed als substitutie geldt dat het digitale substituut het origineel heeft vervangen, maar dat de bewaringstermijn in principe hetzelfde kan zijn als voor het kwetsbare of vernietigde origineel. Dit geldt met name voor de wettelijk gereguleerde archiefsector. Daarom levert deze categorie binnen archieven veel discussie op en de eerste rechtelijke uitspraak in een proefproces over duurzame bewaring is niet positief uitgevallen voor archieven[1]. De verwachting is dat dit consequenties zal hebben.
    • Wat betreft het overige gedigitaliseerd erfgoed blijft het fysieke origineel bewaard. De noodzaak om de digitale kopie levend te houden is een efficiency-overweging. Een instelling moet in staat zijn om de afweging te maken tussen de kosten en baten van duurzame toegankelijkheid en het opnieuw digitaliseren van de objecten. Met grootschalige digitaliseringsprojecten is opnieuw digitaliseren vaak geen optie. Over het algemeen zijn er geen bewaringstermijnen gedefinieerd voor gedigitaliseerde collecties.
  • Digitale informatie over erfgoed, bijvoorbeeld beschrijvingen, die is vastgelegd in collectie-informatiesystemen is over het algemeen opgenomen in de planning- en controlcyclus van de instelling, omdat het een primair bedrijfsproces betreft. Tijdshorizon van bewaring van deze informatie is meestal gelijk met levensduur van de instelling.
In het algemeen kan gesteld worden dat bewaringstermijnen van digitaal erfgoed nog niet zijn vastgelegd in beleid van overheden of instellingen.
----------
[1] LJN BH7531, Rechtbank Haarlem, AWB 08/4435, Uitspraak van de rechtbank Haarlem, in de zaak van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tegen Gedeputeerde staten van Noord-Holland [http://jure.nl/bh7531]

__________
Naar het kennisdossier Digitale duurzaamheid.
1 plus 5 is:*
(anti-spam)

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.