Veelgestelde vragen over auteursrecht

31 maart 2011

Bekijk hieronder een overzicht met de meest veelvoorkomende vragen en antwoorden over het onderwerp auteursrechten.

  1. Wat is auteursrecht?
  2. Fysiek eigendom geeft nog geen intellectueel eigendom/auteursrecht!
  3. Wanneer wordt een werk beschermd door het auteursrecht?
  4. Wie heeft het auteursrecht?
  5. Waartegen beschermt het auteursrecht?
  6. Wat is openbaar maken?
  7. Wat is verveelvoudigen?
  8. Hoe lang duurt het auteursrecht?
  9. Wanneer behoort een werk tot het publiek domein?
  10. Wat bedoelt men met ‘opt-in’ binnen het auteursrecht?
  11. Wat is een licentie?
  12. Wat is overdracht van auteursrecht?
  13. Wat wordt bedoeld met ‘verweesde werken’ (of ‘orphan works’)?
  14. Wat is een ‘diligent search’?
  15. Wat is Open Access?
  16. Wat zijn Creative Commons-licenties?
  17. Digitaal versus papier

1. Wat is auteursrecht?
Auteursrecht is het recht van de maker van een werk (o.a. literatuur, wetenschap of kunst) om zelf te bepalen of, hoe, waar, wanneer en door wie zijn/haar werk mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Het auteursrecht en de Auteurswet gelden niet alleen voor schrijvers, maar voor iedere categorie van creatieve makers. Voorbeelden zijn: componisten, kunstenaars, architecten, fotografen, filmregisseurs, wetenschappers etc.

 2. Fysiek eigendom geeft nog geen intellectueel eigendom/auteursrecht! 
Een veelvoorkomend misverstand: de eigenaar van een boek/schilderij etc. (zoals een bibliotheek, museum) denkt dat hij alles ermee mag doen, ook afbeelden in een catalogus, op internet etc. Dat klopt niet, want als je eigenaar bent geworden van een fysiek exemplaar, heb je niet ook het auteursrecht daarop gekregen. Dit intellectuele eigendom blijft gewoon bij de maker rusten (tenzij je met hem/haar iets over het auteursrecht afspreekt. Let op: met een schenker kan je daarover geen afspraken maken, want de schenker is meestal niet tevens de rechthebbende).

 3. Wanneer wordt een werk beschermd door het auteursrecht?
Op een idee kan op zichzelf geen auteursrecht rusten. Ten eerste is daarvoor nodig dat de bedenker een ‘zintuiglijk waarneembare vorm’ aan zijn/haar idee heeft gegeven, bijvoorbeeld opgeschreven tekst, hoorbare muziek, een gedrukt boek, een schilderij etc. Ten tweede moet een werk oorspronkelijk zijn, ofwel het persoonlijke stempel van de maker dragen. Daarvoor hoeft het niet om literatuur of kunst met een grote K te gaan; ook een slecht geschreven brief kan auteursrechtelijk beschermd zijn, mits het persoonlijk stempel van de schrijver erin tot uiting komt. Artikel 10 van de Auteurswet bevat een lijst van werken die in ieder geval auteursrechtelijk beschermd zijn. Voorbeelden zijn: teksten, illustraties, boekcovers, foto’s, films, tijdschrift- en krantenartikelen, websites, software. N.B. Om auteursrecht te hebben, hoeft een maker zijn/haar werk niet ergens te registreren.

4. Wie heeft het auteursrecht?
Volgens de hoofdregel is de feitelijke schepper van het werk de auteursrechthebbende. Hierop zijn echter uitzonderingen. De belangrijkste is het werkgeversauteursrecht: als een werknemer in dienstverband onder werktijd een werk creëert en dit hoort ook tot zijn taakomschrijving, dan heeft zijn/haar werkgever het auteursrecht erop. Denk bijvoorbeeld aan een journalist die artikelen schrijft in dienst van een krantenuitgever. N.B. Een freelancer is niet in dienst en houdt daarom zelf zijn/haar auteursrecht. Dat is alleen anders als er andere afspraken zijn gemaakt met de opdrachtgever. Is er niets afgesproken, dan mag de opdrachtgever het in opdracht gemaakte werk alleen gebruiken voor het specifieke doel dat hij met de opdracht voor ogen had. Stel dat de KB een freelancer een film laat maken voor eenmalige vertoning in de aula, dan mag die niet later ook op de website worden gezet: daarvoor is weer apart toestemming (en waarschijnlijk betaling) nodig.

 5. Waartegen beschermt het auteursrecht?
Het beschermt de maker tegen de verveelvoudiging en openbaarmaking van zijn/haar werk zonder zijn/haar voorafgaande toestemming.

 6. Wat is openbaar maken?
 Een werk is rechtmatig openbaar gemaakt als het ter beschikking komt voor het publiek mits dat gebeurt met toestemming van de maker. Het is dus uitsluitend aan de maker zelf om te beslissen of hij/zij zijn/haar werk wil prijsgeven aan het publiek. Dat kan bijvoorbeeld op papier in boekvorm zijn, maar ook via digitale beschikbaarstelling op internet.

 7. Wat is verveelvoudigen?
Verveelvoudigen is het kopiëren van een werk, daaronder valt ook digitalisering. Verveelvoudiging omvat ook iedere gehele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm.

 8. Hoe lang duurt het auteursrecht?
De hoofdregel is: vanaf de creatie van het werk tot en met 70 jaar na het sterfjaar van de maker. De termijn van 70 jaar begint te lopen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het  sterfjaar. Een voorbeeld: W.F. Hermans is overleden in 1995 en zijn hele oeuvre komt dus vrij op 1 januari 2066. Tot die datum ligt het auteursrecht op zijn boeken bij zijn erfgenamen.

 9. Wanneer behoort een werk tot het publiek domein?
Een werk valt in het publiek domein zodra het auteursrecht erop is verlopen, of wanneer de auteur zelf schriftelijk heeft verklaard dat het werk tot het publiek domein behoort. Iedereen mag het werk dan vrij hergebruiken (dus ook commercieel).

 10. Wat bedoelt men met ‘opt-in’ binnen het auteursrecht?
Voor elk gebruik van een werk is vooraf toestemming vereist van de rechthebbende. Dat noemt men ookwel het ‘opt in-systeem’ van het auteursrecht en de Auteurswet. Deze toestemming kan de maker ofwel geven in de vorm van een licentie of via overdracht van zijn/haar auteursrecht. 

 11. Wat is een licentie?

 12. Wat is overdracht van auteursrecht?

13. Wat wordt bedoeld met ‘verweesde werken’ (of ‘orphan works’)?
Verweesde werken zijn werken uit een ver en minder ver verleden die nog beschermd zijn door het auteursrecht, waarvan de rechthebbende(n) onbekend of onvindbaar zijn. De naam van een rechthebbende kan bijvoorbeeld onbekend zijn als een boek is geschreven onder pseudoniem. Een ander voorbeeld is een anonieme verzetskrant. Onvindbaar zijn rechthebbenden of erfgenamen die bijvoorbeeld naar een ver buitenland zijn verhuisd.

 14. Wat is een ‘diligent search’?
Voordat men van een verweesd werk kan spreken, moet men een zorgvuldige zoektocht naar de rechthebbenden hebben verricht. Dit wordt de diligent search genoemd. Juridisch bestaat er nog geen duidelijkheid over de vraag wanneer een zoektocht zorgvuldig genoeg is geweest.

 15. Wat is Open Access?
Open Access (OA) wil zeggen dat een publicatie gratis toegankelijk is op internet. Hieraan ligt het principe ten grondslag dat informatie die is gecreëerd met publiek geld gratis online toegankelijk behoort te zijn. OA kent veel aanhangers in de wetenschap; universitaire onderzoekers genieten een door de overheid gefinancierd honorarium en hebben belang bij grotere naamsbekendheid: gratis toegang van hun publicaties via internet maakt bij uitstek een breder publieksbereik mogelijk. De definitie van OA staat in de Berlin Declaration uit 2003: OA betekent niet alleen gratis toegang, maar ook gratis hergebruik voor ‘any responsible purpose’; dit omvat in elk geval niet-commercieel hergebruik met naamsvermelding. Alle Nederlandse universiteiten en hogescholen hebben de Berlin Declaration ondertekend. Zij stimuleren OA onder hun medewerkers – de auteursrechthebbenden – door ze met klem te verzoeken/verplichten hun publicaties in de repositories van universiteitsbibliotheken te deponeren en ze vandaar openbaar te laten maken (al of niet na een embargoperiode). Voor tijdschriftuitgevers betekent OA dat ze in plaats van hun traditionele abonnementen alternatieve business modellen moeten ontwikkelen (author’s fee, Green Road etc). Het zou mooi zou zijn als ook medewerkers van erfgoedinstellingen standaard in Open Access zouden publiceren.


16. Wat zijn Creative Commons-licenties? 
Door een CC-licentie te verbinden aan zijn/haar werk, gaat een maker op een sympathieke manier om met zijn/haar auteursrecht. CC-licenties geven namelijk aan wat een ander wél met het werk mag doen (in plaats van wat er allemaal niet mee mag, een voorbeeld vind je voorin boeken: ‘Niets uit deze uitgave mag…’ etc). CC-licenties zijn erg geschikt voor Open Access-publicaties; eindgebruikers weten dan wat ze met de publicatie mogen doen. CC-licenties zien eruit als icoontjes die aan een werk kunnen worden ‘vastgemaakt’ en zijn zo vooral voor digitale werken op internet handig in gebruik. CC-licenties bieden de maker diverse gebruiksvoorwaarden om uit te kiezen, bv:

Zoek je bijvoorbeeld een  foto die je gratis mag hergebruiken (voor een commercieel doel) dan kun je zoeken naar werk waaraan een CC-licentie is verbonden die dat toestaat, bijvoorbeeld via www.flickr.com/creativecommons. Zie voor de verschillende CC-licenties: http://creativecommons.nl/

 17. Digitaal versus papier
Waarom mag een bibliotheek in de digitale wereld minder dan in de analoge, papieren wereld? Dat komt omdat de Auteurswet wel uitzonderingen kent die de traditionele bibliotheektaken van uitlenen en fysieke preservering vrijlaten, maar niet voor de digitale taakvervulling. Dat betekent dat een bibliotheek vooraf toestemming van de rechthebbende nodig heeft om diens werk te mogen digitaliseren en op internet zetten. Zie ook de Juridische Wegwijzer Archieven en Musea online of op www.taskforce-archieven.nl/projects/juridischewegwijzer(kies onder Downloads de één-nalaatste link).
 
 __________
Terug naar het kennisdossier Auteursrechten.





Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.